vrijdag 27 november 2020

Luchtbrug

Zo'n beetje alles lag stil tijdens de eerste golf. Zolang het niet van vitale orde was moest het wachten. Vanaf de intelligente lockdown werd je alleen in het ziekenhuis gezien als daar acute aanleiding toe was. In principe gebeurde alles bij voorkeur telefonisch. Ik kon me daar prima in vinden. En dat ik geen longfunctie kon blazen vond ik persoonlijk eigenlijk niet zo'n ramp. Het paste prima in mijn regime van rust, reinheid, regelmaat.

Half april kwam het goede nieuws naar buiten dat mensen met CF voor het blazen van een longfunctie niet langer per se naar het ziekenhuis hoefden te komen. Onze patiëntenvereniging had de handen ineen geslagen met het Radboudumc. Dankzij een speciale subsidie van de overheid en een bijdrage van Skate4AIR kwam er voor alle patiënten op korte termijn een longfunctiemeter voor thuis beschikbaar. Deze Luchtbrug zou ons maar mooi de toekomst inblazen.

Toevalligerwijs was het ziekenhuis waar ik onder behandeling ben al een poosje langer bezig met een vergelijkbaar project. Om die reden nam mijn UMC geen deel aan deze collectieve Luchtbrug. Niettemin zouden ook de Utrechtse hoesters over niet al te lange tijd met een mobiel metertje aan de slag kunnen.

Inmiddels schrijven we eind november. Mijn laatste longfunctie blies ik in februari. De uitgifte van de longfunctiemeters voor thuis duurt maar voort. Ironisch genoeg ligt door corona de levering op zijn gat. Wanneer de zwaarbevochten apparaatjes weer op voorraad zijn is het best bewaarde geheim van 2020.

Na de meest recente telefonische controle was ik er klaar mee. En ik meende te proeven dat mijn arts me hierin begreep. Het was de tijd om het heft in eigen handen te nemen. Als de Brug niet tot Irène komt, zal Irène tot de Brug gaan. De longfunctiemeters uit de collectieve Luchtbrug zijn gewoon online te koop. De kosten vallen naar verhouding wel mee en het bonnetje kan keurig in de klapper van de belastingaangifte over dit hilarische jaar. Het leek me wel een gepast kerstcadeau.

Vandaag werd mijn bestelde oranje blazert bezorgd. Van het uitpakken alleen kreeg ik al de zenuwen. Ik moest er acuut van poepen. Pas met kerst trek ik hem onder de boom vandaan. Denk ik. Voorpret is de helft van het plezier. Bovendien doet het merkwaardige presentje prima dienst als laxeermiddel. Ik hoef er maar naar te kijken of mijn darmen springen aan. Het speleding is met recht een Luchtbrug.

donderdag 26 november 2020

Tussenjaar

Met mijn mond vol brood nam ik de telefoon op. Ik wist wie me probeerde te bereiken op het bekende 088-nummer. Vanmiddag stond mijn kwartaalcontrole met de longarts gepland. Hij belde gewoon even onder lunchtijd. "Dan hebben we het maar gehad hè?' klonk de man als vanouds. Ik kon het niet méér met hem eens zijn.

Vlotjes namen we de huidige stand van zaken door. Weinig sputum op het moment, regelmatig wat gedoe met mijn buik ondanks voldoende vocht, vezels en beweging. Suikers nog steeds licht labiel met af en toe uitschieters naar boven en beneden, maar binnen de perken van de acceptabele grenswaardes. Met de aankomende vaccinaties in het verschiet voorspelde hij dat het leven zo rond de zomer wel weer zo'n beetje normaal wordt. Eenzelfde termijn noemde hij voor de beschikbaarheid van het nieuwe geneesmiddel waar de ganse zoute goegemeente reikhalzend naar uitkijkt. Wat mij betreft een stelling met de natte vinger, in het licht van het slepende traject met Orkambi en Symkevi. Ik houd mijn hart vast voor de financiële paringsdans tussen de fabrikant en de minister slash staatssecretaris die ons nog te wachten staat.

Vóór het virus was ik een dag kwijt met zo'n controle en lag ik nadien op apegapen. Sjrd kostte het een vrije dag. Vandaag rondden we na negen hele minuten bellen het gesprek af. Met de conclusie dat de vervolgafspraak over drie maanden andermaal een telefonische wordt, mits ik zo stabiel blijf functioneren als nu. Want in februari is het hartje winter, wordt er ongetwijfeld nog volop gesnotterd, en wil ik overal zijn behalve in een gigantische potentiële bron van besmetting met wat dan ook. Tevreden verbrak ik de verbinding en hervatte mijn lunch. Een lange middag lag in al zijn zaligheid voor me. De enige vermoeidheid die ik voelde was die van mijn sportsessie eerder in de ochtend. Sjrd zat al die tijd volledig facturabel te werken in zijn kantoor.

Tijdens onze middagwandeling herkauwden Sjrd en ik de controle nog eens. "De coronacrisis is het beste wat me dit jaar is overkomen," had ik lachend aan mijn arts opgebiecht. Cijfers om dit statement kracht bij te zetten kan ik niet aanvoeren. Maar ik voel aan alles dat deze manier van leven me geen windeieren legt. "Ik heb een tussenjaar," klonk het plechtig naast me. En dat is het precies. Dat je daar vroeger per se voor naar Australië moest is net zo'n bedacht concept als woon-werkverkeer, een kantoorbaan van negen tot vijf, en in een benauwd spreekkamertje gezondheidsgerelateerde vragen beantwoorden. De vrijheid om te reizen, reflecteren en relaxen zit in jezelf. Soms heb je er een pandemie voor nodig om tot dat besef te komen.

woensdag 25 november 2020

Uit dubio

Vorige week berichtte ik nog over mijn twijfels ten aanzien van het meedoen aan de Winter Flow van Move4AIR. De positieve reacties en aanmoedigende steunbetuigingen die ik al snel ontving waren net dat duwtje wat ik nodig had. Nog voor het middaguur was mijn inschrijving een feit. Toen ik naar bed ging was er al zoveel gedoneerd dat ik mijn doelbedrag naar boven moest bijstellen. Ik blijf me daarover in diepe dankbaarheid verbazen.

Inmiddels zijn alle voorbereidingen voor de Helftsteden Wandel Challenge getroffen. Mijn wandelschoenen staan opgepoetst te trappelen en alle ledematen zijn vooralsnog intact. Ik maakte een Strava-account aan en koppelde dat aan Challenge Hound. Dat platform houdt bij hoe hard het opschiet met je gekozen uitdaging. Voor mensen die gevoelig zijn voor wat onderlinge competitie een mooie extra stok achter de deur. AlleenSamen sporten zoals het in deze coronatijden bedoeld is.

Komende vrijdag klinkt het startschot en gaan alle deelnemers voor vijf weken aan de slag met hun kilometers of uren. Er kan worden gefietst, gewandeld, hardgelopen en zelfs geschaatst. Maar als je elke dag een uur lang op je kop wil staan, gaat jongleren met mandarijnen of van plan bent om naakt te tuinieren mag dat ook. Zolang je je maar op een sportieve manier inzet en daarmee zoveel mogelijk geld ophaalt voor onze taaie vijand, de Cystic.

Er hebben zich inmiddels al 31 enthousiastelingen aangemeld voor de Move4AIR Winter Flow. Gezonde mensen, zieke zielen, bekende sporters, zelfs een van tv beroemde arts-microbioloog klimt op zijn fiets tegen CF. Maar hoe meer zielen, hoe meer vreugd. En hoe meer geld in de pot voor onderzoek naar taaislijmziekte. Aanmelden is nog steeds mogelijk. En onthoud: als die Irène het kan...

Voor twee twijfelkonten die dit blog lezen heb ik een aantrekkelijke actie: als je je aanmeldt via mij mag ik je een exclusieve kortingscode geven die je vrijstelt van het inschrijfgeld ter waarde van €20,00. Laat een reactie achter, reageer op Facebook of stuur me een mailtje (mail@irenemols.nl). Ik klink zowaar als een echte influencer nu. Ware het niet dat ik zelf wel twintig ekkies lapte om mee te kunnen doen. Het bedrijfsmodel van een carrière als influencer moet nog wat aangescherpt blijkt wel. Maar dat wordt mijn volgende uitdaging. Eerst eens die 100 kilometer wandelen eraf brengen zonder kleerscheuren. En mocht je me eventueel nog willen sponsoren, dan kan dat hier.

dinsdag 24 november 2020

Element

Ik was zo'n kind dat graag het gezelschap van volwassenen opzocht. Mijn moeder maakte ooit een foto waarop ik gezellig zit te lunchen met een stel mij onbekende bouwvakkers. De garage aan de andere kant van onze driekapper werd verbouwd. Ik had al snel in de smiezen dat daar de actie was. Toen de mannen rond lunchtijd hun broodtrommels erbij pakten, snelde ik naar huis. Met twee boterhammen met vruchtenhagel en een beker melk vervoegde ik me niet veel later weer bij hen. Daar zat ik, met mijn rug tegen de muur, bovenop twee opgestapelde zakken cement. In mijn groen-witte joggingpak, zo'n palmboomstaartje midden op mijn hoofd. Een jaar of zeven zal ik zijn geweest. Helemaal in mijn element.

In alle vroegte en eerder dan afgesproken meldden de hoveniers zich vanmorgen. Met groot materieel stonden ze op de stoep. Vóór acht uur 's morgens zijn wij hier niet op ons best, helemaal met een buik op oorlog. De eerste echtelijke ruzie was dan ook binnen een kwartier een feit. Sjrd vertrok mokkend met zijn brood naar het kantoor, ik zat met een strakke bek aan de eettafel mijn ontzettende yoghurt naar binnen te lepelen. Buiten klonk het geknetter van een motorzaag.

Zo'n beetje tegen de eerste koffiepauze zat er weer model in de haag en was het ergste gif binnen ook wat gezakt. De bekende terugslagen die nou eenmaal bij CF horen hebben toch altijd meer impact dan we graag willen. Ze verstoren de balans en brengen het vertrouwen meteen aan het wankelen. Inmiddels herkennen we het patroon en tegenwoordig halen we sneller dan voorheen de angel eruit. Uitpraten, afzoenen, klaar.

Rond de klok van half één installeerden de tuinmannen zich in het zonnetje op het terras voor hun middagpauze. Uit de blauwe plastic tas kwam van alles tevoorschijn. Een gevulde koek. Een blikje energy drink. En goed belegde broodjes in zilverfolie. Sara was er als de kippen bij. Druk snuffelend hupte ze van de ene hand naar de andere. Ronduit flirterig kronkelde ze haar tengere lijf rond de werkmansbenen. Alles voor een gevallen kruimel of een stukje kaas. Van lieverlee nestelde ze zich op de hocker, pontificaal in het midden tussen de jongens. Intens tevreden zat ze daar, helemaal in haar element. Het was alsof ik naar de hondenversie van mijn zevenjarige zelf zat te kijken. Als we vruchtenhagel in huis hadden gehad was ik naar de keuken gesneld.

maandag 23 november 2020

Streng

Midden in de nacht werd ik wakker. Als een speer schoot ik overeind. Het maagzuur zat al bijna in mijn keel. Op de tast wankelde ik naar de badkamer. Precies op tijd hing ik met mijn hoofd in de wc-pot. Even later keek ik naar een reep donkere groene kool en wat ondefinieerbare brokjes. De kool oogde nog net zo fraai als ik hem acht uur geleden in mijn maag had geparkeerd. Hij zou zo opnieuw de pan in kunnen. Ik had er meer van verwacht, gehoopt. Maar overgeven lukte net zo min als poepen. Mijn buik stond op springen.

Met de hoofdsteun omhoog dommelde ik toch nog in. Een paar uur later werd ik geradbraakt wakker. In mijn darmen leken aliens te wonen, zo ging het vanbinnen te keer. Met de smaak van een dode papegaai in mijn mond stond ik op. En ik wist: deze dag is naar de klote, nog voordat hij is begonnen.

Toch duurde het nog enkele uren voordat ik me over kon geven aan de situatie. Toegeven dat onze geplande wandelafspraak in de middag niet door kon gaan. Erkennen dat je CF deze wedstrijd moet laten winnen. Accepteren dat dit de situatie is. Voor ik op dat punt ben beland gaat altijd een heel proces aan mentale zelfkastijding vooraf.

Het trekt zo wel weg. Is het echt zo erg? Wandelen is juist hartstikke goed als de boel op slot dreigt te raken. Gewoon een paracetamol nemen en niet piepen. Je suikers zijn toch goed? En je sputum toch ook? Stel je niet zo aan.

Dat het maagzuur intussen uit mijn oren spuit. Dat ik de ene snijdende boer na de andere laat. Dat onder mijn trui een voetbal lijkt te zijn verstopt. Dat een glas water aanvoelt alsof je messen hebt gedronken. Dat ik wenste mijn ingewanden even buiten mezelf te kunnen parkeren, via een vernuftig luikje onder mijn middenrif. Waarom ben ik toch altijd zo streng voor mezelf? Wie help ik daarmee?

Toen het kwartje eenmaal was gevallen kon ik me eraan overgeven. In plaats van de harde hand koos ik voor fluwelen handschoenen. In alle rust las ik mijn boek uit. Pas halverwege de middag stapte ik onder de douche. Mijn gezicht kreeg een scrubje, mijn haar een maskertje. Daarna installeerde ik me op de bank voor The Crown op Netflix. Maar bovenal legde ik mezelf geen druk op. Niks moeten, niet wandelen. Tevreden zijn met ons noeste poetswerk van gisteren in plaats van te zien wat niet gebeurde. Het is echt een hardnekkig patroon hoor. 's Avonds bakte ik zelfs nog een perencake en een volkorenbrood voor morgen.

Afgezien van de pijn en het ongemak was het nog best een fijne dag. En wat morgen brengt zien we dan wel weer. Ik hoop poep.

vrijdag 20 november 2020

Griepprik

Alle keren dat ik vorig jaar mijn neus in de huisartsenpraktijk liet zien mondde dat uit in een ziekenhuisopname. De afspraak om twee moedervlekjes te laten nakijken. De inhaalafspraak om de moedervlekjes in kwestie weg te laten branden. Het halen van de griepprik. Op de klok nauwkeurig kon ik een week later mijn koffer volladen met onderbroeken en slobbertruien voor een enkeltje Utrecht. Mijn weerstand stond erbij en keek ernaar. Hij lachte me nog net niet uit.

Of het een kwestie was van puur toeval en domme pech of dat ik er echt telkens iets viraals oppikte is niet te zeggen. Heel veel vertrouwen om daar überhaupt nog een voet over de drempel te zetten bood het in elk geval niet. Helemaal nu we te kampen hebben met het moeder aller virussen.

Toen ik laatst de jaarlijkse oproep voor de griepvaccinatie uit de brievenbus viste brak het angstzweet me terstond uit. Mooi niet dat ik tegelijk met mijn kwetsbare dorpsgenoten in de rij ging staan voor een nieuwe besmetting. Dan nog liever geen prik. Een paniekerig belletje met de assistente later was van mijn zorgen niks meer over. Natuurlijk begreep ze mijn situatie en de dokter kwam de prikken voor Sjrd en mij gewoon aan huis zetten. We hoorden nog wel wanneer. Een fraai stukje maatwerk en ontzorgen naar de patiënt toe.

Vanmiddag stond ik uitgebreid te poedelen onder de douche toen de bel ging. Op het moment dat ik een royale dot shampoo door mijn haren woelde ging de badkamerdeur open. Omstandig gebaarde Sjrd dat de huisarts er was, voor de griepprik. "Ik ben aan het douchen," reageerde ik tamelijk uilig. Soms sta ik van mezelf te kijken. Als de bliksem spoelde ik bergen schuim van me af. Een seconde overwoog ik snel een grote badjas om mijn natte lijf te knopen en al druppend van de trap af te rennen. Gelukkig bedacht ik op tijd dat de man zich dan een hoed zou schrikken en het wel een erg ongemakkelijke toestand werd op die manier.

Eenmaal beneden, droog en decent gekleed, sloeg mij de schrik om het hart. Er stond zomaar een vreemde in onze hal. Met de deur dicht. Die situatie kende ik sinds februari niet meer. Daar ging ons rein vacuüm! Het medisch mondmasker op zijn gezicht vormde de enige barrière tussen de smerige buitenwereld en de smetteloze bubbel waarin wij bivakkeren. Geroutineerd deed de huisarts zijn ding en in een mum van tijd vond het vaccin zijn weg in mijn lijf. Apathisch wuifde ik hem gedag.

Nadat hij weg was ontsmette ik als een idioot de hele hal met pure alcohol. Het liefst was ik opnieuw onder de douche gesprongen voor een extra wasbeurt. Voor mijn gevoel moeten we nu tien dagen in quarantaine. Bij elke toekomstige kuch of neuskriebel zal ik me koortsachtig afvragen of het begonnen is. Als mijn telefoon pingelt vrees ik een bericht van de CoronaMelder. Ik zal obsessief met mijn neus boven de koffiebonen hangen om mijn reukvermogen te peilen. Misschien kan ik zekerheidshalve alvast een afspraak inplannen voor een ritje door de teststraat.

Het zijn niet de bijwerkingen van een vaccin waar een mens krankjorum van wordt. Het is de noodzaak van het vaccineren. En dit was pas de gewone griepprik.

donderdag 19 november 2020

Kopkluiven

Het leek wel lente. De lucht was strakblauw. Het novemberzonnetje brandde uit volle borst. De keuze voor mijn dikste winterjas was wat ongelukkig. Al binnen vijf minuten liep ik te puffen. De geopende rits kon niet voorkomen dat er nattigheid ontstond onder mijn oksels. Gelukkig zweet ik geurloos.

Op de dijk was het druk. Fietsers haalden ons in en kwamen ons tegemoet gereden. We passeerden een enkele wandelaar. Rechts van het pad klonken bouwgeluiden. De huizen in aanbouw weer een dag dichter bij oplevering dan gisteren. Een metselaars floot vrolijk mee met een Hollandse hit. Op een wankele ladder stond iemand met een boor in zijn hand. Twee gehelmde kerels hielden pauze op een muurtje. Ze zaten met hun rug naar het water. Een van hen rochelde een flinke fluim omhoog. Met een boogje belandde hij in de toekomstige tuin.

Het water van de Maas leek feller gekleurd dan op andere dagen. Het was een rimpelloze, azuurblauwe vlakte. De grotendeels uitgeklede bomen in de verre verte weerspiegelden in de gladde plas. Er stond amper een zuchtje wind. Toch zeilden bij het surfstrandje enkele planken voorbij. Het waren ideale omstandigheden voor beginners. Wat dichterbij was een zwanenkoppel in de weer met het middageten. Hun witte kontjes staken pront omhoog, onder het wateroppervlak was het buffet geopend. Langs de rietstengels zwom een toompje eenden. Opgewonden gesnater schalde over het water.

Intens genietend liep ik daar. Wat een cadeau was deze najaarsdag. Plots viel mijn oog op iets in de nabije verte. In de groene strook tussen het pad en de oever stonden twee mensen. Onmiskenbaar een man en een vrouw. Het kale hoofd van de man was gekanteld naar rechts. De kleinere, grijze gestalte stond er met haar neus bovenop. Was hij misschien zijn gehoorapparaat kwijt? Waren hun kledingstukken per abuis in elkaar gedraaid en probeerde zij de boel te ontwarren? Pas toen ik er pal voor stond viel het kwartje. Deze verliefde zeventigplussers stonden niet minder dan hevig te kopkluiven. Hun wachtende hondjes keken wat beduusd. Onbeholpen drentelden ze om de benen van het stel. Zouden ze snel klaar zijn?

Het leek wel lente.

woensdag 18 november 2020

In dubio

Deze week is het drie jaar geleden dat ik op het Eindhovense ijs mijn rechter heupkom kapot viel. Nooit van m'n leven kende ik zoveel pijn als toen. Ik voel me nog kermen, half liggend op de transportplank voor de CT-scan van mijn bekken. "Geef dan een beetje tegendruk aan dat been!" smeekte ik tegen de radiologisch medewerker. "Maar meiske, dan maak ik misschien nog veel meer kapot," reageerde de man weinig hoopvol. Gezien de aard van de breuk mag het een wonder heten dat ik er precies nul restklachten aan heb overgehouden.

Met de val kwam ook een abrupt en definitief einde aan mijn korte schaatscarrière. De geplande 50 kilometer op de Weissensee die ik met Skate4AIR zou maken bleven onvolbracht. Wel droeg ik - samen met alle mensen die me sponsorden - royaal bij aan de totaalopbrengst van dat jaar. Daarmee was toch niet alles voor niks geweest. De pijn en de angst, het verdriet en het ongemak.

Aan Sjrd beloofde ik me nooit meer in te laten met schaatsen. Hij is nog altijd niet bekomen van alle keren dat hij mijn fraaie uitwerpselen uit de postoel al kokhalzend in de wc-pot moest kieperen. Chloor ruikt sinds die tijd nooit meer hetzelfde. Zijn hekel aan Skate4AIR was hartgrondig.

Groot was dan ook mijn verbazing toen diezelfde Sjrd zich afgelopen zomer inschreef voor Move4AIR; de zusterorganisatie van Skate4AIR. Hij besloot te gaan fietsen voor lucht. Om in dit karige coronajaar toch zoveel mogelijk fondsen te werven voor onderzoek naar de genezing van CF, is er in ijltempo een nieuw initiatief uit de grond gestampt. AlleenSamen sporten, in een discipline naar keuze, en met uitdagende doelen passend bij ieders conditieniveau. Zo reed Sjrd in zes weken tijd virtueel de Alternatieve Elfstedentocht (opgeplust tot 532 km) op de mountainbike.

Na twee succesvolle flows in de zomer en het voortdurende coronafeest waar voorlopig nog geen einde aan komt, kon de organisatie van Skate4AIR helaas niet anders dan met Move4AIR een derde Winter Flow optuigen. Er is een dikke streep gezet door de geplande schaatstochten in Oostenrijk en Zweden. Een even moedig als zuur besluit. Met een lel van een financiële aderlating als benauwend gevolg.

En nu zit ik dus in dubio. Na het gebedel en geleur om sponsorgeld in 2017/2018 was ik er wel even klaar mee. Hoe vaak kun je bij dezelfde mensen aankloppen om weer een vrijwillige bijdrage? Allicht ga ik er niet van op vakantie en worden de euro's meer dan nuttig besteed, maar dan nog. Bovendien tastte een deel van onze sociale kring afgelopen zomer al in de buidel om Sjrds deelname te sponsoren. Kan ik het vanuit moreel oogpunt nog wel maken om me als deelnemer op te geven?

Meedoen zou mijn pechverhaal zo mooi rond maken. De ultieme wraak op dat akelige voorval. In plaats van 50 kilometer schaatsen in Oostenrijk 100 kilometer wandelen door het Limburgse landschap. Ik krijg vijf weken de tijd om de Helftsteden Wandel Challenge te volbrengen. Het sponsorjack met bedrijfslogo's van drie jaar geleden hangt als nieuw in de kast... Geld voor onderzoek naar CF is nog steeds keihard nodig. Dit jaar misschien nog wel meer dan andere jaren.

Ik heb nog tot 27 november om me in te schrijven... Jij ook trouwens!

dinsdag 17 november 2020

Cursusfuik

Zeg eens eerlijk. Heb jij je wel eens laten verleiden tot de aanschaf van een spulletje of dingetje dat werd aangeprezen door een influencer?

Hoewel ik graag geloof weinig beïnvloedbaar te zijn, ben ik inmiddels toch al een paar keer succesvol in de val gelokt. De ene YouTubester prees haar lievelingsboek aan. Meerdere andere beauty-types zworen bij een levensveranderende mascara. Mijn meest recente aanschaf betrof een pot muurverf. De vlogster in kwestie smeerde het kekke kleurtje op haar slaapkamermuur. Het was geeneens een samenwerking of gekregen product. Na vijf verhuisvlogs met beelden van die kleur was het zaadje geplant. Inmiddels liggen we in praktisch dezelfde kamer. Ze moest eens weten.

Steeds vaker krijgen influencers een tik op de vingers van de Reclame Code Commissie. Ze mogen best producten aanprijzen als ze er ook maar duidelijk bij vermelden dat het om reclame gaat. Zodat de argeloze kijker kan bedenken dat er geld wordt betaald voor een positieve recensie van een zelfbruinend smeersel of zonvakantie. Of Enzo Knol echt zo dol is op vissticks als hij in zijn vlogs beweert kun je je afvragen.

Om voor hun broodwinning niet louter afhankelijk te zijn van externe merken heeft een deel van de influencers een nieuwe bron van inkomsten aangeboord. Namelijk zelfbedachte online cursussen verkopen. Je kunt het zo gek niet verzinnen of er is een cursus over opgetuigd. Geld besparen op je boodschappen? Budgetcursus doen. Groeien op Instagram? Cursusje kopen. Efficiënt leren plannen? Plantraining volgen. Het creatieve brein achter deze open deur ontwikkelde er zelfs een unieke agenda voor. Die je uiteraard gratis krijgt bij het aanschaffen van de cursus. En zoals dat gaat bij een goede cursus: hij maakt nieuwsgierig naar meer. Ik wil ze de kost niet geven, de dolende zielen die in deze cursusfuik zijn gelopen.

Verbazing en jaloezie voeren een innerlijke strijd in mijn hoofd. Dat hier echt geld mee te verdienen valt. En hoezo verkoop ik nog geen cursussen?

Dus: binnenkort op dit kanaal. De online cursus Hoe vercursus ik mijn verhaal? In vijf leuke lessen neem ik je stap voor stap mee in de ontwikkeling van jouw eigen cursus. In de exclusieve leeromgeving van Mijn Academie vind je inspirerende video's, een interactief e-book en uitdagende werkbladen. We gaan samen op zoek naar jouw unique selling point. Wat voor jou een open deur is, kan voor de ander een met sloten behangen poort zijn naar een nieuw leven! En jij hebt die sleutels in de hand...

Zelf ben ik alvast super enthousiast! Voor de snelle beslissers hanteer ik een speciale korting van 10% op de inschrijfkosten. De eerste vijfentwintig deelnemers aan de Basiscursus zijn verzekerd van een plek in de Vervolgcursus. Wacht niet te lang want op = op... Tot gauw!

maandag 16 november 2020

Als Arie

Hij droeg een korte broek, terwijl het er niet het seizoen naar was. Middenin het gesprek sprong hij plots op tafel. Uit stand katapulteerde hij zijn twee meter lange lijf omhoog. Stond hij daar, met zijn behaarde onderstel en blije bakkes. Waar kijk ik naar? vroeg ik mezelf een aantal jaar geleden verbouwereerd af. Arie Boomsma zat aan tafel bij DWDD. Tot hij er ineens bovenop stond.

Arie bleek niet high on speed maar high on sports. Boomlange Boomsma is een sportgod. De domineeszoon wedijvert tussen het verkondigen van de gezonde leefstijl en het geloof in de Heere. Hij is belachelijk goed afgebakken maar overgoten met een glijerig sausje. Zijn gespierde lijf oogt als een levensgroot prentenboek. Vaker dan de mensheid nodig heeft duikt de man op in tal van media. Hoewel hij maatschappelijk poogt te schuren blijft aan al zijn optredens de brave, stichtelijke moraal kleven. Ik vind hem even fascinerend als irritatie opwekkend.

Na een korte, onschuldige zoekactie op iets work-outigs op Instagram drong het algoritme de berichten van Arie aan me op. Tussen de video's over mee-eters uitknijpen en taarten decoreren (van beide loopt me het water in de mond) hing Arie in zijn eigen sportschool in de touwen. In korte filmpjes demonstreerde hij welke geinige oefeningen je super makkelijk kunt doen om ook in zo'n afgetraind cocon te wonen. Zelfs in zijn eigen woonkamer lag hij met de sierkussens van de sofa op de grond te rollebollen. In alles zat training. Het was een kwestie van je levensstijl herinrichten.

Pas toen ik een reeks aan willekeurige alternatieve zoektermen aan het algoritme had toegevoegd, was mijn Instafeed eindelijk verlost van alles wat op Arie leek. Maar het kwaad was al geschied, zoals dat met influencers gaat. Op een dag vond ik mezelf terug in onze natte douchecabine. Met de wisser in mijn hand zigzagde ik van boven naar beneden om de druppels weg te vegen. In plaats van krom gebogen door mijn rug zakte ik soepeltjes in een squat. Hoe lager ik kwam, hoe dieper mijn knieën bogen. Mijn billen raakten bijkans de tegelvloer. En die bovenbenen maar trillen.

Sindsdien is het hek van de dam. Te pas en te onpas zie ik mezelf aan de eettafel hangen. Even wat setjes dips maken, afgewisseld met series opdrukken tegen de tafelrand. Opstaan uit een stoel is een gratis squat. Als ik me van de woonkamer naar de keuken verplaats gaat dat per walking lunge. Het sjouwen met gevulde boodschappenkratten beschouw ik als een extra work-out. Ik sla geen douchebeurt over zonder mijn spieren op te rekken.

Als ik dan in mijn blootje voor de spiegel sta span ik mijn bovenarmen aan. Terwijl ik mijn romp roteer speuren mijn ogen naar plekken waar iets van definitie waarneembaar zou kunnen zijn. Mijn verwachtingen komen nog niet helemaal overeen met de geïnvesteerde moeite. Hoe lang duurt het precies voordat zo'n nieuwe way of life gaat lonen naar arbeid? Misschien moet ik net als Arie tatoeages nemen. Dan begin ik met buikspieren.

vrijdag 13 november 2020

Vrijdag de dertiende

Het is niet zo dat ik in een paniek raak bij het zien van een zwarte kat of een doodgraver op straat. Sterker nog, ik had ooit een korte scharrel met zo iemand. Van knoeien met zout of schoenen op tafel zetten krijg ik evenmin de zenuwen. Zolang alles maar op z'n vaste plek staat. Het zout links van de peper en de schoenen strak in het gelid. Het getal dertien echter probeer ik zoveel mogelijk te vermijden. Het volume van de tv, het aantal keren dat ik iets doe, een auto kopen met dat nummer in het kenteken. Allemaal liever niet. Aan het feit dat ik op een zondag geboren ben ontleen ik erg veel geluk.

Dat mijn moeder uitgerekend vandaag aan de beurt zou zijn voor de vervanging van haar heup bezorgde me dan ook licht de kriebels. Toen ze vorige week hoorde dat de operatie wordt uitgesteld, vanwege het afschalen van de reguliere zorg, kwam het toch een beetje als een geluk bij een ongeluk. We hopen vurig dat ze binnenkort alsnog aan de beurt is voor de noodzakelijke revisie. Pas in augustus volgend jaar valt de dertiende weer eens op een vrijdag. Ik mag lijden dat ze tegen die tijd weer zeven Kennedymarsen in de benen heeft.

Mijn omaatje bereikt vandaag de hoge leeftijd van 97 jaar. Ze werd geboren op een dertiende dinsdag, dat wendde al een hoop potentieel onheil af. Niettemin verloor ze bijna vijftig jaar geleden haar man en leeft ze sindsdien alleen. De laatste jaren woont ze in een verzorgingstehuis. Nog steeds in een zelfstandig appartementje maar steeds meer afhankelijk van hulp. Wanneer ik haar voor het laatst bezocht weet ik al niet meer precies. Het zal vorig jaar ergens zijn geweest. Ze was nog maar een schim van de vrouw die ik me herinner van vroeger. Sterk en zelfredzaam. Hoe ze per spoor het land doorreisde om haar kinderen te bezoeken. Met voor mij zo'n bakje houdbare fruitkwark in haar tas, of soms een rol Mentos. Voor corona gingen mijn ouders elke week bij haar langs, na haar middagdut. Met de keer was ze vergeetachtiger, magerder en vermoeider. Het flakkerende vlammetje alsmaar kleiner.

Sinds het virus ziet ze nog maar weinig mensen van buiten. Ook in haar veilige omgeving tierde corona welig. Toen de deuren van het verzorgingstehuis in het voorjaar weer voorzichtig open mochten, werd ze eens naar een aparte kamer gereden waarin ze bezoek mocht ontvangen. Even maar, en op veilige afstand. Ik kreeg een filmpje toegestuurd waarin ze ons allen dapper hartelijk groette. Haar stem klonk vertrouwd maar de blik was me vreemd. Dat ze in de laatste fase van haar leven zelden nog aanrakingen van geliefden kent vind ik ontzettend verdrietig. Niemand kon je zo stevig beetpakken en snoeihard in je oor zoenen als mijn oma.

Mijn theezakje wilde weten wat het leukste is dat ik van mijn oma leerde. Dat moet onze overeenkomstige controledrang zijn. Ook alles in haar huis kent een vaste plaats. Handelingen gebeuren in dezelfde volgorde. Honger heeft ze pas op het hele uur. Ik kan me voorstellen dat het volume van de televisie niet op dertien mag. Vroeger lag er naast haar telefoon een kladblok. Daar werd driftig op geturfd wie er allemaal belde om te feliciteren met haar verjaardag. Van die administratie deed ze schaamteloos verslag als je haar zelf sprak.

De weinige keren dat ik haar nu bel weet ze nog steeds hoe ik heet. Zelfs de naam van Sjrd koppelt ze zonder haperen aan die van mij. Maar de gesprekjes duren kort. Je hoort dat het haar moeite kost om grip te houden. Al binnen een minuut kapt zelf het gesprek af, voordat je kunt vragen hoe het gaat. Ik kan me niet voorstellen dat ze vandaag met de pen in de aanslag naast de telefoon zit om de verjaardagsbelletjes consistent bij te houden.

Als het goed is ontvangt ze vanmiddag een kaart, met fleurige bloemen aan de voorkant en een actuele foto van ons erin. Het liefst had ik er eerlijke woorden bij geschreven. Over hoe zeer ik haar een zacht en voorspoedig einde wens. Dat ik hoop dat ze snel naar de hemel mag, naar opa Sjef die ze al zo lang mist. Maar de gifbeker moet leeg. Het vlammetje wil nog niet doven. Misschien is mijn oma zelf wel een zwarte kat. Eentje met negen levens.

donderdag 12 november 2020

Belletje lellen

Bijna dagelijks wordt er op onze bel gedrukt. Telkens schiet het adrenalineniveau van de hond des huizes dan omhoog. Luid blaffend spurt ze naar de voordeur. Niet zelden glijdt ze daarbij uit en belandt half struikelend op haar snuit. Het zit haar blijkbaar erg hoog. Welk stuk onverlaat heeft het gore lef ons domein te betreden?

Nou zijn dat er in de regel nogal wat. Bezorgers van boodschappen. Bezorgers van postpakketten. Bezorgers van medicijnen. Collectanten. Buurtkinderen die komen leuren om lege flessen. Buurtkinderen die heitjes willen verdienen met karweitjes. Volgens mij weten ze niet eens wat een heitje is. Studenten met een goede doelenjack aan en een keycord met een pasje om de nek. Studenten in een willekeurig energieboerjack en een iPad in de hand. Laatst trof ik er een die ook nog een rol kunstgras onder de arm droeg. Met mijn wenkbrauwen in de lucht keek ik toe hoe hij anderhalve meter groen, pluizig plastic uitrolde. Heel ludiek allemaal. Het was net niet genoeg om van leverancier te wisselen, maar hij kwam akelig dicht in de buurt.

En sinds corona is er nog een categorie notoire bellers bijgekomen. De boevige vervelia's, uit op grapjes. Een paar keer per week wagen ze zich aan het oud-Hollands belletje lellen. De eerste twee keer was dat hilarisch. De hond over de flos, wij voor niks naar de deur. Ze zullen in een deuk gelegen hebben, daar waar ze zich verschansten. Wat ze na acht maanden Groundhog Day niet doorhebben is dat we ze inmiddels van heinde en verre zien aankomen. Het kantoor waar Sjrd zit te werken ligt aan de straatkant; hij ziet alles en iedereen dag in dag uit aan zich voorbij trekken.

De potige buurjongen die dagelijks de sportschool aandoet maar met de hond nog geen honderd meter maakt. De nerds die al babbelend met een gevulde tas naar de glasbak lunchwandelen. Op woensdag en vrijdag de ma-di-domoeders die af en aan pendelen tussen huis en school. En het grut. Op fietsen, met Nerf guns, gillend of zingend, vervaarlijk steppend. Het zijn de renners die je in het snotje moet houden. Dat ze in de meeste gevallen fluorescerende jasjes dragen werkt niet in hun voordeel. Als er na het gerinkel van de bel zo'n felgeel kind voorbij flitst weten wij al hoe laat het is. Sara, die tijdens kantooruren zo'n beetje in de vensterbank woont, ziet dit ook allemaal gebeuren. Het is ronduit jammer dat ze de vertaalslag van nodeloos bellen naar nodeloos blaffen niet kan maken. Daar is ze dan toch te hond voor.

Vanmorgen klonk ineens de bel. Tijdens schooltijd, zonder verwachte pakketten in aantocht. Sara reageerde zoals Pavlov het graag ziet. In plaats van een mens stond er een plastic tasje voor de deur. Verbaasd keek ik de straat in. Heel in de verte zag ik een bekende gestalte wegfietsen. Intussen bereikte een zeer welriekende geur mijn neus. Was het werkelijk?

Verse nonnevotten van de bakker, op de elfde van de elfde, dankzij die lieve Nk. Ik kon wel janken van geluk. Alaaf!

woensdag 11 november 2020

Himmelhoch

Coronacoaster: The ups and downs of a pandemic. One day you're loving your bubble, doing work outs, baking a banana bread and going for long walks; and the next day you're crying, drinking gin for breakfast and missing people you don't even like.

Al verdwalend op het wereldwijde web stuitte ik prompt op bovenstaande tekst. Grijnzend nam ik de woorden tot me. Dit omschrijft de situatie waarin we nu al maanden leven precies. Ik zou willen dat ik het zelf verzonnen had. En iedereen die dit leest met mij, gok ik. Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt, zoals Goethe zijn gevoel verwoordde. Hij had het in de achttiende eeuw ook niet altijd makkelijk.

Ik moet zeggen dat de quarantainedips hier van korte duur zijn en maar weinig frequent voorkomen. En zelfs op die momenten weet ik mezelf bij mijn nekvel te vatten om er toch een fijne dag van te maken. Even klagen, een beetje sippen en weer door. Juist naar buiten, gewoon een tandje bijzetten tijdens de online fysio. En een schaaltje strooigoed bij de koffie, dat ook.

"Welk cijfer geef je je leven op het moment?", vragen Sjrd en ik een paar keer per jaar aan elkaar. Al maanden komen we allebei uit op een prachtige negen. Er waren tijden, zonder pandemie maar met voor onszelf een stuk meer gezeik, dat de getallen beduidend lager lagen. Vorig najaar blonk niet bepaald uit van geluk, bijvoorbeeld.

Met de ontwikkeling van vaccins die ons beloven te beschermen tegen Covid19 schiet het inmiddels hard op. Het lijkt er toch op dat we ergens volgend jaar weer in de buurt komen van een situatie die we kennen zoals hij was voor de uitbraak van het virus. Op zich is de wereld daar wel weer aan toe.

Tot mijn eigen verrassing betrapte ik mezelf op een ander gevoel dan uitzinnige blijdschap, bij de aankondiging van dit hoopvolle nieuws. Het idee dat onze bubbel dan ook doorgeprikt wordt vind ik eigenlijk wel jammer. Ik gedij meer dan prima in dit zalige, zelfgeschapen vacuüm. We hebben het intens gezellig samen. Niet eerder brachten Sjrd en ik zo lang zo veel tijd met elkaar door. Dat je dat na bijna 17,5 jaar verkering zo voelt is het summum van rijkdom. Gelücklich allein, ist die Seele die liebt. 

Zeker zie ik er naar uit om straks mijn ouders weer een zoen te kunnen geven. En ik verheug me ook best op een zorgeloos rondje door de stad. Op ouderwets afspreken met vrienden of een hapje eten buiten de deur. Maar de keerzijde van deze vreugdevolle vooruitzichten is dat de plichtplegingen, die ik nu mis als kiespijn, zich ook weer opdringen in mijn leven. 

Als kind was ik nogal een angsthaas. In de spaarzame situaties dat ik me in attractieparken bevond, was ik degene die op de tassen paste terwijl de rest van mijn leeftijdsgenoten joelend over de kop ging. Pas diep in de puberteit durfde ik voor het eerst van mijn leven in de achtbaan. Een half leven en een pandemie later blijk ik zomaar vergroeid met mijn coronakarretje. Als je de achtbaan eenmaal kent en weet bij welke loopings de g-krachten aan je trekken, is elke repeterende rit kinderspel.

dinsdag 10 november 2020

Seriejunk

Er is weinig zo ontspannend als je verliezen in een goede serie. Spannend, grappig, gruwelijk, vertederend, raadselachtig, romantisch. Het voldoet zolang het boeit. Hier in huis wordt heel wat afgekeken. We volgen samen series maar ook apart tikken we hier en daar wat seizoenen van het een of het ander af. Het klassieke bingewatchen krijgen we allebei maar niet onder de knie. Na anderhalf uur scherm staren krijgt een van ons tweeën onherroepelijk te maken met het lange knippersyndroom.

Persoonlijk sta ik meestal nogal ambivalent tegenover goedbedoelde kijktips. Wat de één een toffe serie vindt, kan de ander amper bekoren. Ik noem een Game of Thrones. Volgens mij ben ik een der laatste Mohikanen die nog geen seconde van het mythisch epos zag. En ik doe er alles aan om die status quo te behouden. In datzelfde rijtje mag ook Soldaat van Oranje - de musical niet ongenoemd blijven. Corona doet hard zijn best om die oorwurm eindelijk voor eens en voor altijd de nek om te draaien.

Netflix uitspelen is nog nooit iemand gelukt; het aanbod is zo overweldigend groot dat je gerust avonden kunt vullen met alleen maar trailers kijken. Al ga je dan wel steevast met een ontevreden gevoel naar bed. Daarom wil ik je graag toch wat suggesties aan de hand doen. De donkere dagen voor kerst komen eraan. Vertier moet thuis gezocht en beleefd worden. Zie het als een stuk voorwerk dat ik je ontneem. Wie weet zit er zowaar iets bij waar je me later nog eens voor bedankt? Omdat ik ook een broertje dood heb aan oneindig veel korte beschrijvingen waar je nog niks uit op kunt maken, laat ik die ook achterwege. Zoek gewoon de trailer op, kijk, en beslis dan of het je iets lijkt.

Engels gesproken series waar mijn hartje sneller van gaat kloppen zijn onder andere bekende titels als Sex Education, Broadchurch, The Crown. Onbekender maar zeker niet onbeminder waren Black Mirror, Body Guard, Manhunt, The Queen's Gambit.

Daarnaast is er een hoop Scandinavisch het kijken waard. Natuurlijk Borgen, The Killing, The Bridge, Rita. Maar waar ik ook erg van genoot waren Dicte, Midnight Sun, Beck, Springtide, Deadwind, The Valhalla Murders, Quicksand.

En vergeet onze oosterburen niet. Het Duits is een mooie taal en hun series zijn 'unbedingt' een aanrader. Wat te denken van Weissensee, Charité, Charité at War, Unorthodox.

Om ons Frans op te poetsen zetten we tegenwoordig ook graag Franstalige series op. Zo zagen we al La Forêt, La Mante, Dérapages, Le Chalet.

Qua Nederlandse series komt de seriejunk de laatste jaren gelukkig steeds meer aan zijn trekken. Natuurlijk met Undercover, Klem, Hollands Hoop, Penoza, Overspel, Oogappels. Maar ook het Vlaamse De Twaalf was een pareltje.

De aller vetste serie ooit gemaakt is wat mij betreft The Handmaid's Tale. Vorig jaar zag ik alle drie seizoen in mijn eentje. Sjrd dacht dat het niks voor hem was. Als bij een wonder kreeg ik hem dit jaar zover om het toch een kans te geven. En al na de eerste aflevering was hij om. Ik vond het bepaald geen straf om de serie voor de tweede keer te bekijken. We zien nu samen reikhalzend uit naar het veelbelovende vierde seizoen. The Handmaid's Tale is te zien op Videoland; ik zou daar zelfs speciaal een abonnement voor afsluiten.

Wie de bal kaatst kan hem terug verwachten. Op het gevaar af spijt te krijgen van mijn vraag stel ik hem toch. En wat vind jij? Welke serie is volgens jou echt het kijken waard?

maandag 9 november 2020

Lichtjes

We vielen vol met onze neus in de boter. Een heftige aanval van schoonmaakwoede in de middag resulteerde weliswaar in een blinkend huis maar ook een gemiste wandeling door de zon. De dweil kan immers niet altijd gespannen staan. Na de avonddis trokken we alsnog de loopschoenen aan en hesen het Saar in haar tuig.

Buiten was het inmiddels goed donker, de miezer viel gestaag naar beneden en liet de straatstenen glanzen. Novemberder kon niet. Om ons heen was een zee van licht. In tal van tuinen brandden lampjes. Buxushagen hingen vol kerstverlichting. Vensterbanken waren gevuld met flikkerend kaarslicht. Op sommige gevels hadden de bewoners complete lichtshows geprojecteerd. Hoe verder we kwamen, hoe meer uit de hand het liep. Van enige subtiliteit was bij de meeste adressen nog maar weinig sprake. Het kerstfeest begint vroeg dit jaar.

Op Facebook had een oproep gestaan. Iets over een lichtjestocht, nu de optocht met lampionnen op Sint Maarten ook al niet meer door mocht gaan. Die pandemie weet van geen ophouden. Het verzoek was of alle dorpelingen de komende week hun huis extra willen verlichten. Zodat iedereen die dat wil op eigen houtje met een lampion door de buurt op pad kan. Denk ik. Want als iemand zonder kinderen verdiep ik me niet enorm in dit soort materie. Wel grinnikte ik om het ongebreideld enthousiasme waarmee menig brave huisvader in de buurtgroep verkondigde "er ook hier klaar voor te zijn", begeleid met een foto van zijn helverlichte knutselproject. Veel van zo'n uitgeprikte lampion met vloeipapier en een theelichtje erin verschilde het niet.

Iedere ziel kan in deze tijd wel een extra lichtje gebruiken; de grote mensen misschien nog wel meer dan de kleine. Ik houd van dit soort lieve initiatieven. In plaats van te jammeren om wat allemaal niet mag, handelen naar wat wel kan. Je moet het alleen willen zien. Als daar bouwlampen en stadionverlichting voor nodig zijn dan is dat maar zo. Dus draait de gezellige lichtsnoer boven ons terras overuren. En toen we weer thuis waren van onze tippel schroefde Sjrd meteen de hysterische discobol in de lamp in de hal. Als je nog niet epileptisch was, word je het vanzelf. Het zou zomaar kunnen dat hier voor het eind van de week de kerstboom in vol ornaat staat te shinen. Covid19 made us do it.

vrijdag 6 november 2020

Zuurstof

Ik kreeg een sms'je van de zuurstofboer. Het was weer tijd voor de jaarlijkse controle van mijn zuurstofcilinders. Oh ja. Die dingen, weggemoffeld in de uiterste hoek van de garage. Elke november krijgen ze een nieuw label van de onderhoudsmonteur en kunnen ze er weer een jaar onaangeroerd tegenaan. Relikwieën uit een vorig leven. Het is de sticker naast de deurbel die bij collectanten nog wel eens vragen oproept. Daar komt meestal een blik van medelijden bij kijken. Zonder die sticker zou ik zelf haast vergeten dat voldoende zuurstof ooit geen vanzelfsprekenheid was.

Het is alweer bijna acht jaar geleden dat er een groot vat met vloeibare zuurstof onze garage in werd gereden. Uit dit moedervat kon ik mobiele tankjes vullen. Door deze noodgreep lukte het me een tijdje om iets te doen wat in de verte leek op hardlopen. Met het zuurstofbrilletje onder mijn neus en het tankje op mijn rug voltooide ik zelfs een heuse prestatieloop van vijf kilometer. Het voelde alsof ik de marathon had volbracht. Niet lang daarna ging het bergafwaarts met mijn longen en hing ik de hardloopschoenen in de wilgen. De zuurstof moest helaas blijven.

Tot Orkambi. De mirakelse roze wondersnoepjes die mijn gezondheid nogal een oppepper gaven. De sondevoedingspomp kon terug naar de leverancier. De insulinepomp belandde in de kast. En ook de levensgrote zuurstoftank werd vrolijk uitgezwaaid. Voor de zekerheid liet de zuurstofboer twee kleine cilinders achter. Je weet immers maar nooit. Ondanks enkele kuilen in de weg heb ik ze tot op de dag van vandaag nooit erbij hoeven pakken.

Vanmorgen was ik er ineens klaar mee. In plaats van nieuwe labels plakken mocht hij de zwik in zijn bus laden. Weg met die handel. Als het ooit weer nodig mocht zijn, wordt het vast opnieuw geregeld. Tot die tijd wil ik er niks meer mee van doen hebben. Deze akelige fase van CF is afgesloten. Tegen alle verwachtingen in.

Met genoegen peuterde ik de sticker naast de deurbel van de ruit. In dit huis barsten we van de natuurlijke zuurstof. Misschien niet genoeg voor een nieuwe hardloopcarrière. Maar daalt maalt niemand om.

donderdag 5 november 2020

Poepthee

Het luistert allemaal nogal nauw, met die darmen van mij. Ze houden er een volstrekt eigen boekhouding op na die ik nog altijd maar moeilijk kan duiden. Te laat eten, te weinig drinken, pijnboompitten, te vette maaltijden, te pittig. Het is allemaal van invloed op mijn gevoelige stoelgang. Als ik niet oppas slibt de boel dicht en is er stront aan de knikker. Of juist niet, in feite. De belangrijkste indicator is maagzuur, in combinatie met ontzettend smerige boeren laten. Als we in die fase zijn aanbeland gaan alle alarmballen af.

In een poging het meterslange orgaan zo goed mogelijk aan de gang te houden ben ik aangewezen op kakzakjes. Opgelost in water zorgen deze laxerende poeders ervoor dat de boterhammen en spaghettislierten niet te zeer uitharden in mijn darmen, opdat ze enigszins soepeltjes hun weg naar de pot vinden. Ik drink zo'n drie tot vier glazen van deze wonderdrank per dag, meestal in de avond. Heel vreugdevol allemaal.

Omdat ik na ik-weet-niet-hoeveel liter Movicolon nogal zat was van de weeïge smaak van macrogolen, besloot ik mijn drinkroutine om te gooien. De avonden moesten afwisselender. Maar hoe dan? Na de avondcappu verdraag ik weinig geks. Alles met koolzuur gaat fout, plat water ook. Wijn en andere alcoholische versnaperingen zijn evenmin een optie. Thee dan maar. Daar vind ik bijna net zo weinig aan als aan kakzakjes. Bovendien krijg ik er altijd zo'n droge theemuil van, met een tong als een leren lap. Behalve zoethout. Die smaak vind ik wel te pruimen.

Zodoende zit ik sinds een aantal weken 's avonds ook braaf aan de thee. Met als curieus bijgevolg een spervuur aan vragen van Pickwick. Welke onnozelaar leek het een goed idee om ieder individueel zakje te voorzien van een diepzinnige doordenker? 'Waar ben je het meest trots op?' 'Waar mogen ze je 's nachts voor wakker maken?' 'Welke acteur moet jou vertolken in de speelfilm van je leven?' 'Welke dag uit je leven zou je over willen doen?' Christus te paard man. Ik probeer zo veel mogelijk vocht achterover te kappen in de hoop bij een darmverstopping weg te blijven. Maar van dit gezever krijg je vanzelf de schijt.

Persoonlijk zou ik graag willen weten wat eerder tot ons aller beschikking komt: een veilig en werkend vaccin tegen Covid19 óf de toelating van Kaftrio als opvolger van Orkambi en Symkevi tot de Nederlandse markt én de vergoeding ervan door de zorgverzekeraar. Ik snap dat deze vraag voor Pickwick iets te specifiek op een kleine doelgroep theeleuten is gericht. Misschien kan de fabrikant van Movicolon dit oppakken? Kakzakjes, poepthee. 't Is één pot nat.

woensdag 4 november 2020

Perscofuif

Dat was wat hè, die eerste persconferenties in maart, aan het begin van de eerste golf. Dat aura van ernst (niet Kuipers, hoewel...) van Rutte, en met minister Snuitje aan zijn zij. Dat was nog voordat de arme man struikelde over een hoopje medische mondkapjes. En doventolk Irma natuurlijk, met haar hamstergebaar. Toch lette ik vooral op de kleur das van onze premier. Ik meende te zien dat deze naarmate de crisis voortduurde en de cijfers daalden telkens wat lichter van kleur werd.

Nu we vol in de tweede golf zitten is de persconferentiedraad ook weer gezellig opgepakt. Ruttes sjlieps kleurt vertrouwd donkerblauw, minister De Jonge babbelt wollig om de materie heen. Zwijgend baken Irma staat er niet meer alleen voor; dat tolken blijkt topsport. En het onvermoeibare leger journalisten vraagt nog immer naar de bekende weg.

Hier thuis maken we er inmiddels echt een momentje van. Gordijnen dicht, gezellig de kaarsjes aan, nog een snuf roomspray door de woonst. Klokslag zeven uur installeren we ons voor de buis met koffie en wat lekkers. Niet hetzelfde droge koekje als op andere avonden maar gerust een stuk taart of tompouces. Vol spanning luisteren we naar de speech van Mark. Hij heeft het over pieken, praat over hamers, hint op voorzichtige bochten maar komt toch weer terug bij het afschalen van de reguliere zorg. En er is altijd wel een woordje voor de mensen die het moeilijk hebben nu. De zorgverleners, de horeca, de kinderen. Ook de ouderen en kwetsbare mensen worden steevast genoemd. We mogen niemand vergeten.

Zodra Hugo het woord neemt verliezen we gek genoeg al snel de aandacht. Dat geeft mij mooi de gelegenheid om de kurk van de fles te trekken en twee glazen gegist druivensap in te schenken. Goed tot aan de rand, anders blijf je aan het lopen. Vaak is er ook nog tijd om een kaasplank op te maken, een was aan te zetten, mijn haar in de krul te zetten én de hond uit te laten. Die man blijft maar babbelen. Tegen de tijd dat alle vragen van het journaille zijn beantwoord rollen wij katjelam en in een kaascoma van de bank.

Ik kijk nu alweer uit naar de volgende sessie over twee weken. Het is al kut genoeg allemaal.

dinsdag 3 november 2020

Wagenpark

Een rode Ford Escort uit 1985. Dat was mijn eerste autootje. In 2001 kreeg ik hem van mijn ouders, toen mijn moeder een iets nieuwere witte Ford Escort kocht. De koning te rijk was ik. Nog altijd kan ik dat zorgeloze gevoel van vrijheid oproepen als ik denk aan de ritjes die ik met mijn rode gevaar maakte. Hij reed als een tractor, zo zwaar moest ik aan het stuur trekken. En de verwarming kende alleen standje oven. Maar met de radio aan en de ramen open gedraaid lag de wereld aan mijn voeten.

Toen ik Sjrd leerde kennen reed hij rond in een Rover cabrio. Met knappe sportvelgen en een verlaagd onderstel. Hij was er zo trots op. Nadat eerst mijn Fordje de geest had gegeven reed hij op een ongelukkige vrijdagmiddag zijn Rover in de prak. Niet lang daarna besloten we onder hetzelfde dak te gaan wonen. Hiermee was ons vervoersprobleem in elk geval verkleind. Samen begonnen we aan een nieuw auto-avontuur. 

Niet minder dan dertien verschillende auto's kende onze stal de afgelopen zeventien jaar. Oud, nieuw, gekocht en geleased. Van groot tot klein, cabrio, roadster, stationwagon en SUV. Op benzine, diesel en hybride. In zwart, wit, grijs, rood, blauw en groen. We waren verre van merkentrouw. Rover, Renault, BMW, Volvo, Porsche, Saab, Lexus, Mini en Mazda. We hebben alles onder de kont gehad. Het heeft allemaal op de oprit gestaan. Het wagenpark is uitgegroeid tot een hobby van ons beiden.

Het punt met auto's is dat ze met name leuk zijn als je ze kunt gebruiken. Stilstaand op de oprit verdwijnt de vreugde al snel. Saharazand op de lak, roest aan de velgen. Zelfs mos langs de raamrubbers. Al met al een triest gezicht. Om nog te zwijgen over het financiële plaatje van deze hobby. De incidentele zakelijke ritten met de Mazda zijn op de vingers van een hand te tellen. Dat we dit jaar drie keer naar Frankrijk konden schroefde de kilometerteller van de Mini nog enigszins op. Maar grosso modo staat het blikwerk op wielen toch vooral elke maand onverbiddelijk veel geld weg te lekken. En het eind is nog niet in zicht.

Dus sloegen we eens aan het tellen. Wat als zus. Hoe nou als zo. Binnen een uur hakten we de knoop door. Wij kunnen voorlopig gerust met één auto toe. Zo kwam het dat vorige week de Mazda werd opgehaald. Zeer deed het geen sikkepit. Dat verheugde gevoel dat bij de komst van een nieuwe auto hoort weegt niet op tegen de euforie die deze kostenbesparing oproept. Wat men zegt is echt waar: het hebben van de zaak is het einde van het vermaak.

maandag 2 november 2020

November

November
 
Het regent en het is november:
Weer keert het najaar en belaagt
Het hart, dat droef, maar steeds gewender,
Zijn heimelijke pijnen draagt.
 
En in de kamer, waar gelaten
Het daaglijks leven wordt verricht,
Schijnt uit de troosteloze straten
Een ongekleurd namiddaglicht.
 
De jaren gaan zoals zij gingen,
Er is allengs geen onderscheid
Meer tussen dove erinneringen
En wat geleefd wordt en verbeid.
 
Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan den tijd;
Altijd november, altijd regen,
Altijd dit lege hart, altijd.

J.C. Bloem

vrijdag 30 oktober 2020

Koffiecrisis

Met al dat thuiswerken van tegenwoordig krijgen de ruimtes in huis een dubbele functie. Menig eettafel doet overdag dienst als bureau. Hoeveel mensen prikken 's avonds een vorkje tussen de paperassen en kabelsnoeren van de dag die om is? Heel wat rommelige zolderkamers zijn de afgelopen thuisblijfzomer vertimmerd tot comfortabel thuiskantoor. Een ronde door de buurt verraadt dat zo'n beetje iedereen en z'n moeder een airco liet installeren. Bij de nieuwste huizen die hier verderop nog in aanbouw zijn staat er zelfs standaard een op het dak.

Onze keuken is inmiddels verworden tot bedrijfskantine. Regelmatig komt mijn collega zijn hok uit voor een wandeling naar de koffieautomaat. Ik zit dan meestal aan de eettafel, al sinds jaar en dag mijn werkplek; ver voordat thuiswerken hip en verplicht was. Hij praat me bij over lopende zaken. We grappen wat over fruit en nieuwe haakjes, oogrollen regelmatig. Heel Jiskefet allemaal. Vooral als hij technische ingrepen moet uitvoeren om de bonenmachine aan de praat te krijgen. Het luistert allemaal erg nauw, met de bonen, het water en het prutbakje. En dan laat ik het om de haverklak ontkalken van het kreng nog buiten beschouwing. Ik ken vrouwen die minder bewerkelijk zijn, zeg maar.

Van de zomer kampten we met een crisissituatie. Het koffieapparaat haperde. De bonen werden wel gemalen maar ze belandden droog in het prutbakje. De koffiemokken bleven oorverdovend leeg. In een opperste poging het onding weer aan de praat te krijgen boog de man zich, ware hij van de technische dienst, over het binnenwerk. Gelukkig kwam hij al snel tot besef dat een half uur nodeloos prutsen minder opleverde dan een uur zijn eigenlijke werk uitvoeren. Daarmee was een nieuw apparaat sneller terugverdiend.

Een lange online zoektocht van de afdeling facilitaire zaken resulteerde in exact dezelfde De'Longhi als we drie jaar geleden aanschaften. Hij bleek ondanks de korte levensduur alhier erg goed uit de test te komen. De CFO maakte budget vrij om hem dezelfde dag nog in huis te hebben. Zo'n pandemie doorkomen valt of staat bij het op peil hebben van de randvoorwaarden. Snel internet, minstens twee schermen, en goede koffie.

Dan gaat de kantinejuffrouw nu maar de nieuwe koffiemachine ontkalken. Het is weer zover. Dat moet je degene met het hoogste tarief niet laten doen.

donderdag 29 oktober 2020

Yogamat

Toch al zeker vijf jaar. Als het niet langer is. Ik ben inmiddels bij uitdaging 7989. Er zijn weken dat ik uit armoede oude levels overspeel. Scores verbeteren en nog meer boosters winnen. Omdat de nieuwe levels nog niet zijn vrijgegeven. Je zou me professioneel Candy Crusher kunnen noemen. Een mens moet toch wat tijdens al die uren vernevelen. De teller met gekregen en vooralsnog ongebruikte extra levens staat op 50. Ik kreeg ze allemaal van mijn moeder. De symboliek die je daar achter zou kunnen zien is even lief als pijnlijk.

De giftige consequentie van al dit verantwoorde gesnoep is dat mijn schermtijd nogal de spuigaten uitloopt. Niet iets waar ik bijster trots op ben. Hoewel ik van Sjrd leerde dat dit gewoon een vorm van gamen is. Plus dat iedere vorm van ontspanning goed is. Zeker in tijden van pandemieën en je hoofd nog wel eens een loopje met je gedachten wil nemen.                           

Enerzijds lijken alle dagen al maandenlang op elkaar. Anderzijds vliegen de weken om. De klok is alweer een uur teruggezet, terwijl we toch pas laatst de zomertijd ingingen? Ik vind het soms best een uitdaging om me nuttig te voelen bij zoveel voorspelbare regelmaat. Professioneel mijn gezondheid op peil houden bevredigt maar tot op zekere hoogte. De riedel van slikken, sprayen, spuiten en sporten ken ik onderhand wel. Het zijn al decennia lang repeterende momenten van zelfzorg. Ik doe ze met de handen van het stuur en de ogen dicht. Als ook de terugkerende taken van het bestieren van een huishouden zijn volbracht kan ik nog steeds een hoop uren vullen. Beslist geen loze uren, al besteed ik ze naar mijn eigen ontevredenheid wel te veel zo. Met verdwalen op YouTube, de zoveelste sudoku invullen of nog maar een potje Candy Crush.

Ik zou willen dat ik de concentratie had om mezelf een nieuwe vaardigheid aan te leren. Een sjaal breien. Goesting in mijn Frans bijspijkeren. Netjes leren schrijven. Niet eens met mijn vreemde hand maar gewoon de dominante linker. Een instrument bespelen. Helaas lukt het me niet eens om dagelijks de digitale krant bij te houden. Mijn hoofd is er te onrustig voor. Ik ben al blij dat het lezen van een boek me goed afgaat.

Sjrd zaagt de week tegenwoordig doormidden met een rondje hardlopen in de ochtend. Vijf kilometer, een halfuurtje. Een verkwikkend begin van de dag, zie ik aan zijn blije hoofd. Spijtig genoeg liggen mijn hardloopdagen achter me, daar heb ik me amechtig bij neergelegd. Zo fris met de dag starten lijkt me echter heerlijk. Dat moet toch ook op een andere manier kunnen? Plots was daar de ingeving. Morgenochtend vlij ik me neder voor mijn eerste les online yoga. De mat ligt al klaar. Ernaast gloren lenigheid en kalmte van lichaam en geest.

woensdag 28 oktober 2020

Lidl

Ik sta te wachten voor het rode stoplicht. Op de radio klinkt een liedje dat me vaag bekend voorkomt. Gedachteloos hum ik mee. Als ik mijn hoofd naar links draai blijk ik parallel aan de Lidl te staan. Binnen brandt uitnodigend licht. Iemand met een volle kar wandelt juist naar buiten. Het mondkapje bungelend aan een oor. Nog bijna dagelijks word ik overvallen door een moment van acute verbazing. In wat voor wereld zijn we toch beland met ons allen?! Wanneer heb ik daar voor het laatst een stap over de drempel gezet? Het logo op de gevel kijkt me uitdagend aan. Kom dan, als je durft.

Even later parkeer ik mijn auto in de parkeerhaven van het scharrige buurtje. Met het pakketje onder mijn arm geklemd steven ik op mijn doel af. Dit is inmiddels het enige adres waar ik nog af en toe heen rijd. Ik breng en haal de pakketjes die ik verkoop en koop via Vinted. Het is bij iemand aan de deur. Ik hoef nergens naar binnen en hou het liefst tien meter afstand. Ook wel vanwege de merkwaardige geurenmelange van sigaretten en frietpan die met het openen van de voordeur naar buiten walmt. Hoewel ik elk contact angstvallig vermijd sop ik terug in de auto mijn handen telkens uit-en-te-na af met alcohol. "Wij wassen onze handen stuk," resoneert de stem van onze premier in mijn hoofd.

Tijdens de eerste lockdown fantaseerde ik waar ik het eerst naartoe zou gaan, zodra het allemaal weer veilig genoeg was. Tot mijn schaamte kwam ik niet veel verder dan de Action of de kringloop. Bleek dit dan de kern van mijn bestaan te zijn? Was ik werkelijk verworden tot zo'n consumptief leeghoofd?

Natuurlijk niet. Het is het snakken naar vrijheid. Te kunnen gaan en staan waar je wil en wanneer. Niet gebonden aan wie of wat dan ook. Zelf de appels afwegen, kunnen kiezen welke bananen ik in mijn karretje leg. Chaotisch rommelen in het schap met afgeprijsde Happy Socks bij Kruidvat. Door de kringloop schuimen op zoek naar kerstballen, om net zo'n toffe krans te knutselen als Ankie van Zilverblauw deed. Gewoon onbevreesd ergens naar binnen gaan, zonder denkbeeldige virussen rond te zien vliegen. Herinneringen uit een vorig leven.

Als zelfs de gevel van de Lidl verlangend lonkt. Dan duurt het allemaal wel erg lang. Het is nog geen november.

dinsdag 27 oktober 2020

Kauw

Als je iemand bent die het best functioneert bij veel prikkels en interactie met anderen, kan ik me voorstellen dat het je zwaar valt allemaal. Voor de meer extraverte mens is het afzien, deze vervreemdende tijd van geïsoleerd leven. Zoomborrels en FaceTimelunches zijn aardige manieren om met elkaar in contact te blijven maar kunnen nooit vervangen waar je eigenlijk naar verlangt. Zo kan zelfs de grootste feestneus, die onder normale omstandigheden luchtig door het leven fladdert, bij een pandemie als de huidige overvallen worden door gevoelens van somberheid.

Niet voor niks adviseren geestesdeskundigen iedereen met een hartslag om in beweging te komen. Stap de deur uit en ga aan de wandel. De wind om je hoofd, de zon op je bol, frisse lucht in je neus. Lopen leidt af en daarnaast maakt je lijf dopamine aan, beter bekend als het geluksstofje. Wandelen kost niks en kan overal; laagdrempeliger bestaat niet. Door het elke dag minimaal een half uur te doen train je niet alleen je spieren, ook je hersenen varen er wel bij. Je kunt beter dingen onthouden en komt tot meer creativiteit.

Het is eigenlijk gewoon een kwestie van doen. Maar ik weet als geen ander hoe ingewikkeld dat toch nog kan zijn. Pas sinds de eerste lockdown ben ik structureel dagelijks een flinke ronde gaan lopen. Als alles wegvalt en dat het enige uitje van de dag is, ga je het snel enorm waarderen. Wat mij ontzettend hielp is het samen te kunnen doen met Sjrd. Inmiddels zit het verweven in mijn systeem en wil ik onze gezellige tippel niet meer overslaan. Ook de hond wordt zo tegen een uur of twee onrustig. Opgetogen drentelt ze om onze benen. Gaan we al??

Hoewel ik er geen studie voor volgde, heb ik toch nog een extra tip om de komende tijd te veraangenamen. Haal de natuur (bijna) in huis en investeer in de vogels buiten. Doe jezelf een plezier en schaf als de bliksem spul aan om vogels in je tuin of op je balkon te krijgen. Hang vetbollen op, drapeer pindaslingers, spijker zo'n pindakaashuisje tegen een muur, zet een vogelbad neer. Het duurt niet lang voor de buurtvogels de voederplaats ontdekt hebben. En dan begint het feest.

Hier in de tuin is het van 's morgens vroeg tot 's avonds laat een gekwetter van jewelste. Koolmeesjes, mussen, kwikstaarten, roodborstjes. Ze verdringen zich om alle versnaperingen die ik her en der uitstalde. Vanmorgen zaten ze met zijn vieren te badderen en drinken en hipten er twee musjes brutaal bij de achterdeur rond. Hoeveel snaveltjes er van het zaad zaten te snoepen en verzadigd de haag in stoven kon ik niet eens tellen. Het pindakaashuisje is favoriet bij de lompe kauwen en brutale eksters. Zij beuken regelmatig met hun hele hebben en houwen de pot uit de houder. Het is een genot om het allemaal te aanschouwen.

Bij ons thuis stond vroeger een grote volière in de tuin. Mijn vader kreeg vanuit zijn politiewerk regelmatig kisten vol in beslag genomen vogels onder zijn hoede. Hij moest ze verzorgen totdat de rechter uitspraak had gedaan en daarna mochten ze terug de wijde wereld in. Op een dag werd er een eenogige kauw gebracht. We noemden haar Dolly en al snel werd ze tam. Als ik uit school kwam zat het beestje opgewonden op haar stok te kraaien. Het liefst streek ze neer op de schouder van mijn moeder. Dat ze op een dag uit de volière ontsnapte zal meer per ongeluk zijn geweest dan dat ze hevig verlangde naar een zelfstandig leven in de natuur. Daarvoor was ze inmiddels te zeer aan ons gehecht. We hebben nog lang om haar geroepen maar ze is nooit meer teruggekomen.

Misschien is het tijd voor een nieuwe, tamme kauw in mijn leven. Desnoods een met twee ogen.

maandag 26 oktober 2020

Vlaaikunde

Gisteren was het blijkbaar de Nationale Dag van de Vlaai. Omdat ik zelf al in geen tijden ergens meer kom, wist ik weer eens van niks. Het was een online reclame-uiting van godbetert de MultiVlaai die me erop moest attenderen. En ik zag het alweer faliekant fout gaan. Zodoende vind ik het de hoogste tijd voor een stukje vlaaieducatie naar de bloglezer toe. Iemand moet het doen. 

VLAAI  

Vlaaien heb je in vele soorten en maten. De basis vormt een bodem van gistdeeg. Erop gaat in de meeste gevallen fruit. Hij wordt afgedekt met een raster, gemaakt van hetzelfde gistdeeg als de bodem, en tot slot bestrooid met grove korrels suiker. Uitzonderingen hierop zijn de kruimelvlaai - hierbij vormen de deegkruimels meteen de toplaag, en de rijstevlaai - waarop een rand slagroom en een kern van chocoladeschilfers komt. Aardbeienvlaai is ook rasterloos en wordt alleen gemaakt tijdens het aardbeienseizoen. Als bodem voor deze gelegenheidsvlaai wordt gekozen uit bladerdeeg of harde wener. Een ongeschreven wet is dat als je verjaart in het aardbeienvlaaitijdperk, je verplicht bent ten minste een aardbeienvlaai aan je visite te presenteren. Ik wil daar nog wel eens recalcitrant mee omgaan. Sowieso is in Limburg één vlaai géén vlaai.

De meeste vlaaien kennen de varianten met aardbeien, abrikozen, appel, gemengd fruit, kersen, kruisbessen, linzen, pruimen, pudding van banketbakkersroom of rijst. Veel Limburgers doen - als kers op de taart, haha - nog een dot slagroom bovenop hun vlaai maar dat is een persoonlijke keuze. De kruisbessenvlaai wordt meestal bedekt met een laag schuim van eiwitten.

Mijn lievelingsvlaai is pruimen. De Limburgse Janse Bagge Bend bezingt deze delicatesse zelfs in een prachtig lied. Een leuk weetje over deze vlaai is dat hij van oudsher bekend staat als begrafenisvlaai. Hij werd namelijk graag geserveerd bij koffietafels, vanwege de stemmige kleur. Katholieker kan haast niet. We willen best rouwen maar wel met iets lekkers erbij. Dat er echter weer niet te gezellig uit mag zien. Vandaar ook dat protestanten het altijd met zompige dan wel gortdroge cake moeten doen.

TAART 

Dan komen we bij de taarten. Taart is een ruim begrip. Hollanders noemen graag alles taart. Terwijl taart een andere bodem heeft dan vlaai. Hij kan zacht zijn, of juist hard. Het is maar net in welke samenstelling je het deeg bereidt. De keur aan taarten is reuze. Appeltaart en slagroomtaart zijn de moeders der taarten. Maar wat te denken van chocoladetaart, kwarktaart, progrestaart, worteltaart. En al die uitbundig met fondant of marsepein gedecoreerde taarten natuurlijk. Waarvan het glazuur al van je tanden springt door er alleen maar naar te kijken. Op Limburgse verjaardagen eet men traditiegetrouw na de vlaai gerust nog een stuk slagroomtaart, op de gezondheid van de jarige. Of dit daadwerkelijk bijdraagt aan iemands gezondheid kun je je afvragen. 

GEBAK 

Ten slotte heb je nog de afdeling gebak. In feite is dit een containerbegrip voor zoete eenpersoons hapjes. De appelbeignet, de Bossche bol, de Haagsche Kakker, de tompouce, de oliebol, het puddingbroodje, de Zeeuwse bolus. En natuurlijk de niet te versmaden Limburgse nonnevot. Voor deze lekkernij mag je me 's nachts wakker maken. Nonnevotten danken hun naam aan hun typische verschijningsvorm. De lus van dit gefrituurde gebak doet denken aan de strik die de nonnen vroeger op hun achterwerk (vot) droegen. Officieel worden ze gebakken vanaf de 11de van de 11de, bij de aftrap van het carnavalsseizoen, tot Aswoensdag. Na het halen van het askruisje bij meneer pastoor moet in deze regio al het genot tot aan Pasen in de ban. Een klein rond vlaaitje is overigens ook een vorm van gebak. 

VLA 

Waar ik mee besluit is vla, want dat is precies de functie van dit product. Hoewel het woord nog wel eens uit een Hollandse mond wil rollen, zodra men eindelijk het woord taart heeft weten los te laten. Maar vla is iets heel anders dan vlaai. Vla is drab uit een pak. Pudding als toetje na de warme prak. Mijn opa en oma zaliger aten tot aan hun dood 's middags warm. De soep, de aardappelen-groenten-vlees én de vanillevla gingen allemaal in hetzelfde diepe bord. Denk daar maar aan als je weer eens het woord vla in de mond neemt.

Nou. Dit was mijn spreekbeurt. Zijn er nog vragen? Zelf snak ik inmiddels naar een goddelijk stuk proemevlaai of een nog warme nonnevot.

vrijdag 23 oktober 2020

Twaalf

Het is me gelukt. Vandaag is het exact twaalf maanden geleden dat ik de laatste keer werd opgenomen in het ziekenhuis vanwege een exacerbatie bij CF. Ik kreeg maar liefst drie logeerpartijen met intraveneuze antibioticakuren binnen een jaar te verstouwen. Voor mijn doen ongekend veel. Volgens mijn longarts was het in alle gevallen een kwestie van dikke pech. Telkens aangewakkerd door iets viraals en uitgemond in bacteriële ongein. Met als zure kers op de taart een vrije val van mijn toch al krappe longfunctie. Je zult begrijpen dat na zo weinig voorspoed er niks overbleef van het vertrouwen in mijn lichaam. Het was al met al erg ingrijpend, zo niet traumatisch.

En toen kwam corona. Het voelde als een duister woud vol uitstekende boomwortels waar ik op de tast en wat goed geluk behoedzaam doorheen sloop. Aftellen hielp me koers te houden.

Tussen de tweede en de derde opname zaten slechts vier maanden. Het bereiken van deze mijlpaal viel samen met de aftrap van de intelligente lockdown. Ik draaide de voordeur nog eens extra in het nachtslot. De tijd tussen de eerste opname en de tweede was zeven maanden. Die termijn kon ik tegen alle verwachtingen in aftikken in Frankrijk. Dat was een extra glaasje rosé waard. Met ieder denkbaar voorbehoud ingecalculeerd om maar niks te vervloeken begon ik onverdroten aan de volgende uitdaging. Een jaar volmaken. Zo'n beetje dagelijks stond ik mompelend onder de douche voor mijn vaste telmoment. Nog een week afgestreept, weer een maand volgemaakt. Acht. Negen. Tien. Elf.

Vanmorgen plengde ik een klein traantje onder de douche. Een mix van angst, vreugde en dankbaarheid spoelde weg in het putje. Zomaar één jaar ziekenhuisvrij. En in wat voor een jaar ook nog. Hoewel de extreme omstandigheden me misschien juist een eind op weg geholpen hebben. De nieuwe, algemene hygiënemaatregelen zijn voor mensen met CF een geschenk uit de hemel. Ik heb mezelf aan niks of niemand blootgesteld. Geen hand geschud, geen wang geraakt. Geen mens binnen een straal van twee meter in mijn aura gehad. Ons huis is zo steriel als een operatiekamer. Ik kan me goed voorstellen dat ik straks op deze voet verderga, als corona ooit bedwongen is.

Tot die tijd tel ik vrolijk door. Met hopelijk iets minder stress. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Volgens mij hoor ik in de verte zacht gehinnik...

donderdag 22 oktober 2020

Horecahuilers

Er moet me iets van het hart. Het is misschien geen populair standpunt maar ik wil het er toch over hebben.

Je hoeft de tv maar aan te zetten en in een willekeurige talkshow te vallen of er zit er weer een. Zo'n horecahuiler. Hetzelfde geldt voor geschreven nieuwsberichten. Ze gaan vrijwel allemaal over mensen die vinden dat ze zwaar getroffen worden door corona en de genomen maatregelen in hun branche. Ze zien hun bedrijf of opdrachten in rook opgaan. Wat ontegenzeggelijk heel erg is en waar aan de achterkant een netwerk van mensen door geraakt wordt. Circusartiesten, musici, festivalfiguren, reisadviseurs, kermismensen, acteurs. In een aantal gevallen betreft het sectoren die ook al voor het virus toesloeg aan het infuus van de staat hingen. Of waarvan de markt nogal overspannen was. Ik bedoel, hoeveel festivals en fietsbarista's heeft ons land nodig?

Hoe komt het dat al deze mensen avond aan avond, nadat de viroloog van dienst aan het woord is geweest, hun verhaal mogen doen? Waarom zien we niet structureel meer voorbeelden van mensen voor wie deze crisis en de beperkende bubbel waarin ze leven nogal een impact heeft? Kwetsbaar is natuurlijk een stuk minder sexy dan krachtig. Maar daarom niet minder hard nodig om ook voor het voetlicht te brengen.

Je zal te horen krijgen dat je kankerbehandeling uitgesteld wordt omdat de reguliere zorg jammerlijk is afgeschaald. Je zal maar weet-ik-hoe-lang op de wachtlijst staan voor een behandeling van de GGZ en het ermee moeten doen dat het helaas pindakaas nog wat langer gaat duren. Volhouden hoor! Je zal een donororgaan nodig hebben en niet weten of je operatie bij een lang verwachte oproep door kan gaan omdat er al dan niet een IC bed beschikbaar is.

Zelf zou ik best weer eens een keer voor controle naar het ziekenhuis willen, na acht maanden. Vanuit huis is een hoop mogelijk maar eigenhandig een röntgenfoto maken of bloed afnemen voor onderzoek lukt niet. Het sympathieke project met de longfunctiemeters voor thuis is vooralsnog de grootste wassen neus van 2020. En het is triest genoeg niet eens het eerste voorbeeld van ambtelijke pennenlikkers die professioneel de juridische procedure remmen. Ik kan daar met mijn verstand niet bij. Regel het gewoon!

Ik hoop in elk geval maar dat de binnenkort geplande heupoperatie van mijn moeder niet wordt uitgesteld. Zoals zij al een jaar hinkepoot doet mij pijn aan de ogen. Laat staan hoe het voor haar moet voelen. Dat ik er niet voor haar kon en kan zijn zoals ik zou willen schuurt behoorlijk. Misschien koop ik wel een rol afdekplastic in de bouwmarkt. Kunnen we toch eindelijk een keer condoomknuffelen.

woensdag 21 oktober 2020

Introverts dream

"Covid19, it's an introverts dream" hoorde ik in maart iemand de lockdown bezingen. Woorden waar ik me direct in kon vinden. Alle sociale druk viel in een keer weg. Nu niks meer mocht verdwenen ook het moeten en hoeven. Ieders leven werd beperkt tot de eigen bubbel. Als Koningin van de Vierkante Meter wentelde ik me getraind in mijn overzichtelijk compacte wereld.

Ook mijn wederhelft genoot van de opgedrongen rust. Elke ochtend hoorde ik hem fluitend de trap af komen en zich zonder files achter zijn bureau installeren. 's Avonds trok hij de deur van het kantoortje dicht en stapte tevreden de keuken in. Met de hond als enige obstakel onderweg. De door al die video-overleggen veroorzaakte hitte trok binnen een half uur uit zijn gezicht. Een snelle rekensom leerde dat deze manier van werken hem anderhalve werkdag per week scheelde. Al die overgebleven tijd en energie stak hij in leuke dingen.

We hebben ons bijzonder goed vermaakt. Elke dag wandelen met de hond. Talloze bossen verkennen. Wat in de tuin frunniken. En enorm veel opruimen. Het hele huis is op zijn kop gezet en daarna was de garage aan de beurt. Alles wat geen 'joy meer sparkte' deden we van de hand. Dat mijn elektrische fiets nu door iemand anders bereden wordt voelt als een last van mijn schouders. Het ding stond me dag in dag uit louter beschuldigend aan te staren. Evenals de schandelijke hoeveelheid ongedragen kleding in de kleedkamer. Daarmee ging ik aan de slag via Vinted. Wat een goudmijn blijkt dat!

Als kers op de taart konden we ondanks alles ook nog twee keer naar ons Franse huisje. Want of je nou hier of daar op je tellen past, dat maakt in feite niet uit.

Maar met de herfst sloeg ook het virus weer toe. Evenals de asociale kutlullen die er alles aan doen om deze hopeloze situatie zolang mogelijk te laten bestaan. Al voordat Frankrijk in zijn geheel op oranje sprong en de premier de lauwe lockdown aankondigde, besloten wij onze geplande oktobertrip op de buik te schrijven. Gelukkig kregen we een voucher van onszelf uitgekeerd. Dat onze Koning het blijkbaar nodig vond om zijn Griekse woonst zelf winterklaar te gaan maken deed wel een beetje pijn. Daarmee verloren al zijn eerder geventileerde woorden van bemoediging aan het volk hun glans.

En dus zitten we hier nu. Opnieuw in volledige zelfisolatie. Met een opgeruimd huis, een winterklare tuin, en ik de ziel lichtjes onder de arm. Want hoewel de structuur van dit leven me goed doet, sijpelt de saaiheid ook van de weken af. Soms vergeet ik welke dag het is. Zelfs de hond, toch de grote winnaar van deze pandemie, kijkt inmiddels ozelig uit haar ogen.

Om het nut in de dagen te blijven zien en voelen houd ik mezelf met van alles aan de gang. Wandelen, lezen, sporten, bakken, Netflixen, het huis aan kant houden, nog meer kleding via Vinted verkopen. En als zo vaak val ik toch weer terug op mijn blog. Ook blijven we samen plannetjes verzinnen. Het nieuwste project wordt de slaapkamer. Dat steriele hol gaan we eens van wat kleur en extra sfeer voorzien.

En als we het echt niet meer weten kunnen we altijd nog de volledige bestrating steen voor steen in de hand nemen en op zijn kop terugleggen. Dan ligt het weer als nieuw, volgens mijn schoonvader. Hij kan het weten...

dinsdag 20 oktober 2020

Gerehabiliteerd

Ik tik deze blog met links naast mij Engelse drop. Na elke zin neemt mijn hand een vrolijke duik in de geopende zak. Als ik een beetje door tik is aan het eind van dit verhaal de zak leeg. Ik heb het helemaal zelf in de hand. Hoewel, dat is niet waar. De reden van deze snoepaanval is namelijk hormonaal. Elke vruchtbare vrouw weet dat je eens per maand bent overgeleverd aan de grillen van je cyclus. Tot zover niks bijzonders.

Toch zit hem daar de kneep. In mijn geval is het verre van gewoon. Ik leefde namelijk jarenlang in de veronderstelling dat mijn lijf in de overgang was. Inderdaad behoorlijk aan de vroege kant maar beslist niet onmogelijk. Wanneer mijn laatste fatsoenlijke menstruatie was kan ik me zelfs al niet meer heugen.

Eind maart jl. maakte ik na lang wikken en wegen dan toch de overstap van Orkambi naar Symkevi. Mijn longfunctie was na een herfst vol infectieuze ellende en liters antibiotica nog steeds maar lala. Ik vond het de gok waard om eens te proberen of Symkevi er een zwiepertje aan kon geven. Als het niks was mocht ik gewoon weer terug op Orkambi.

De lente kwam en bracht een hoop energie met zich mee. Mijn wandelconditie groeide, evenals de spierkracht in mijn hele lijf. Tot aan de zomervakantie sportte ik zelfs drie keer per week met de fysio in plaats van twee. Longfunctieblazen zat er door de pandemie niet in. Alle afspraken met het ziekenhuis deed ik telefonisch. Wat Symkevi voor de cijfers deed bleef het best bewaarde geheim van mijn lijf.

Wel gaf het een andere hint. Vanaf mei begon het eens in de zoveel weken een soort van ongesteld te worden. Heel licht en nog vrij onregelmatig maar beslist niet te ontkennen. Ook vertoonde het andere typische kenmerken die bij het hormonale feest horen. Het gevoel alsof je borsten eraf vallen. Puberpukkels op mijn hele hoofd. Buikkrampen. Onverklaarbaar chagrijn. En onbedaarlijke zin in snoep.

Bij mijn eerste menstruatie schaamde ik me kapot. Het gebeurde tijdens een logeerpartij en ik durfde amper om maandverband te vragen, laat staan het aan mijn ouders vertellen. Nu wil ik niks liever dan het van de daken schreeuwen. Jarenlang was mijn lijf te ziek om zich bezig te houden met complexe systemen als vruchtbaardheidscycli. Het stond in de overleefstand. Alle energie ging zitten in ademhalen. Maar na 4,5 jaar met revolutionaire medicatie is mijn fantastische lijf eindelijk toe aan de secundaire functies. Ik ben helemaal nog niet in de overgang.

Het voelt alsof ik ben gerehabiliteerd in mijn vrouwelijkheid. Tampons en maandverband als confetti om het te vieren! De Engelse drop is helaas op.

maandag 19 oktober 2020

Zelfvoorzienend

Onafhankelijkheid heb ik hoog in het vaandel. Als kind al was ik wars van hulp. Laat me. Laat het me in vredesnaam zelf doen. Zelf proberen, oplossen, mislukken, slagen. Het zal zeker een karaktertrek zijn. Al wordt die ongetwijfeld gevoed door de hatelijke afhankelijkheid die het hebben van CF nou eenmaal met zich meebrengt.

Voor mij betekende de eerste lockdown strikte zelfisolatie. Ook van Sjrd; hij was immers mijn buffer naar buiten. Begin maart haalden we figuurlijk de brug op en lieten de krokodillen in de slotgracht los. Dat voelde veilig. Het was het enige waar we zelf controle over hadden om dat vieze virus buiten de deur te houden.

Concreet betekende het dat we - oh ironie - voor de tigste keer overgeleverd waren aan de hulp van andere mensen. De boodschappen werden aan de voordeur afgezet. De schoonmaakster kon niet meer komen. We vroegen anderen risico te nemen om voor ons iets te regelen. Een bijzonder onprettig gevoel.

Waar het gros van Nederland - en de rest van de wereld - nog in de illusie leefde dat er toch alweer een hoop kon, zagen wij de bui van de tweede golf al hangen. En namen onze voorzorgsmaatregelen. We bestelden nog een lading medische mondkapjes via Hulptroepen. Als we onverhoopt en in uiterste nood onder de mensen moeten komen, dan in ieder geval maximaal beschermd. Ik schafte een bezorgbundel van Albert Heijn aan, om elke week verzekerd te zijn van voldoende pleepapier en tarwebloem. Want via Marktplaats tikte ik een broodbakmachine op de kop. We willen zoveel mogelijk zelfvoorzienend kunnen zijn.

Het geeft enorm veel voldoening om zelf het huis schoon te houden. Wakker worden met de geur van vers gebakken brood in je neus is fantastisch. Het kunnen doppen van je eigen boontjes in een tijd waarin alles onzeker is zorgt voor een aangename kalmte. We doen wat we kunnen.

Tijdens de derde golf beginnen we een moestuin.