maandag 9 december 2019

Plog 873 - Te veel meten gaat aan je gemoedsrust vreten

Plog 873: Wat beleefde ik zoal in week 49?

Meten is weten. Daar is geen speld tussen te krijgen. Maar te veel meten gaat aan je gemoedsrust vreten. Die kan op het tegeltje ernaast. In de nasleep van zo'n labiele periode vind ik het lastig om te voelen en ervaren hoe ik het vind gaan. Is mijn temperatuur onder de verhogingsgrens? Gedragen mijn bloedsuikers zich? Blijft mijn saturatie een beetje bij? Slaat mijn hart niet te zeer op hol? En dan die verdomde stappen nog, de hele dag door. En of Fitbit vindt dat ik genoeg uren geslapen heb? Laat me dat verdomme zelf bepalen, klote apparaat! Compleet totaal gestoord maakte het me. Er zat dus niks anders op dan een daad te stellen. Áf met die stomme meetarmband. Mijn rusthartslag loopt alleen al op van de spanning die dat ding oproept. Bovendien liggen er allemaal wél mooie horloges ongebruikt in de la te wachten tot ze weer om mijn pols mogen. In plaats van deze lelijke plastic klommel. Wat wijlen prins Claus met de stropdas had, heb ik met de Fitbit.

Nu de temperatuur 's avonds weer aardig in de buurt van de vorstgrens komt hebben we Sara's ski-jack uit de mottenballen gehaald. Het is altijd even een gepuzzel om dat ding aan te krijgen maar dan héb je ook wat hoor.

Elke dinsdag komt de thuiszorg mijn piccline verzorgen. Volgens mij ben ik er klaar voor dat vandaag de laatste keer was. De komende week werk ik toe naar het oppakken van mijn draadloze leven. Heel in de verte hoor ik het vertrouwen alweer aan komen stampen.

's Middags ga ik de hort op met mams. Rondje door de Action, beetje winkel in winkel uit in een nabijgelegen dorp. Naar de stad voelt nog net te groot, dit is een goede opstap.

Uiteraard strijken we tussentijds neer voor een lekker bekske. We maken alvast plannen wat we de komende tijd nog meer willen gaan doen. Kringlopen, kerstsfeer proeven in de stad, een stapel wafels bakken. Het is fijn om daar mee bezig te zijn en ernaar uit te kijken. Er gloort weer perspectief aan de horizon. Ik ben als de Japanse duizendknoop: onverwoestbaar. Ik duik overal wel weer op.

Hoewel het sintje nog steeds in ons land bivakkeert waag ik me toch al aan de kerstboom. Toen de vorige kerst voorbij was kocht ik een nieuwe nepperd in de uitverkoop. De doos is sindsdien nog niet geopend dus ik ben erg benieuwd wat we nou eigenlijk in huis hebben gehaald. Geine pongel, zo blijkt.

Andere jaren jekkerde ik alles in een keer in de boom maar dit jaar neem ik er de tijd voor. Een beetje noodgedwongen ook wel hoor, gebiedt de eerlijkheid me te zeggen. Pap helpt me met de lampjes. Ook nieuw aangeschaft. Wat een verwennerij.

's Avonds rinkelde plots de bel en stond de pakketjesbezorger voor de deur. Met een verbaasde blik nam ik de voor mij bestemde doos in ontvangst. Hij keek er zelf nogal blij bij. Alsof hij deelgenoot was van de verrassing. Wat in zekere zin ook zo is.

Meine Liebe... Bloglezeres Jorien vroeg laatst mijn adres, omdat ze vond dat ik nog wel wat post verdiende. Maar dit is beyond post natuurlijk! Dit te krijgen van iemand die ik in feite niet ken voelt heel erg bijzonder. Een dikke dankjewel Jorien! X

Volgens mij moet dit hem zo'n beetje zijn. D'n boom, met weer wat meer vrolijke ornamenten erin. Of nou ja, meer... Andere erbij. En drie eruit wegens in duizend stukjes uit elkaar gespat op de tegelvloer. Oelewapper.

Laatst kocht ik van die dingen om je wc na elke spoeling lekker te laten ruiken. Als cadeau kreeg ik er een vernuftig lampje met een sensor bij, waardoor je ook in het donker nooit meer naast de pot hoeft te pissen. Maar liefst acht kleuren wisselen elkaar in kalm tempo af. Compleet kermis natuurlijk.

Zo dan! Deze meid is zojuist weer zelf naar de fysio gereden. Heel voorzichtig en zonder brokken te maken. De lichtheid in mijn hoofd is nog niet over. Of het minder wordt weet ik niet. Het went in elk geval. In huis merk ik het niet meer zo. Vooral als ik buitenshuis rondloop deint de wereld nog lichtjes mee met elke stap die ik zet. Zittend in de auto kan ik goed focussen, om me heen kijken, spiegelen en het overzicht bewaren. Geen gevaar op de weg dus.

We hadden nog een etentje tegoed met ons allen. Voor de verjaardagen van pap en mam. Zij gaan het liefst naar Kasteeltje Hattem, want het is daar zo lekker en gezellig en je kunt lang aan tafel zitten. Plus je kunt gewoon voor drie gulden vijftig friet bestellen als je daar zin in hebt. Daar valt niks tegenin te brengen.

Die mountainbikehobby van de mens neemt serieuze vormen aan. De beginnersfiets (binnenkort op Marktplaats beschikbaar!) is ingewisseld voor een wat luxere ros. Zijn outfit wordt alsmaar uitgebreider. De laatste aanwinst zijn heuse Castelli overschoenen, tegen wintertenen en ander koude-ongemak. Na lang aandringen van fietsgoeroe Mkl en mijzelve ging hij - op Black Friday nog wel maar dat was toeval - dan toch overstag. Blij keerde hij na zijn zaterdagse ploetertocht weder. "Dit had ik mezelf wel eerder kunnen gunnen ja."

Deze situatie gunde ik Sjrd. Al jaren mekkert hij over de groeiende berg kerstprullaria die ruimte in beslag staat te nemen in de garage. Altijd met een grapje maar toch ook met een serieuze ondertoon. Achter elk geintje schuilt immers een pijntje. En ik kan hem geen ongelijk geven. Het is ook veel. En we gebruiken het bij lange na niet allemaal. Dus ging ik met een kritische blik door de decembershit heen. Deze hoop is uitverkoren om ingeleverd te worden bij de kringloop.

Het gekke is dat mijn ribben nog wat van slag zijn. Of de spiertjes ertussen. Weet ik het. Ik heb er in elk geval veel last van. Het doet zeer, van stekend en scherp tot dof. Regelmatig voel ik het wel knakken of over elkaar heen schuiven in dat gebied. Raar. En pijnlijk. Met Diclofenac is het te doen maar dat kan natuurlijk geen definitieve oplossing zijn. Misschien moet een goeroe er nog eens naar kijken, met zijn handen.

Puzzelen is dus het nieuwe yoga. Dat wist ik natuurlijk allang. De goegemeente nu ook. Dat is mooi. Namasté.

Na een verbluffend lekker rondjemethethondje langs het water (ging als vanouds!) meldde buurtmeisje Mrl zich bij ons. Die gekke pakjespiet had pardoes een cadeautje voor haar bij ons achter gelaten. Ik weet nog dat de kruimel in mijn armen lag te zuigen aan een flesje melk. Dat was gisteren. Bijkans negen jaar later is het wichtje de eerste beginselen van de maquillage aan het verkennen.

Dat was mijn week.
Hej hej.

donderdag 5 december 2019

Een rijm, speciaal voor jou

Lieve lezer van dit blog,

De laatste dag van mijn verblijf alhier is aangebroken,
vanaf morgen kun je de haard weer lekker warm opstoken.

Probeer nog één avond de winterkou met een dekentje te verdrijven,
anders zal er van je pakjes die via het rookkanaal komen weinig overblijven.

Voor ik met stille trom en een zoet gemoed terug naar Spanje af zal taaien,
heb ik de Dichtpiet gevraagd ook deze plek met een passend rijm te verfraaien.

De regelmaat waarmee die Irène haar berichten post,
is een voortdurend probleem wat zich maar moeilijk oplost.

Als trouwe lezer of incidentele lurker kun je nergens van op aan,
kom ik andermaal voor niks of zou er vandaag dan wel weer eens wat staan?

Na bijna vijftien jaar online is de inspiratie soms een beetje zoek,
een blog, column, plog, ja zelfs een verdwaalde vlog staat hier te boek.

Talloze letters gelardeerd met een keur aan knullige plaatjes,
grappige, lieve, verdrietige, memorabele en soms ook vieze praatjes.

De toon varieert maar is veelal overgoten met een korreltje zout,
omdat iemand met CF nou eenmaal van taai slijm en zout zweet houdt.

Wat je echter beslist en zonder twijfel moet weten,
knoop het in je oren want je mag het niet vergeten.

Is dat ze haar voltallige lezerspubliek enorm waardeert,
hoe het meeleeft en steevast lief en begripvol reageert.

Daarom, lieve lezer van dit gedicht,
deze woorden zijn speciaal aan jou gericht.

Dankjewel voor het lezen, meeleven, reageren in woord of gebaar,
al ben je een vreemde of kennen we elkaar.

Van helemaal in het echt tot alleen via de wonderlijke sociale media,
ik voel me erg gesteund te weten dat ik er niet alleen voor sta.

Een nieuw blogjaar komt er dan ook gewoon weer aan,
al blijft het voor ons allen een verrassing hoe dat allemaal zal gaan.

Met namens ons Irène een lieve, welgemeende groet,
hé, wat zit er eigenlijk op je neus...?

Sinterklaas.

woensdag 4 december 2019

Een lijstje zonder leugens

Een vers vragenlijstje! Want waarom ook niet? Voorbij zien komen op Facebook - in het Engels - en dankbaar gepikt om vlijtig te verbouwen tot blogpost.

KUN JIJ DIT INVULLEN ZONDER TE LIEGEN?

1. Wat stak je als laatste in je mond? Twee mandarijntjes, als gezonde afsluiter van een lunch met strooigoed.

2. Waar is je profielfoto genomen? Mijn profielfoto op Facebook is gemaakt in Lussan, Zuid-Frankrijk.

3. De ergste pijn die je ooit had? Dat moet de pijn na het voorval op de schaats met de heupkom zijn. En dan met name het geschravel in en uit de auto, uit de rolstoel op een bed. En toen nog een keer van het ene bed naar het andere, met zo'n harde plank onder me, en weer terug. Zonder enige vorm van pijnstilling, nog voordat ik wist dat mijn heupkom aan gruzelementen lag.

4. De beste plek waar je ooit naar op reis bent geweest? Ons eigen huisje in Frankrijk natuurlijk. Maar de twee keer dat ik in mijn eentje op vakantie ging naar Griekenland en Turkije mogen ook niet onvermeld blijven.

5. Hoe laat ging je naar bed gisteravond? Volgens mij lag ik er om 00:55 uur in. Toch wel een half uur later de gewenst. Maar ja. Dat sprayen hè. En Candy Crush.


6. Naar welke plek zou je verhuizen als het allemaal niet uitmaakte? Ik denk dat ik gewoon zou blijven waar ik nu resideer. Het huis bevalt, de plek bevalt. Afgewisseld met ons bungalowtje in Frankrijk - voor het weer, de omgeving en de luchtkwaliteit - ben ik dik tevreden.


7. Wat is je mening over een kalkoenburger? Tot aan deze vraag ben ik daar nog geen moment in mijn leven mee bezig geweest. Maar ik denk dat het wel kan. Op oneven dagen.


8. Pretpark of concert? Concert. Zonder twijfel. Ik was vroeger dat kind dat nergens in durfde en braaf op andermans rugzakken stond te passen terwijl zij achtbanen bedwongen. En in mijn latere leven raakte ik een keer kwijt op een festival, tijdens een optreden van Iron Maiden. Ik moest nodig plassen en kon op de terugweg - in het duister - niet meer helemaal vinden waar we stonden. Het is toch nog allemaal goed gekomen. Maar Sjrd haalt het verhaal nog regelmatig aan. Ik begrijp niet waarom.


9. Wanneer moest je voor het laatst huilen? Gisteravond tijdens DWDD, en later hield ik het ternauwernood droog bij de documentaire over Bor, die leed aan EB.


10. Wie nam je profielfoto? Mijn huisfotograaf Sjrd. Die man heeft sowieso een passie voor fotografie.


11. Met wie sta je het laatst op de foto? Mijn vader, terwijl we samen de kerstlampjes in de boom vouwen. Er komt weer een weekplog aan!


12. Wat is je favoriete seizoen? De lente, als de ergste winterkou uit de lucht is en je weer blootsvoets in schoenen kunt.


14. Denk je dat relaties het altijd waard zijn? Voor mij wel. Elk mens dat je pad kruist en waar je op een manier een relatie mee had of hebt leert je iets. Vaak nog meer over jezelf dan over de ander.


15. Als je exact nu met IEMAND kon praten, wie zou het zijn? Mijn zus Renée zaliger. Zoveel vragen.


16. Ben je iemand die goed kan beïnvloeden? Ik denk het wel. Dit blog is er in de eerste plaats voor het luchten van mijn hart. Daarnaast vind ik het fijn en complimenteus te merken dat mijn lezers er iets uithalen.


17. Hoort ananas thuis op pizza? Waarom niet? Dat moet iedereen lekker zelf weten. Leve de liberale pizza!

18. Jij bent de baas over de afstandsbediening. Wat kijken we? The Handmaid's Tale. Of een fijn vraaggesprek met Coen Verbraak als interviewer. Of Jeuk.


19. Wie denk je dat deze vragenlijst ook wel invult? Misschien een verdwaalde blogger? Bloggen is echt zo 2005.


20. Koffie of thee? Koffie. Met opgeschuimde sojamelk en twee zoetjes. Sinds ik eindelijk koffie lust hoef ik godzijdank geen thee meer te drinken. Zo niks aan.


21. Waar stond vraag dertien? Nou, haha, hier. Welke carrière koos je als alles mogelijk was? Nadat ik hier de hele middag over na heb gedacht, terwijl ik een aanvang maakte met het versieren van de kerstboom, kwam ik uit op het volgende. Professioneel kerstboomoptuiger zal het niet worden, want er zijn inmiddels al drie ornamenten uit de plastic den gedonderd. En het zijn nooit de lelijkste exemplaren die sneuvelen hè? De middelmatige, vervangbare figuurtjes. Nee. Het vosje met de pluimstaart ligt aan diggelen. Het hertje met de rug vol cadeautjes is onthoofd. Het is een wonder op zich dat ik zelf nog overeind sta.

Voor wie wil: kopieer en plak waar je wil, verander de antwoorden en doe je ding. Het is dolletjes om te doen en om te lezen.

maandag 2 december 2019

CF en de taaie psyche

In mijn column voor het CFcenTRaal van maart 2019 keek ik terug op de psychische impact die CF op het zoute leven heeft, maar die we nog wel eens willen vergeten. Al dan niet bewust. Wat toen lekker ver van mijn bed leek is met de kennis van nu akelig actueel gebleken.

*****
Lieve Bas,
Als ik goed tel - en de vriendinnen met een vergelijkbare professie buiten beschouwing laat - heb ik in mijn leven tegenover drie verschillende psychologen gezeten.

Mijn eerste sessie was als brugpieper. Wat opgelopen pestaverij in combinatie met de eerste serieuze stuiptrekkingen van CF, maakte dat ‘men’ vond dat ik mijn hart maar eens bij een zielenknijper uit moest storten. Ik voelde me diep gekrenkt, ik was immers niet gék! De aardige man met zijn typerende beroepsbaard kwam gelukkig tot dezelfde conclusie. Ik was een heel normaal meisje, met een flinke rugzak. En een rug die sterk genoeg was om die tas mee te torsen.

Een paar jaar met de gebruikelijke puberworstelingen later, zat ik tegenover een zwaarlijvige eerstelijns psycholoog die op de proppen kwam met chakra’s. “Stel je ze maar voor als frietzakjes,” sprak hij Freudiaans. De tarotkaarten kwamen nog net niet op tafel. Uit al het esoterisch gewauwel destilleerde ik toch nog een mantra dat me altijd is bijgebleven: “Oordeel niet.” Het toepassen ervan lukt me met het klimmen der jaren steeds beter.

Toen een paar jaar geleden het woord “longtransplantatie” viel, manoeuvreerde mijn longarts me in één vloeiende beweging richting de poli psychologie. Voor alles wat buiten het longveld lag, moesten andere hulptroepen worden ingeschakeld. Na het invullen van een hoop vragenlijsten en een eerste verkennend gesprek, bleek de diagnose een lichte mate van depressie. Niet gek, gezien de geldende omstandigheden en vooruitzichten. Psychologe Diny was nog dunner dan ik destijds en professioneel lief maar doortastend. Ik probeerde heel erg ‘de klik’ te voelen. Want dat was toch zo belangrijk, volgens alle kenners om me heen. Maar eigenlijk voelde ik vooral niks. De enige gedachte die regelmatig oppopte was de stille wens om morgen niet meer wakker te worden. Maar die sprak ik natuurlijk niet uit.

Het was diezelfde Diny die de term ‘peergroup’ introduceerde. Volgens haar was ik buiten mijn peergroup opgegroeid, door CF. Ik viel altijd wel ergens mee buiten de boot. Om de haverklap afwezig wegens ziekte, niet met de fiets naar school kunnen maar met de auto gebracht moeten worden. En nog steeds ben ik iemand die zich meestal wel in een uitzonderingspositie bevindt, zonder Echte Baan en Kind, om maar wat te noemen. Tegenwoordig stuit dat gelukkig in de meeste situaties op begrip, maar het geeft mij toch ook het schurende gevoel een tikkeltje minderwaardig te zijn. Er moet immers vaak rekening met me worden gehouden. Behalve als ik met mijn zoute familie ben. Dát is mijn peergroup. Het klinkt ook veel leuker dan contact met lotgenoten. Minder ziek. Minder patiënterig. Normaler.

Met de komst van Orkambi verdween het gros van mijn angsten en levenloosheid als sneeuw voor de zon. Het traject bij Diny werd afgesloten en nog steeds sta ik elke morgen juichend op, blij dat ik leef. Om die sterke rug soepel te houden werp ik me behendig in een zonnegroet en tel intussen mijn chakra’s even na. Ze zitten er nog steeds allemaal.

Liefs,
Irène

zondag 1 december 2019

Plog 872 - Dieper dan de bodem van de put

Plog 872: Opnieuw een virus, het donkere woud van Zorgen, maar gelukkig ook lichtpuntjes op weg naar beter.

Weet je wat met recht een traktatie is? Een kappertje vatten nadat je in het ziekenhuis hebt gelegen. De schaar erin, kleur erdoor. Heerlijk! Zonder opname kan het ook, tuurlijk. Maar deze sensatie is echt uniek. Ik kan het iedereen aanraden.

Ik kijk reikhalzend uit naar de kerstvakantie. Onze vage plannen om naar Frankrijk te rijden hebben inmiddels plaats gemaakt voor de realiteit. Wij gaan helemaal nergens heen. We blijven gewoon in ons Nederlandse huis, waar de verwarming snort en we alle comfort binnen handbereik hebben. In deze fase van ons leven moeten we het vooral niet moeilijker maken dan hoeft. Om alvast een voorproefje te nemen op de laatste dagen van het jaar buig ik me over een gezellige puzzel van Jan van Haasteren. Met een klein wijntje ja.

Zoals gebruikelijk in Limburg vieren wij Sint Maarten niet op de elfde van de elfde. Dan zijn de meeste mensen hier met heel andere dingen bezig. Meestal wordt gekozen voor de vrijdag vóór de elfde. Als je het eenmaal weet is het niet moeilijk. Zodoende was ik op alles voorbereid, met een schaal vol chocoladereepjes en de buitenlamp uitnodigend brandend. Maar wat denk je? Nog geen blaffende hond belde aan voor een liedje! Zaten we daar, met ons goed fatsoen en een overdaad aan sjlok.

Zie haar liggen, in het zonnige vlakje op het kleed. Die Griekse warmbloedigheid krijg je er niet uit.

Dus. Afgelopen donderdag, na twee weken kuren en met nog één week te gaan, had ik een belafspraak met mijn longarts. Verheugd kon ik melden dat ik me echt op voelde knappen. Het hoesten was beduidend minder, mijn sputum zag niet meer zo gruwelijk groen, heel voorzichtig merkte ik de energie weer wat stromen. Ik vroeg nog hoe het kwam dat ik alweer verkouden was geworden. "Gewoon pech meid, ik ken mensen die een week van het infuus af waren en alweer een nieuw virus oppikten," sprak mijn arts. Op vrijdagochtend werd ik wakker, opende mijn ogen en constateerde dat mijn lijf de daad alvast bij het woord had gevoegd. Gewoon tijdens de kuur. Opnieuw die droge hoest, en snot met koppijn. Weer contact met Utrecht, komende woensdag weer op controle. Houdt het dan nooit op???

Nee. Kon ik me aan het begin van de opname nog vasthouden aan het gegeven dat mijn longfunctie in elk geval stabiel was gebleven, is ook deze zekerheid nu onder mijn voeten weggeslagen. Met pijn en moeite wist ik er een FEV1 van 41% uit te persen. Ik ben terug bij af en dan nog een stapje achteruit. De wanhoop nabij. Mijn arts schrijft een extra week iv-kuur voor en adviseert er een stootkuurtje Prednison bij te nemen. Maar voor die laatste optie pas ik. Het is al te veel allemaal. De bijwerkingen van dat vergif kan ik er nu domweg niet bij hebben. Wel grijp ik thuis naar een iets zwaardere pijnstiller. Mijn torso voelt gekneusd van het hoesten. Tussenribspiertjes? Geïrriteerd longvlies? Paracetamol alleen doet de truc niet meer. Dan deze vrienden maar.

Ik ben intens verdrietig. Teleurgesteld. Bang. Waar gaat dit heen? Sara weet het ook niet maar onderwerpt zich dienstbaar aan mijn voeten als afleidingstactiek. En ze toont me de enige optie die ik heb: de tandjes laten zien en vechten. Maar die symboliek valt me nu pas op, bij het maken van deze plog.

Mijn ouders zorgen waar ze kunnen. En dan nemen ze ook nog bloemen mee.

Zo staan er nooit bloemen, zo krijg je binnen vier dag drie bossen in je handen geduwd. Ontzettend lief.

Ook het Saar gooit alles in de strijd om mijn hartje te verwarmen.

Na vijf ellendige weken van ziek, zwak en totaal ontregeld kunnen we er eindelijk weer eens een avondje op uit samen. Uiteten en naar de film met van tevoren nog een klein rondje door het outlet. Een dappere poging tot een date night. Maar een heel groot succes werd het niet, in alle eerlijkheid. We zijn elkaar een beetje kwijt geraakt in het donkere woud van Zorgen en het is nog niet zo eenvoudig om samen in een rechte lijn naar het licht te lopen.

Als we mijn schoonouders uitlaten na een gezellig borreltje ziet Sara haar kans schoon. Dat bakje garnalen met cocktailsaus rook al de hele tijd zo lekker en nu likt ze het tot de bodem schoon. Goed gedaan vriendin. Ik hoop dat je ervan hebt genoten.

Vorige week las ik op Twitter een tweet over iemand die een borrelplank had besteld. Het water liep me acuut in mijn mond. Vanavond eten we borrelplank. En we praten. Praten, praten, praten. En janken. Het is goed. Fijn. Het doet pijn. Schuurt. Maar al pratend komen we in elk geval weer op een begaanbaar pad uit. Het is onrealistisch om een rechte weg zonder hobbels en kuilen te vinden om uit dit donkere bos te geraken. Maar zolang we elkaar vasthouden en helpen overeind te blijven komen we er wel uit samen. Dat is ons altijd gelukt.

Naar mijn goeroe ben ik alleen drie keer geweest om mijn vastzittende torso wat los te laten masseren. Wat voor hem meer aaien was en voor mij alsnog voelde alsof ik werd gemarteld. Maar sporten of iets in die richting komt er tijdens een iv-kuur niet van. Vandaag loop ik mijn eerste revaliderend rondje naar het postkantoor. Poeh. Ik heb een flinke jas uitgedaan. Gelukkig vond ik in het outlet een winterjas die volgens de verkoopster bij Columbia IJsland-proof is. Inderdaad, lekker jeske.

Vrijdag 22 november is de dag dat ik mijn laatste bolletje antibioticum afkoppelen mag! Mijn piccline blijft op mijn verzoek nog even zitten. Het vertrouwen in mijn tempel, dat te voet kwam en met het paard is vertrokken, is zoek. En ik heb werkelijk geen idee naar welk zonnestelsel die knol met een rotgang heen is gegaloppeerd. Dus laat me eerst maar eens een poosje aansterken, fysiek en mentaal. Die lijn helpt in elk geval het mentale aspect al een beetje. Om mezelf wel het douchefeest te gunnen dat bij het eind van een iv-kuur hoort, sluit ik mijn gehavende armpje hermetisch af met plastic folie en leukoplast.

Een jurkje! Een beha! Nieuwe schoenen! Geföhnd haar! Mascara! Helemaal klaar voor een nieuwe date night met Sjrd, en om het einde van de kuur te vieren. Het feit dat daar geen foto's van zijn zegt misschien wel alles. Het gaat niet altijd om wat je ziet. Wat er is, dat doet ertoe.

Toegegeven. Soms zegt een foto alles. Het helpt inzichtelijk maken. Zie hier het resultaat van drie weken thuisbehandeling met twee soorten antibiotica. 24 Bollen met 6 gram Ceftazidim elk en 24 bolletjes Tobramycine met een dosering van 480 mg per stuk. Een leek zegt het niet zoveel. Een kenner weet dat je hier een olifant mee omlegt. Zeker als je dit in totaal 31 dagen lang in je donder hebt gekregen. Op zich niet gek dat ik na afloop van de kuur helaas een beetje duizelig ben. Een bijwerking van de Tobramycine, en waarvan ik moet afwachten of ik daar nog van afkom. Het kan zijn dat mijn evenwichtsorgaan beschadigd is. De tijd zal het leren.

Mijn onvermoeibare gouden ouders. Alweer sinds de zomer komen ze wekelijks helpen met de poets. Onze vaste hulp is langdurig uitgeschakeld wegens ziekte. Omdat de verwachting er is dat ze ergens volgend jaar wel weer bij ons aan de slag kan, springen mijn ouders tot die tijd bij. Daarnaast verlenen ze hand- en spandiensten als chauffeur, met de boodschappen, op Sara passen, en vandaag maken ze onze tuin winterklaar. Mijn moeder wiedt het onkruid in de voortuin en stopt op de valreep nog wat bollen in de grond. Pap vertroetelt het gras. Dat hij daarvoor eerst een ontzaglijk aantal landmijnen moet ruimen is een smerige bijkomstigheid. Hij mag dan een bedreven explosievenverkenner in ruste zijn, dit klusje is zelfs hem te gortig. Snap ik.

De stap om weer te bloggen was groot. Maar ook zo fijn! Het voelt goed om te delen. Het lucht op. Mijn sores ligt op tafel. Wie wil neemt er een stukje van over. Dat verlicht mijn hoofdlast aanzienlijk. De lieve kaartjes blijven komen.

Die irritante draaierigheid wil maar niet minder worden. Het is zeker niet zo dat ik zwalkend door het huis loop en me overal aan vast moet houden. Maar mijn ogen kunnen slecht focussen als ik mijn blikveld verruim. Dan wordt het licht in mijn hoofd. Autorijden was dan ook niet zo'n succes, bleek toen ik een klein proefrondje door het dorp maakte. Er is niks gebeurd, ik heb geen schade veroorzaakt. Wel weet ik nu dat ik dit voorlopig even niet moet doen. Weer een stukje afhankelijkheid kwijt. Op de parkeerplaats bij de supermarkt viel mijn oog op dit muntstuk van vijf cent. Levert dat geconcentreerd stoepstaren meteen wat op! Ik besloot dat dit mijn geluksmuntje is. Het oogt net zo gehavend als ik me voel. Laat me er maar lekker zweverig heel veel betekenis aan toekennen.

Na zeven weken totale ledigheid moet het er vandaag dan toch van komen: weer aan de slag bij de fysio. Sinds een poosje zie ik de goeroe alleen nog maar op maandag. De donderdag heb ik verruild voor de vrijdag én een andere fysiotherapeut. Omdat het zo uitkwam. Goeroe Mkl dacht dat Cn en ik ook zeker met elkaar overweg zouden kunnen en dat bleek een goede inschatting. Zodoende heeft Cn vandaag de primeur en krijgt hij meteen de andere Irène te zien. Het bange hertje. Klein en kwetsbaar. In tranen van angst voor de confrontatie van wat er over is van al het gedane werk. Dat ook Cn het predicaat goeroe verdient liet hij meteen zien. Lief, rustig, belangstellend, begripvol, opbouwend. Hij voelde exact aan wat ik nodig had. Ik vind dat zo knap. Het werd dan ook een ontzettend fijne training. Ik liep 20 minuten op de loopband in mijn vertrouwde tempo, de leg press lukte op 60 kg in 3 series van 12 herhalingen, we deden een armoefening die beslist niet tegenviel en zelfs een stabiliteitsoefening met de step lukte heel aardig.

's Middags nestelden Saar en ik ons bij mijn ouders thuis. Het is immers 29 november en volgens de traditie van Jan, Jans en de kinderen vieren we dan Sint Pannekoek! Maar eerst spelen mam en ik nagelsalonnetje. Het gaat er nogal knullig aan toe. Ik denk niet dat we dit professioneel moeten willen gaan doen.

Volgens de wetten van het pannenkoekenfeest "Bakt moeder de vrouw een stapel pannekoeken en als de heer des huizes thuiskomt legt iedereen een pannekoek op zijn hoofd en roepen we in koor: Lieve papa wij wensen u een vrolijke en gezegende Sint Pannekoek!" Maar aangezien mijn vader naar eigen zeggen de beste pannenkoekenbakker is, stond hij zelf achter de stoof en had hij echt geen zin om ook nog zo'n vettige schijf gebakken beslag op zijn kale knar te leggen. Toch jammer.

Hej hej.

zaterdag 30 november 2019

Plog 871 - Op zoek naar de speldjes in de hooiberg

Plog 871: Hoe het tij tegen alle verwachtingen in keerde en ik wanhopig op zoek ging naar de speldjes in die ellendige hooiberg.

Tis dan wel geen Frankrijk en tis dan wel geen blote benenweer maar tis even goed hartstikke lekker om hier te wandelen.

Die blije toep op links is Fiep. Die dominante tante op rechts heeft inmiddels in alle manden en op ieder kleedje van Fiep gelegen. Het principe 'spelen' is Sara nog wat vreemd. Maar in de loop van de middag stuiven de meisjes vrolijk achter elkaar aan het huis door.

Grote Sjrd was jarig en wilde voor zijn vijftiende verjaardag met ons uiteten bij de Griek. Voorafgaand aan het olympisch vlees stouwen ging hij met Enorme Sjrd een rondje mountainbiken. Met de honger zat het dus wel snor. Zijn gedachtegang "Ik doe mijn trainingsbroek aan die in de was moet!" konden we na afloop volledig volgen. Die jongen heeft ze beslist op een rijtje.

Ik weet niet wie deze Ikeahond in elkaar heeft gezet maar ergens in het proces is iets mis gegaan.

Hoe lang is het wel niet geleden dat ik eens een middag in mijn eentje de stad in ben geweest, zonder specifiek doel? Zo lang dat ik het me niet meer kan herinneren. Veel te lang! Ik kan het maar beter op gepaste wijze vieren.

Zondag 13 oktober. De dag waarop ik met twee vingers in de neus tien kilometer op mijn stappenteller aantik. Sjrd loopt de halve marathon in Eindhoven en ik ga gezellig mee. Ik geniet met een ijsje van het zonnige herfstweer. Op de terugweg in de auto begin ik droog te kriebelhoesten. Geen goede voorbode.

D'n deze liep een schitterend nieuw PR, ook met twee vingers in de neus. Hij was zo snel binnen dat ik zijn aankomst miste. Stom.

Toegegeven. De meeste aankopen bij Action zijn per definitie overbodig. Of betreurenswaardig van kwaliteit. In het slechtste geval allebei. Maar dit vogelvoedingsstation is een schot in de roos. Ik vind die houten vogelhuisjes te lelijk om aan te zien en van oneindig gaten boren in muren om huisjes op te kunnen hangen wordt ook niemand blij. Daarom is deze ijzeren constructie zo fijn. Je steekt hem in het gazon en klaar is Kees. Hier gaan we een hoop lol van beleven, wat ik je brom.

Ik ben inmiddels zo schor als een kraai en hoest zoals alleen CF'ers dat kunnen. Het pillenkuurtje Ciproxin is ingezet maar ik merk er nog niet veel van. Toch durf ik het weekend wel in te gaan zonder met Utrecht te schakelen. Bellen is namelijk komen en daar kan ik nog niet aan toegeven. Mijn moeder is zo lief om even voor me langs Kruidvat te gaan. De Andrélon is in de aanbieding en hé, we moeten wel op de kleintjes blijven letten natuurlijk. Al bellend zoeken we samen uit welke shampoos en conditioners ze voor me meeneemt. Het aanbod in verzorgingslijnen is immens. Pas bij thuiskomst lees ik waar ik mijn hoofdbeharing de komende tijd mee ga verzorgen. Oil and Curl, speciaal ontwikkeld voor krullend (kroes)haar. Toppie!

In een poging om maar niet toe te hoeven geven aan mijn gaarheid houd ik mezelf aan de gang in de keuken. Een pan pompoensoep. Een ketel tomatensoep. Een chocoladecake. Ik maak het allemaal. En voel me dan een hele pief. Keeping up appearances.

Maar na de zoveelste duizelingwekkende hoestbui komt zuster Sara steevast even checken hoe het gaat. Kwalitatief uitermate teleurstellend.

Een week na de start van mijn pillenkuur zit er niks anders op dan te bellen met het hoofdkwartier. Mijn longarts begrijpt dat ik het niet op kan brengen om nu naar de SEH te komen en plant me morgen in voor een extra consult bij hem. Voor de zekerheid moet ik een koffertje meenemen want het ziet er toch wel naar uit dat ik een infuuskuur nodig heb. Op dinsdag 22 oktober rijden mijn ouders me naar Utrecht. Longfunctie blazen, longfoto maken, bloedprikken, sputum als erwtensoep op kweek gezet. De uitslag is duidelijk. Een lage luchtweginfectie die schreeuwt om iv-behandeling. Mijn broek zakt af. Het goede nieuws is dat ik meteen terecht kan voor een piccline en een audiogram in verband met de Tobra waarmee ik ga starten. Van dat spul kun je doof worden. Het slechte nieuws is dat er in dat hele ziekenhuis nergens een bed beschikbaar is. Ik ondervind aan den lijve het structurele probleem in de zorg. Met de belofte dat er morgen om 14:00 uur op de longafdeling een bed vrij is keren we huiswaarts. Maar niet voordat we in het 'chique restaurant' nog iets hebben gegeten en gedronken. Het is al kut genoeg allemaal.

Wat wel fijn is aan deze toestand is dat ik nu mijn koffer wat beter kan inpakken. Als je zeker weet dat je moet blijven kun je ook gerichter uitkiezen wat je om je heen wil hebben in het kuuroord. Het Saradekentje mag niet ontbreken.

Geïnstalleerd op B3 west. In een tweepersoonskamer met uitzicht, aan de goede kant van de wifi en helemaal voor mezelf alleen vanwege de voorgeschreven contactisolatie. Met een gekregen cappuccino van de communicatiedame van het ziekenhuis! Zij vernam op Twitter van de perikelen rondom de beddenproblematiek en beloofde me langs te komen met een koffie naar wens om het leed een klein beetje te verzachten. Ontzettend aardig, en lekker!

In tegenstelling tot juni hang ik het nieuws van deze terugslag wel aan de grote klok. In juni ontzegde ik mezelf datgene wat een opname meer draaglijk maakt. Namelijk post. Je kunt je niet voorstellen hoe fijn het is te merken dat mensen aan je denken, meeleven en de moeite nemen dat in een kaartje te verwoorden. Dat ik na slechts één nachtje logeren al verblijd word met deze stapel is een enorme verrassing.

Het is niet alleen voor mij rot om zo ver van huis opgenomen te zijn. Ook de thuisblijvers worden gedwongen in het (mijn) ziekenhuisritme mee te bewegen. Het is ronduit luxe en lief dat Sjrd en mijn ouders er alles aan doen om ervoor te zorgen dat ik geen dag om bezoek verlegen zit. Voor hen is het stik vermoeiend om iedere keer naar Utrecht te tuffen. Vaak lukt het om de dagen af te wisselen. Vanmiddag zijn mijn ouders weer aan de beurt. Dat betekent een stevig potje kaarten.

Hoewel het me best wat energie kost vind ik het veel leuker om 's avond met de miens beneden in het personeelsrestaurant te eten. Kwestie van de maaltijd op de kamer afbestellen en aan de voedingsassistente een restaurantpas vragen. In theorie heb ik de rest van de middag tijd om me op te tutten voor onze date. Jammer dat ik daar geen enkele fut voor heb. Zelfs Netflix kijken lukt niet.

Nu ik eenmaal weet waar je in dit kuuroord een niet al te dure cappuccino met sojamelk kunt kopen ben ik een vaste klant van snelbuffet De Pitstop. Ik heb inmiddels zelfs een stempelkaart! Bij tien stempels krijg je de elfde beker gratis. Nu hoor ik echt bij het personeel. Desondanks hoop ik toch er erg lang over te doen voordat hij vol is.

De vorige twee opnames lag ik uitbesteed op andere afdelingen omdat de longafdeling toen vol lag. Het legendarische kunstwerk van de tieten had ik daarom al heel lang niet meer gezien. Liggen op de longafdeling heeft zoveel voordelen.

Nog meer geweldige post! Jullie zijn zo lief. Ik word er helemaal verlegen van.

Duo Moe en Gaar. We maken er maar het beste van. Dat dat niet vanzelf gaat mag je best weten. Het is ronduit zwaar.

Of ik zin had in een bakje fruitsalade bij de lunch, vroeg de voedingsassistente. Meine Liebe wat lekker! Deze vrouw verdient een lintje. Ik krijg meteen een flashback naar afdeling Eskimo in het oude WKZ. Daar at ik dit ook elke dag, vermalen met een Liga. Zo'n baby fruithapje.

Je weet dat het tijd is om naar huis te gaan als je prikbord vol is! Gelukkig wijzen de medische parameters dit ook uit. De ontstekingswaarde in mijn bloed laat een daling zien, mijn temperatuur is onder controle. De kuur lijkt aan de slaan. De rest kan thuis.

Na een week in Utrecht te hebben gebivakkeerd komt Sjrd me op dinsdag 29 oktober ophalen. Hij is er naar verwachting rond half twee. Ik zou de klok wel vooruit kunnen kijken maar het lukt me niet.

Voor het lieve personeel op de afdeling bestelde ik een kersenvlaai als bedankje. Zelf doen we ons tegoed aan zwarte pruimenvlaai. Met een cappu uit mijn eigen De'Longhi.

Ook thuis blijven de verrassingen mijn brievenbus vinden. Zo ontvang ik bijvoorbeeld dit enige boeketje droogbloemen van Bloomon.

Geen kuur zonder kuurcadeau. Omdat ik mijn ziekenhuistruien meer dan zat ben besloot ik voor een praktisch cadeau te kiezen. Twee nieuwe sweaters, allebei van Espit. Met het oude logo. Super!

Hej hej.