31 augustus 2010

iPhoto augustus

Op 31 juli jl. werd ook ik toegelaten tot de inmiddels alles behalve exclusieve club der iPhonebezitters. Wederom is bewezen, als ik ergens aan meedoe is de hype er echt wel vanaf. Dit alles neemt niet weg dat ik ontzettend vreselijk in mijn sas mijn met het magische doosje. Ik twitter me een lamme arm, ik speel spelletjes tot mijn batterij plat is en iPhotografeer mezelf naar grotere hoogten.
En dat laatste leek me dan wel weer leuk om alhier een stukkie aan te wijden. Elke laatste dag van de maand een blogje met foto's die ik die maand met mijn iPhone knipte. Weinig origineel en zo maar hé, beter goed gejat dan slecht bedacht!

Er werd geluierd.

Er werd gefietst. Kilometers aan een stuk. En er was nog een incident met een per abuis door de tralies gefrunnikt hondenhoofd dat wel heen kon maar niet meer terug. Maar daar hebben we het niet meer over. En voortaan altijd een tang op zak als we gaan fietsen.

Er werd een nieuw gadget uit de persoonlijke kroegcollectie van mijn vaders Bar Gezellig getest.

Er werd behangen.

Er werden gigantische prijzen gewonnen.

Er werd gerummikubd met een heus wereldkampioenschap tot gevolg.

Er werden wat kinderen aan een boom vastgeketend. Geheel op eigen verzoek.

Er werd driftig gepedicuurd.

Er werd stevig gewandeld.

Er werd helaas wederom niet getransplanteerd, mijn kaarsje voor Tamara ten spijt.

Er werd geschapen, gecreëerd. En behoorlijk wat weggetikt.

Er werd gezwaaid en gezwierd met mijn nieuwe rokje. Dat gratis was. Want vier halen twee betalen!

Er werd geknoeid en vakkundig weer schoonmaakt.

Er werd gebakken. En op Twitter hartelijk gelachen om de satéprikker.

Er werd stevig geageerd hier in da hood. Eigenlijk al heel lang geleden. Maar niet eerder maakte ik daar een foto van. Dat kan nu allemaal wel. Dankzij mijn iPhone. Met recht een aanwinst dus, wat ik je brom.

30 augustus 2010

Trash the dress

Die trouwjurk van mij, dat was echt een plaatje.
Voor de liefhebber, hij is van Rembo Styling. Het was het tweede exemplaar waar ik tijdens de eerste passessie in stapte en ik voelde me er meteen lekker in. Bruidig zonder carnavalesk verkleedgevoel. Helemaal na toevoeging van de accessoires, zijnde het stijlvolle bolerojasje, de kekke ceintuur en het vrolijke vogelnest op mijn hoofd.

Die trouwjurk van mij, dat was echt een plaatje.
Ik werd overladen met complimenten op de dag zelf. Dat ik er zo mooi uitzag. En dat de jurk me zo goed stond, haast op het lijf gesneden. Sommige nog ongetrouwde vriendinnen zonder verdere plannen in die richting vertrouwden me zelfs toe dat áls het er dan ooit van moest komen het in een vergelijkbare jurk plaats mocht vinden. Dat zegt natuurlijk niks maar toch is het leuk om te horen.

Die trouwjurk van mij, dat was echt een plaatje.
Tot ik hem naar de stomerij bracht, voor de gebruikelijke after-the-wedding-reinigingsbeurt. Want daar is het nogal mis gegaan. En ik had er ook al zo'n vreemd voorgevoel over. Dat dit wel eens een verhaal met een staartje kon gaan worden. Geen idee waarom. Just a hunch. Maar de beste man van de stomerij in kwestie verzekerde me dat het in het 21-jarig bestaan van zijn zaak nog nooit fout was gegaan. Al moet eens natuurlijk de eerste keer zijn. En ironisch genoeg valt die twijfelachtige eer te beurt aan mijn bruidsjapon.

Op 27 mei liet ik de hoop zijde en tule in goed vertrouwen bij de stomerij achter. Echt spek vettig was het gehele ensemble niet geworden na een dagje trouwen. De sleep vertoonde hier en daar wat grassporen van tijdens de fotoshoot maar verder had ik me netjes gedragen. Voor zover ik me herinner is er niet met wijn of eten gegooid en ook aan limbodansen onder een brandende stok heb ik me niet gewaagd.
Op 19 juli - op zich al laat maar we waren intussen op vakantie geweest - kreeg ik het bericht dat mijn jurk gereinigd en wel op me hing te wachten. Blij over de aanstaande hereniging met mijn japonneke toog ik naar de stomerij. De teleurstelling was dan ook groot toen bleek dat een en ander niet in dezelfde staat verkeerde - of beter, want die verwachting mag je toch hebben dunkt me - als toen ik hem eind mei had ingeleverd. De twee voorheen ivoorkleurige bloemen aan de zijkant ter hoogte van mijn linkerknie lachten me met hangende kopjes en in een kitscherige rozigheid tegemoet. En volgens het bijgeleverde wasetiket zaten er enkele kaarsvetvlekken op de japon die er helaas niet uit waren gegaan. Maar die zich gek genoeg ook nog niet op het kleed bevonden toen ik hem (of is het haar?) inleverde. Ik heb geen druipkaars aangeraakt die dag! Uiterst kalm sommeerde ik de stomerijman dat ik hier niet mee akkoord ging en dat ik verwachtte dat hij de boel naar tevredenheid op zou lossen.
Opnieuw gingen er weken van wachten en vakanties her en der overheen maar vandaag, drie maanden na aanvang van de soap, werd ik dan toch opnieuw gebeld. Dat hij klaar hing. Mijn gereinigde jurk. Met niet meer roze bloemen.
Nee, het roze was er inderdaad helemaal chemisch uit gerammeld. Wat restte was een treurig, lasogenwit veroorzakend, uitgerafeld floddertje stof. Daar kon je met de beste wil van de wereld geen twee bloemen meer van fantaseren. Ook de tulen strook die bij het bloemengedoe hoorde zag eruit om op te schieten. Het was één kreukel. Net als de rest van japon eigenlijk. Hij oogde alsof hij weken voor oud vuil opgefrommeld onder een of andere toonbank had gelegen. Om over de wederom nieuw verschenen vlekken her en der nog maar te zwijgen. Ronduit schandalig. De stomerijman bleek het gelukkig hartgrondig met me eens. Dit kon zo echt niet. En hoe sloeg aan het bellen. En zweten. Peentjes uit zijn nek. Hij was er haast nog zieker van dan ik.

Als het goed is komen ze eind deze week mijn jurk aan huis afleveren. Vanuit de grote stomerij waar 'mijn mannetje' weer zaken mee doet. Er is me beloofd dat hij helemaal opnieuw behandeld wordt, alsof ze hem voor de eerste keer onder ogen zien. Chemisch reinigen, strijken, de hele reutemeteut. En omdat de bloemen "helaas helaas maar we geven ook nooit garantie op de accessoires" verlept zijn doen ze het kosteloos. Nou nou. Het zal mij benieuwen. Enige scepsis kan ik helaas niet onderdrukken. En anders blijft er echt niks anders over dan meedoen aan trash the dress.

Wordt vervolgd...

25 augustus 2010

Van dansende t-shirts

Vroeger hoefde ik maar eens per jaar op controle in Utrecht. Voor de grote beurt. De rest deden we in het perifere ziekenparadijs hier in de buurt.
Zo'n naar, spannend dagje Utrecht werd door mijn moeder met zorg ingekleed tot een gezinsuitje, compleet met koffie en broodjes in de auto, om er toch het beste van te maken. Mijn moesje ten voeten uit. In 1989 maakten we het helemaal bont. Toen gingen we met het openbaar vervoer! Achteraf gezien was dat niet zo'n handige keuze, aangezien ze zomaar het ziekenhuis hadden verplaatst van de binnenstad naar de Uithof. Zonder het ons te zeggen. En we dus niet alleen de halve reis in de trein hebben gestaan, maar daarna ook nog eens met een harmonicabus vol studenten mee mochten hobbelen. Zonder strippenkaart op zak en dus voor de volle busmep. Het gezicht van mijn vader werd die ochtend met het uur grimmiger.

Wat voor mij toch nog alles goedmaakte was het winkelen na afloop op Hoog Catharijne. Ja, het zat er al vroeg in. Omdat ik zo dapper was geweest met bloed prikken en tijdens de ventilatie perfusiescan mocht ik iets leuks uitzoeken. Dat 'iets' werden twee cassettebandjes. Top Hits 1989. Voor in mijn walkman. Mijn lievelingsliedje van beide bandjes was zonder twijfel Something's jumping in my shirt van Malcolm McLaren & The Bootzilla Orchestra & Lisa Marie. Ik was 10 en had geen idee, vergeef me. En nog steeds als ik dat nummer hoor waan ik me in 1989. Zalig! Het was dan ook vast geen toeval dat uitgerekend Something's jumping in my shirt vanmorgen uit de radio knalde. Want ik mocht weer op controle, in Utrecht.


Niet eerder was ik zo gespannen voor het blazen van een simpele longfunctie. En geheel terecht, zo bleek na een stief kwartiertje. Alle pufjes en P.rednison ten spijt blies ik de slechtste longfunctie ooit. Mijn FEV1 wilde niet hoger worden dan een voor mijn doen schamele 55%. Schokkend. En zwaar teleurstellend. Het huilen stond me nader dan het lachen.
Een jaar geleden zat ik nog lekker veilig in de 70%. Boven de 70% kan het allemaal wel wat lijden, in mijn optiek. Dan heb je nog een flinke buffer om in tijden waarin het wat minder goed gaat op te teren. Maar uitzichtloos zachtjes naar de 50%-grens zakken zet de zaken in een geheel ander perspectief. Want wanneer is de bodem van de put bereikt? En hoe reëel is de kans dat je daar weer uitgeklommen komt? En vooral HOE?

De dokter krabde zich even later ook peinzend op het hoofd. Want hoe kán dit nou toch? Is het puur en alleen die ontzettende ABPA? Of speelt er op het moment wellicht een infectie naast? De tijd zal het voorlopig moeten leren. Ik liet in elk geval liters l.ichaamssappen achter in het lab en dat wordt momenteel allemaal op kweek gezet. Voor over twee weken staat een belafspraak gepland en dan hoor ik meer. Maar weer eens een kuurtje van het een of het ander? De P.rednison verhogen dan wel verlagen? De guillotine desnoods? In de tussentijd ga ik in elk geval met nog meer V.entolin aan de slag. En mijn oude, vertrouwde E-flow sprayapparaat. Want het toeval wil dat ik me sinds het in gebruik nemen van de supersonische I-neb (eind mei) niet bepaald beter ben gaan voelen. Causaal verbandje? Het apparaatje mag er dan misschien voor zorgen dat je super snel klaar bent met sprayen, bij sommige mensen kan het té snel gaan. Want in een korter tijdsbestek komt dezelfde hoeveelheid medicijnen binnen gejakkerd en dat moeten je longen natuurlijk wel kunnen verwerken. Of niet. Met een soort spastische reactie van je longen tot gevolg. Dus. Daar gok ik vooralsnog op. Ook voor mijn eigen gemoedsrust. En dan zien we over twee weken wel weer verder.

Weer thuis, na een tussenstop bij vati und muti die ons volstouwden met een keur aan lekkers, vond ik dat ik best een cadeautje had verdiend. Omdat ik zo dapper was geweest met bloed prikken. En omdat ik mezelf gewoon een beetje zielig vond. Om al het gedoe. Het werd - net als in 1989 - een muziekje, alleen dit keer gewoon via bol.com. We zijn immers 21 jaar verder in de tijd. Vanuit mijn luie stoel bestelde ik de dubbel-cd van Lady Gaga. Net zo fout én vrolijk als dat dansende t-shirt van toen! En omdat een Pokerface af en toe best fijn is om je achter te verschuilen...

20 augustus 2010

De Perfecte Poetshulp

Al zolang ik me kan heugen heb ik een gigantisch gloeiende schijthekel aan schoonmaken. Of poetsen, zoals ze hier in het zuiden des lands zeggen. En mensen die daar wel van houden en dagelijks naar hartenlust boenen en schrobben, hebben een zogenaamde 'poetsfiemel'. Maar die verwacht ik hier natuurlijk niet aan te treffen, bij de Club Van Slechte Huisvrouwen.

Als kind werd me geleerd dat ik zelf verantwoordelijk was voor de staat van en het onderhoud aan mijn slaapkamer, ondanks de wekelijkse gang door het huis van de poetshulp. Zij was er niet om mijn troep op te ruimen. En daar had mijn moeder groot gelijk in.
Toch belette dat me niet om, toen ik eenmaal zelfstandig woonde, dankbaar gebruik te maken van de diensten die een van mijn huisgenoten me tegen betaling aanbood. Ik weigerde namelijk pertinent de van schimmel aan elkaar hangende zwijnenstal die onze gezamenlijke studentenkeuken was eens in de vijf weken in maanpak en met de hoge druk spuit onder handen te nemen, en hij betitelde zichzelf simpelweg als - ik citeer - hoer. "Want ik doe alles voor geld!" En zo kwam het dat ik op mijn 20ste reeds beschikte over mijn eerste betaalde hulp. Voor 35 oud Hollandse guldens liet ik graag iemand anders de met maden doordrenkte pan rijst leeg schrapen en een maandvoorraad lekkende vuilniszakken naar buiten sjouwen.

Zodra mijn toen-nog-vriend en ik enkele jaren later besloten te gaan hokken bleek al snel dat we qua huishoudelijk management op een lijn zitten. Ook hij beschikt over de pragmatische visie dat het leven te leuk en vooral te kort is om schoon te maken. Maar aan de andere kant zijn we ons er tevens van doordrongen dat het zaak is niet te verworden tot de Daisy en Onslow van de lage landen. Met vet haar in bed chips liggen eten, flutromannetjes lezen en de paardenraces op tv volgen. En de groeiende stofnesten intussen zienderogen zien aankoeken.

En daarmee begon onze zoektocht naar de Perfecte Poetshulp.
Via mijn schoonouders kregen we Anny 1 aangereikt. Zij maakte ook bij hen schoon en had nog wel een plaatsje over. Het bleek een schat van een vrouwke, maar ze blonk bepaald niet uit in zelfvertrouwen. Elke week kreeg ik meer details over haar haperende privéleven te horen. Ongevraagd en allemaal in de categorie TMI, too much information. Poetsen deed ze niet onverdienstelijk, al was het het opruimen en sorteren waar ze echt op kickte. Niemand kon zo gestructureerd schoenen op een rij zetten als zij. Helaas vond ze na een jaar een andere betrekking en had ze geen tijd meer voor ons en onze schoenen.

Gelukkig vonden we, via vriends oma, niet lang daarna Annie 2. En Annie 2 was top! Leuk mens, type niet lullen maar poetsen! Net waar we naar op zoek waren. Maar nomen est omen, ook deze Annie vond binnen afzienbare tijd een andere baan en zag zich genoodzaakt er bij ons de stekker uit te trekken. Wel bood ze aan dat we haar vriendin Gonny best eens konden bellen. Zij had wel oren naar 'een adresje'.

Helaas haalden we met Gonny de hel in huis. Het regelrechte paard van Troje der thuishulpen. Gonny was nogal rad van de tongriem gesneden. Of gewoon brutaal, zo zou je het ook kunnen noemen. Tijdens het vullen van de emmer met water bestudeerde de minutieus de weekkalender en hoorde me daar vervolgens ongegeneerd over uit. Na een uurtje hier en daar wat vegen blèrde ze al om koffie en als het werk erop zat stak ze haar hand uit en scandeerde "Poen!". Ze was, zeg maar, de primaat onder de poetshulpen. En ik kon daar he-le-maal niks mee. Het was te overrompelend, zij was te groot en te aanwezig. Ze liet me een gast voelen in mijn eigen huis. Het was dan ook een schitterende samenloop van omstandigheden dat we op een goede dag verhuisden naar een ander dorp en we op die manier met goed fatsoen afscheid konden nemen van de vreklap.

Hulp nummer vier werd Betsy, aanbevolen door een collega van vriend. Betsy was zo'n vrouw met een poetsfiemel. Dat beloofde wat! Ze ging werkelijk als een orkaan door het huis. Helaas was ze echter ook een beetje slechtziend, en onhandig. Naar eigen zeggen compenseerde ze haar visuele handicap door alles op de tast te doen waardoor het werk eigenlijk beter gebeurde. Jaja. In mijn optiek moest ze gewoon iets verder kijken dan haar neus lang was, als ze in haar blinde haast met de Dyson tegen de plinten aanknalde en ik de afgebrokkelde scherven steen zag blinken. De maat was vol toen ik diepe krassen in het hoogglans witte tvkastje constateerde. Tegen mijn uitdrukkelijke instructies in de vazen óp te tillen alvorens ze uit de kast te halen - juist om krasincidenten als deze te voorkomen - had madam ze meer dan eens fluks met de bodem over de tere hooglanslak getrokken. Ik kon wel janken! Met een laffe smoes over mijn moeder die toegezegd had ons voortaan te willen helpen met schoonmaken heb ik haar opgebeld en ontslagen.

Via het onvolprezen marktplaats kwamen we tot slot aan Wendy. Wendy was een aardige, rustige, jonge meid. Die vooral heel erg bezig was met moeder zijn en nog een thuisstudie, 'iets met kinderen'. Waar Betsy de orkaan was, was Wendy het oog van de storm. Alles ging op z'n elfendertigst. Af en toe moest ik me bedwingen om niet haar rug te betasten, op zoek naar sleuteltje waarmee ik haar op kon draaien en ze als een Duracell-konijntje tekeer zou gaan. Gelukkig loste ook het probleem Wendy zichzelf op. Ze bleek namelijk zwanger van de tweede en dat werd me zo ongeveer een half uur na conceptie verheugd toevertrouwd.

Ergo, inmiddels zijn we terug bij af en er volkomen klaar mee. Met het gedoe en de vrijblijvendheid. Is het dan echt zo moeilijk om een eerlijke, betrouwbare, hard werkende hulp met liefde voor het vak te vinden? Gewoon zo'n moederlijke Marja of een lieve Liny; ik hoef ze niet eens allebei! Inmiddels-man heeft bijna het punt bereikt dat hij zelf het schortje voorknoopt en op zaterdagochtend de badkamer te lijf gaat. Om 's middags de bespaarde euro's keihard kapot te slaan in de stad. Hij gaat z'n goddelijke gang maar, ik verdiep me intussen in de wereld die professionele schoonmaakbedrijven heet. Als Mozes niet naar de berg komt, komt de berg wel naar Mozes. Ergens wacht een Liny op mij, ik weet het zeker. Haar naam hoeft zelfs niet op een y te eindigen!

*****

Deze blog verscheen ook op www.clubvanslechtehuisvrouwen.nl.

19 augustus 2010

Over Twitter: het vervolg

Op 23 mei 2008 zette ik, enigszins weifelend, mijn eerste schrede op Twitter. Mezelf luidop afvragend hoelang we deze Tamagotchi in leven konden houden.

Ruim twee jaar en meer dan 3000 geposte berichten later kan ik verheugd melden dat het wel klikt tussen Twitter en mij. Ik vind het een ontspannen en laagdrempelige manier om middels kleine, actuele boodschapjes contact te maken en houden met de digitale wereld. Zeker in tijden dat de inspiratie weblogtechnisch nogal aan opdroging onderhevig is.

Dat Twitter zo'n vlucht zou nemen hadden de bedenkers in 2006 vast niet kunnen bevroeden. Want niet alleen Jan met de pet twittert, ook een keur aan hoogwaardigheidsbekleders en ander belangrijk dan wel beroemd volk laat geregeld van zich horen via de site met het blauwe vogeltje. Zo was het op z'n zachtst gezegd een amusante ervaring om enkele tweets met F.rits W.ester te wisselen, om er maar eens een BN-er van formaat tegenaan te gooien. En televisie kijken is sinds Twitter helemaal verheven tot een hogere kunst. Door het #-teken voor een (groep) woord(en) te plaatsen - bijvoorbeeld #ikvertrek - kom je in een soort virtuele speeltuin terecht. Iedereen die ook kijkt naar en iets vindt van het televisieprogramma Ik Vertrek leeft zich uit met de meest geestige commentaren en vocabulaire hoogstandjes. Werkelijk hilarisch. En licht chaotisch, want probeer je aandacht maar eens te vestigen op twee schermen tegelijk en op het zelfde moment de scherpste oneliners te formuleren en ze foutloos in te tikken. Met een te dikke vinger op een te ielig toetsenbord.

Een andere hype die momenteel op Twitter rondwaart is de Club Van Slechte Huisvrouwen, beter bekend als #cvsh. Wat begon als grapje met een verzuchting over een ontplofte huiskamer leidde tot een stroom aan herkenning van andere Slechte Huisvrouwen en binnen mum van tijd was er een soort digitaal gilde geboren. Met inmiddels een heuse website en regelmatige aandacht van de media. Dat is toch ronduit grappig?

Sinds gisteren is het topic #toenikkleinwas ineens een hit. Het concept is even eenvoudig als aangenaam. In 140 tekens jeugdherinneringen ophalen. Wie wordt daar niet blij van? Echter, omdat ik dit blog niet geheel wil verwaarlozen besloot ik mijn persoonlijke trip down memory lane voor hier te bewaren. Komt 'ie!

Toen ik klein was:
- Heette Twix nog gewoon Raider.
- Lustte ik ook al geen spruitjes.
- Hielden we elke vrijdag gezellig avondje. Met lekkers bij de koffie, mocht ik de tvkeuze bepalen en laat naar bed.
- Dacht ik dat mensen altijd maar één ziekte konden krijgen.
- Fietste een jongen die verliefd op me was naar een telefooncel in een ander dorp om mij te bellen omdat ze thuis geen telefoon hadden.
- Hadden we nog strenge winters en zinderende zomers. Althans, zo wil ik het me herinneren.
- Was ik altijd wel 'op' iemand.
- Maakte mijn moeder het liefst foto's van mij als ik boos was. Of rare dingen deed.
- Deden we woordspelletjes als 'geen ja en geen nee' in de auto of zongen mee met het bandje van Paul Simon.
- Was er een fase waarin ik me een jongetje voelde en mijn ouders vroeg me voortaan Ruig te noemen.
- Keek ik op zondagochtend ademloos naar de VPRO.
- Hadden we een matrixprinter. En een pc met MS-DOS.
- Had ik al snel door dat je ook gewoon de stickertjes van de Rubiks kubus af kon pulken om hem goed te krijgen.
- Speelde ik met Barbies, My Little Pony, Playmobil en Lego. Maar niet met Ministeck.
- Had ik beter naar mijn tante moeten luisteren toen ze waarschuwend sprak dat ik er nooit aan moest beginnen: benen scheren!

11 augustus 2010

Project 'pimp de slaapkamer'

We wonen inmiddels een jaar in ons heerlijke huis en lopen met tussenpozen nog steeds enthousiast te klussen. Want er is altijd wel een plankje, lampje, schilderijrail of zeeppompje dat opgehangen moet worden. Om maar wat te noemen.
Slaapkamertechnisch begonnen de kluskriebels alweer heel snel te komen, moet ik eerlijkheidshalve bekennen. Het was ons vanaf het eerste begin al niet echt gelukt om daar een gezellig onderkomen van te maken. Niks mis met witte muren en weinig meubels - space is my favourite piece of furniture - maar het oogt echt anders als Jan de Boef het doet, zeg maar. De sfeervolle hotelkamer die we voor ogen hadden was het nog alles behalve. En dus gingen de raderen draaien. Ik surfte me een ongeluk op woonblogs, werkte me door meters hoge interieurtijdschriften. Allemaal op zoek naar inspiratie. Voor de juiste stijl die maar niet over me heen wilde komen.
Sjoerd zag mijn zoektocht met lede ogen aan. Hij was het enerzijds roerend met me eens maar vooral ook huiverig voor het gedoe dat dit alles weer teweeg zou brengen. Door de week 's avonds even naar de Gamma voor een klein maar essentieel boodschapje is hier al reden tot oorlog.

Op vakantie viel het kwartje. Wat een andere omgeving - met vooral een heel ellendig, keihard matras waar ik tot twee keer toe kramp van in mijn kaken kreeg! - al niet met je doet. Het begin van de grote slaapkamermetamorfose lag bij het bed. Dat moest een kwartslag gedraaid. Niet meer met het hoofdeinde onder het raam. Was ook helemaal niet Feng Shui volgens Feng Sjoerd. En als vanzelf kwam de rest van de ideeënstroom daarna op gang. De televisie plus toebehoren tegenover het bed ophangen, nachtkastplankjes verplaatsen, gordijnen uitzoeken, die oude stoel naar zolder verbannen en tot slot het aanbrengen van wat sfeermakers als finishing touch. En dan zouden we wel zien of de muren maagdelijk wit bleven of dat daar ook nog tegenaan gesaust moest worden.


Bij thuiskomst werden meteen alle hulptroepen ingeschakeld. Ik hou van doorpakken! En ben nogal ongeduldig. Nou en? Papa kwam een uurke helpen met het bed, Niels werd opgetrommeld voor het betere boorwerk en ik - koningin van het delegeren - contacteerde Marij. Marij is een kei met verf en kwast en zij was de aangewezen persoon om een van mijn finishing touch-dingetjes te realiseren. Namelijk een muur voorzien van tekst. Het leek me wel een aardig plan om de regels die op onze trouwkaart stonden te vereeuwigen in onze slaapkamer. Mooie herinnering, passend thema. En zo geschiedde!

Uiteindelijk kon ik dan zelf aan de bak. Want ik ben heus geen luie ozelaar die anderen het vuile werk laat opknappen en zelf parmantig met de armen over elkaar geslagen toekijkt. Hoor. Nee, ja, ik ging zelfs iets doen wat ik nog nooit gedaan had. Namelijk behangen! In mijn hoofd had zich een schier briljant idee genesteld, althans dat vond ik zelf. Ik zag een flinke plank (van 1 bij 1,5 meter) voor me die behangen was met zwart-wit gestreept behang. Op die behangen plank ging ik allemaal haakjes bevestigen en daar kwam dan weer een keur aan hartjes aan te hangen. En zo zou er dan een dynamisch schilderij voor aan de muur ontstaan. Helemaal zelf verzonnen, het zou zo in VT wonen kunnen!

Dat in eerste instantie zelfstandig freestyle behangen werd uiteindelijk toch een familieding op zaterdagmiddag. Erg gezellig. En nodig, want het komt door mijn liefste moeder dat ik niet out ben gegaan van de penetrante ammoniaklucht. En dat alles er keurig netjes strak tegenaan zit.
Nog wat foto's zien? Vooruit dan. Alleen de gordijnen ontbreken helaas nog. Die waren in eerste instantie klaar, maar bleken nogal de verkeerde kleur te hebben toen ik ze op ging halen bij de Hema. Je kunt niet alles hebben.

03 augustus 2010

Nie zo'n pret

Vrijdag 11 juni jl. staat in mijn agenda gemarkeerd als de aftrap van mijn Grote P.rednisonavontuur. Omdat mijn al jaren fluctuerende totaal IgE-waarde weer een stijgend patroon kende en de T.risporal niet voldoende soelaas meer bood, vond mijn longarts het de hoogste tijd worden voor Meer Actie. Ook gezien de dalende trend in longfunctie. Iets waar ze op zich een punt van aandacht te pakken had.
We gingen uit van de laatst geprikte waarde (totaal IgE 888) en de formule 0,5mg P.rednison per kilo lichaamsgewicht plus nog wat extra 'for the road' (40mg).

Vrijwel direct merkte ik verbetering. Al na een paar dagen voelde ik me energieker dan de afgelopen maanden. Ik kwam weer tot dingen. Essentiële zaken als de was bleven niet weken lang hopen op de strijkplank, waar we blind uit de stapel trokken wat we nodig hadden. Ik kon de trappen weer op zonder mezelf voor de gek te houden met een verkapte adempauze op de eerste verdieping. Omdat ik zogenaamd eerst echt nog even iets in de badkamer moest pakken voordat ik door kon naar de zolder. Hijgend als een oude knol. En mijn piepje verdween. Het er langzaam ingeslopen reuteltje dat ik achteraf bezien best als een voorbode van die verdammte ABPA had kunnen beschouwen. Maar ja, wist ik veel?

Na twee weken slikken moest ik vlak voor we op vakantie gingen bloed laten prikken in het lokale ziekenhuis. Voor een verse score en om te zien of het resultaat ook op een ander niveau dan mijn perceptie meetbaar was. Het was in nergens minder dan Cannes waar ik hoorde dat de P.rednison deed wat het moest doen. Mijn totaal IgE was gedaald naar 587. Weliswaar nog steeds te hoog maar het begin was er! Volgens afspraak met de longarts mocht ik vanaf dat moment gaan minderen met de Pred. naar 30mg per dag. Daar waren mijn opgezwollen vochtenkels, door elkaar geschudde bloedsuikers en ik erg blij mee. Kon ik de tweede week van de vakantie toch nog mijn schattige, speciaal aangeschafte slippertjes aan. En toe met iets minder insuline.

Na twee weken de accu te hebben opgeladen in de Zuid Franse zon en met een dosis van 30mg per dag volgde er opnieuw een prikronde. De uitslag daarvan liet echter teleurstellend lang op zich wachten. Doordat ze in het als matig bekend staande perifere pannenkoekenhuis hier in de stad maar eens in de twee weken het totaal IgE bepalen, en ik net op het verkeerde moment in het rondje zat, duurde het niet minder dan vijftien dagen voordat ik ook nog te horen kreeg wat ik niet wilde horen. Namelijk dat mijn totaal IgE intussen vrolijk was door gestegen naar 933. Wel potjandorie. En dan druk ik me nog vriendelijk uit. Dikke tranen van verdriet, teleurstelling en ook wel angst plengde ik. "Weer een klap in je gezicht hè meid?" vatte mijn vader het treffend samen.

Toch verbaasde het me ergens niet eens. Want het even verdwenen adempiepje had zich haast ongemerkt weer gezellig reutelend in mijn luchtpijp genesteld. Tegen beter weten in had ik gehoopt opnieuw te mogen afbouwen. Ook omdat de beruchte bijwerkingen inmiddels niet meer te ontkennen zijn. Zo worden mijn vingers momenteel opgesierd door - oh gadver - zwarte haren. Op een ochtend werd ik wakker, keek naar mijn handen en dacht dat ik 's nachts bezocht was door de handenfee, die in plaats van tanden wegneemt voor een euro klakkeloos handen omruilt. De genetisch bepaalde vlezige worstvorm was er altijd al, maar de huidige haarmat op mijn onderste kootjes maakt de gelijkenis met mijn vaders knuisten domweg eng. En dan hebben we natuurlijk nog het Schransen Voor Gevorderden met de onmiskenbare Ballonbuik en Plofkop tot gevolg. De weegschaal geeft sinds 11 juni jl. pas 2 kilo meer aan - en toegegeven, in de maanden daarvoor ben ik ook het nodige kwijtgeraakt dus zo erg is het allemaal niet - maar het voelt veel erger. Vooral mentaal. Nog niet zo lang geleden moest ik moeite doen om niet verder af te vallen en me in uiterste nood wenden tot boterhammen met Nutella en ongelimiteerde hoeveelheden abrikozenvlaai. Nu knaag ik van ellende de godganse dag op worteltjes en sla om mijn om voedsel schreeuwende brein de baas te blijven. En mijn vooralsnog perfect zittende kleding.

Vanaf nu dus maar weer met hangende, vlezige en ook nog behaarde pootjes terug naar 40mg per dag en dan over een week andermaal bloed prikken. Het zal mij benieuwen...

25 juli 2010

Hoe het nou zat/ zit

Dat het hier een hele poos betrekkelijk stil is geweest heeft natuurlijk een reden. Want geen zin komt nooit alleen, of zomaar. Feit is dat er nogal wat speelde en speelt en wat mijn dagelijkse gang van zaken meer belemmert dan ik zou willen. Geen megagrote superdingen, maar bij elkaar opgeteld toch net vervelend genoeg om niet in mijn beste doen te zijn.

Met vooraf de waarschuwing aan mijn lieve lezers om aan een volledige en oersaaie, gortdroge opsomming te beginnen ben ik toch maar met m'n epistel gestart. Ooit moest het er van komen en ik bemerkte zowaar een licht gemis jegens mijn eigen kleine webstek. Het kan verkeren.

Met de eigenschap mezelf aardig te kunnen verplaatsen in een ander kan ik me voorstellen dat er lezers zijn die likkebaardend zitten te wachten op Het Verslag van Onze Grote Dag. Die mensen moet ik op voorhand teleurstellen. Het zal er beslist nog wel een keer van komen, maar wanneer? ... Om kort te gaan: het was top! Ondanks mijn gezondheid en ondanks het niet spetterende weer. Wat positief uitgelegd kan worden want het bleef droog!

Die gezondheid dan. Daar schort het momenteel een beetje aan. Eigenlijk al maanden. Ik sukkelde de herfst, winter en lente door van a.ntibioticumkuur naar a.ntibioticumkuur en zag desondanks een jammerlijk dalende trend in mijn l.ongfunctie. Vlak na onze trouwerij moest ik weer op controle - je kunt je wittebroodsweken beter nuttig besteden - en blies daar een voor mijn doen bedroevende fev1 van 62%. Ook bleek mijn totaal IgE-waarde opnieuw gestegen, de verdubbelde dosis T.risporal (een a.nti-schimmelmedicijn) ten spijt. Tel daarbij het chronisch geworden piepje in mijn ademhaling en mijn alsmaar krimpende voorkomen op en we hebben een diagnose te pakken: ABPA, oftewel allergische bronchopulmonale aspergillose. Kort gezegd houdt dat in dat mijn longen allergisch reageren op een schimmel (de A.spergillus). Hoe je daaraan komt? Geen idee. Belangrijker is hoe je er weer van afkomt. Vrij lastig. In elk geval met ferme maatregelen in de vorm van P.rednison. Via de lange weg, te starten met een dagelijkse, hoge dosis en dan middels regelmatige controle van het bloed zien of en met hoeveel milligrammen er afgebouwd kan worden. Een traject van maanden, zo niet langer.
Ik vond het nog al wat. CF'ers die Echt Ziek Zijn kregen in mijn ogen Prednison, plus alle vrolijke bijwerkingen bovendien. Niet bolle Mollie, die al jaren aangenaam geruisloos meedeint op een redelijk kalme CF-zee. En eerder moeite heeft met afvallen dan met aankomen. Echt geen plofkop, donssnor, ballonbuik, stemmingswisselingen, vreetkicks, stuitersuikers en meer van dat gezelligs aan mijn lijf gaarne.

In dezelfde periode van Pret met Pred. bleek tot ieders ontluistering dat ik niet meer de enige CF'er binnen onze familie ben. Een van mijn nichten schonk het leven aan een dottig jongetje. Met CF. Omwille van hun privacy kan en wil ik daar op deze plek niet verder over uitweiden. Wel mag worden gezegd dat het, naast dat het verschrikkelijk verdrietig is voor alle betrokkenen, nogal een impact heeft. In heel veel richtingen. Lastig.

Door alle besognes hiero bleek mijn daddy dear het in Verweggistan ook alles behalve makkelijk te hebben. Na rijp beraad met het thuisfront en alle mensen die er eveneens iets van moesten vinden, heeft hij dan ook besloten om zijn missie vroegtijdig te staken. In plaats van de geplande twaalf maanden heeft hij tien maanden gediend. Met de kanttekening dat hij in die tien maanden zijn klus met verve heeft volbracht (getuige ook de verscheidenheid aan blinkende decoraties op zijn borst) en in de wetenschap dat er in de twaalfde maand sowieso geen activiteiten zouden kunnen plaatsvinden vanwege de R.amadan.

Super apetrots ben ik op mijn papa. Dat hij gekozen heeft. Eerst door te gaan en die druppel op de gloeiende plaat te willen zijn. Door iets tastbaars te hebben betekend voor een ander. Zijn komst naar Verweggistan heeft verschil gemaakt voor de mensen daar. Welke visie je ook hebt op onze militaire buitenlandse bemoeienissen.
Het in mijn ogen mooiste voorbeeld daarvan staat inmiddels hier in huis. Een van de Verweggistaanse tolken spendeerde een deel van zijn schamele loon aan een cadeautje voor mij, omdat hij het zo erg vond dat ik ziek was. Hij was zichtbaar ontroerd toen mijn vader hem in kennis stelde van zijn vervroegde vertrek en het waarom ervan. Bij het afscheid vertrouwde hij mijn vader toe dat er dagelijks tot A.allah voor me wordt gebeden. Ook duwde hij hem een lilakleurig kartonnen doosje in de handen waar hij zelf met pen nog een klavertje vier op had getekend. Binnenin bevond zich een snoezig glimmend, rijkelijk versierd snuisterijendoosje.
En dat mijn vader uiteindelijk voor zichzelf koos en besloot niet willens en wetens de tijd uit te zitten, in de wetenschap dat hij hier wellicht harder nodig zou zijn dan daar, dwingt ook alleen maar respect bij me af. Mijn papa, mijn held.

Dus. Zo staan de zaken ervoor. Is iedereen weer op de hoogte, ben ik het kwijt. En voor de rest zien we wel.

23 juli 2010

Stoer vs. verstandig: tankperikelen

Ik geloof dat ik mezelf, ondanks mijn keurige verpakking als fris onderhouden meisje meisje compleet met tassentic, schoenenverslaving en Oililyfetisj, best mag omschrijven als een stoere vrouw.
Zo ben ik beslist niet bang voor spinnen, muizen en onweer, durf ik blind door de wasstraat en ben ik verschillende keren alleen naar het buitenland op vakantie geweest. Ook ben ik de klusser hier in huis en draai ik mijn hand niet om voor een stukje elektronica meer of minder.
Dat ik niet acuut in de stress schiet zodra het lampje van de benzinetank gaat branden past logischerwijs in dezelfde context. Daar waar de meeste vrouwen - heerlijk even genereren - al willen tanken zodra de brandstofmeter ook maar enigszins naar links helt, vind ik het een uitdaging om te kijken hoever ik kom. Zeker in combinatie met de onverbiddelijk terugtikkende digitale teller die aangeeft voor hoeveel kilometer benzine er nog in de tank zit.

"Nog vijftig kilometer," sprak Sjoerd gisteren onheilspellend, toen we over de snelweg naar huis reden. "Zal ik er even tien liter ingooien zodat je morgen in elk geval voldoende hebt om in België te komen?" bood hij aan, attent en zorgzaam als hij is. Hoongelach viel hem ten deel. Hoever hij wel niet dacht dat het naar mijn favoriete Belgische tankstation was. Daar kon ik twee keer van op en neer, makkelijk. Berustend haalde hij zijn schouders op. Dan moest ik het zelf maar weten. Maar ook niet gaan liggen bellen als ik onverhoopt langs de kant van de weg zou geraken, met een lege tank.

Nog steeds vijftig kilometer, aldus de oranje cijfers op de teller toen ik vanmiddag van huis wegreed. Zie je wel, appeltje eitje, smaalde ik. Tussentijds tanken is voor mietjes. Om na een kleine tussenstop bij het bakkertje om de hoek licht verbaasd te constateren dat het aantal te rijden kilometers resoluut gereduceerd was tot dertig. Vast een gevalletje koude motor of zo.
Nog voor ik de snelweg had bereikt glom de twintig me ijzig tegemoet. Oeh! Vastberaden draaide ik de invoegstrook op en besloot gemoedelijk achter een vrachtauto te blijven hangen. Lekker tachtig op de rechter baan, airco en muziekje aan, wie deed me wat. Een kleine maar abrupte wegversperring inclusief omleiding, zo bleek even later. Wel gatverpielekes! Hadden ze net deze week de doorgaande weg naar Belsj en dus mijn lievelingstankstation (want goeiekoop en kneuterig Vlaams) eruit gegooid. Tanken op het nog net Nederlandse industrieterrein waar ik op dat moment overheen reed was me mijn eer te na. Mijn missie was Belgische benzine, Belgische benzine moest er komen.

Het bleek een complete mission impossible, zo leerde ik snel. Want ondanks het uitgebreide pakket aan mannige eigenschappen ontbeer ik de wellicht belangrijkste. Een deugdelijk gevoel voor richting. Zelfs in gezelschap van een navigatiesysteem. Heel onhandig.
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de blinde paniek toen wel uitbrak. Ook doordat de vrolijke meter ineens geen cijfers meer liet zien maar louter plat liggende streepjes. Een mooi synoniem voor nul. In een vlaag van helderheid herinnerde ik me het logo van een tankstation waar ik zoëven half en half was langsgereden. "Dan daar maar," dacht ik verbeten. Toen ik er eenmaal was, door de sterren gestuurd, bleken twee logge vrachtwagens de boel echter bezet te houden. God weet voor hoelang. En in het aanpalende kantoortje was ook niemand die mij - het hulpeloze vrouwtje met een benzine-uitdaging - kon helpen. Neen, ook hier ging tanken niet lukken.

Mijn enige optie was de eerder bruusk genegeerde Total op het Nederlandse industrieterrein. En de vraag hoe ik daar in vredesnaam moest geraken, want inmiddels was ik zo van de rel en totaal gedesoriënteerd en gefixeerd op de plat liggende streepjes en trillend van een hypo dat ik vloekend achter het stuur zat. "Het zal toch *%^&$# niet zo zijn dat ik Sjoerd dadelijk echt moet bellen met de beschamende mededeling dat ik zonder benzine sta? En dat Hij Dan Gelijk Had!" Want dát zou het ergste zijn natuurlijk, gezichtsverlies.
Zwetend en met gekruiste vingers vervolgde ik mijn weg. Het kon gewoon niet ver weg zijn. Maar waar ook weer precies? "Please laat me het halen, please laat me het halen!" prevelde ik debielig.

En als een wonder doemde daar dan toch zomaar de vertrouwde letters van het eerder verguisde Hollandse tankstation op. I made it. We made it.
En dat ik daarna per ongeluk ook nog slang met de duurdere superbenzine in mijn tank had gehangen interesseerde me totaal niet. Voor hetzelfde geld was het diesel geweest, dan hadden we echt kunnen lachen.
Het had op zich helemaal in de lijn der gebeurtenissen gelegen.

22 juli 2010

31 Zomers

Vandaag. Op de kop af voor de 31ste keer. Ben ik jarig.
En tot mijn teleurstelling bemerk ik een kentering. In het gevoel. De beleving. Het is moet er langzaam ingeslopen zijn, klaarblijkelijk. Net als de eerste kraaienpootjes, die zich voorzichtig een weg banen langs mijn buitenste ooghoeken. Het gebeurt.

Vroeger. Vroeger was je JARIG. En daar weken voorafgaand non-stop mee bezig. Met cadeautjes bedenken en zenuwachtig zijn en gastenlijsten opstellen. Elk jaar opnieuw dezelfde, overigens.
De avond ervoor niet kunnen slapen van de spanning. Over het hoofdcadeau, en de hopelijk goede bijvangst. En hoeveel kaarten de postbode zal bezorgen. En of het wel laat genoeg gaat worden. Want jarig zijn is laat naar bed. Misselijk van alle snoeperijen en een teveel aan koolzuur voor de ongeoefende kindermaag.

Hoe ouder je wordt, hoe meer de glans van je verjaardag af gaat, lijkt het wel. Het is een dag als alle andere. Je staat op, doet je ding en gaat weer naar bed. Alleen ben je dan zogezegd een jaartje ouder. En heb je die ene dag misschien net wat meer (en leukere!) post en telefoon gekregen.
Het verzinnen van cadeautjes wordt ook ieder jaar lastiger. Op de vraag "Wat wil je voor je verjaardag?" is haast geen zinnig antwoord te bedenken. Want toegegeven: feitelijk heb je alles toch al. En als je iets nodig hebt - al dan niet dringend of louter voor de heb - koop je het gewoon. Dat boek, die cd, dat luchtje of die tas. Daar ga je echt geen jaar op wachten tot iemand anders het voor je aanschaft. Wat dat betreft is het tegenwoordig elke dag verjaardag! Sterker, als je het zo bekijkt kwam je er als kind maar bekaaid vanaf. Met die ene gulden zakgeld per week, die je braaf moest sparen en waar je pas wat van mocht kopen als je een behoorlijk bedrag opgepot had.

Misschien is het wel helemaal geen verkeerde ontwikkeling, eigenlijk. Ik beleef immers veel liever alle dagen van het jaar met net wat extra glans, dan die ene waar de glans je verblindt maar de overige 364 dagen doffig, muisgrijs gewoon blijken te zijn.

Het zal wel bij het ouder worden horen. Relativeren. En kraaienpootjes.

21 juli 2010

Hoe B.onnie's licht over me neerdaalde

Dat het zover heeft kunnen komen.

Van de week zat ik, in gezelschap van een glaasje rosé en mijn sprayapparaat - multitasken heet dat, op de bank. Het was ver na grote-mensen-bedtijd maar ook deze avond liet mijn eigenzinnige bioritme me niet in de steek. De tv stond aan en ik viel met mijn neus in de herhaling van 'Ik kom bij je eten'. Da's een kneite gezellig zomerprogramma van RTL4 waarbij de vaste kliek presentatoren beurtelings bij bekende en minder bekende Nederlanders gaat: juist, eten. Naar mijn mening met het doel die bekende Nederlanders zonder televisieklus na de zomervakantie alsnog in het zadel te helpen. Er is altijd wel ergens quizvulling nodig, immers. En op deze manier blijf je toch in de picture.

Anyway, de immer fruitige Oud-Zuid traiteursdochter-turned-actress N.icolette van Dam had zichzelf uitgenodigd voor een zomers maal bij niemand minder dan B.onnie Levercirrose St. Clair. Tegenwoordig naar eigen zeggen 'droog staand' en goddank zonder die afzichtelijke petmutsen waar ze haar door de zeup nogal verfrommelde toetje in vroeger tijden mooi onder weg kon moffelen. Nee, eerlijk is eerlijk. B.on deed het best leuk op de buis. Opgefriste kop, een heus kapsel en weinig tongrollers. En die lichte, uhm, afasie, ach dat hebben we allemaal wel eens toch?

Ze ging 'iets met bruine bonen' maken voor N.icolette. Omdat ze het vroeger thuis niet breed hadden en bruine bonen, nou ja. Ter compensatie deed ze er wel de beste stukjes van de kip bij, en een zak voorgesneden groenten. Toch fijn, als de bomen tot in de hemel groeien. B.onnie's keuken oogde opvallend opgeruimd, haast klinisch. Het viel N.icolette en mij zowat gelijktijdig op. Bijna spooky. Er stonden weinig frutsels en fratsels tentoongesteld. Een uitstalling van talloze gezellige glazen potten gevuld met kurken. Of zo. Alsof je dat onbewust toch verwacht bij een ex-alcoholverslaafde. Maar B.onnie bekende nogal van de netjes te zijn. Zo duldde ze op haar aanrecht beslist geen stof vangende specerijenpotjes. En toen gebeurde het dus. Dat was het moment. Het moment waarop B.onnie's verhelderende licht over me neerdaalde en me aanraakte. Aanrecht. Stoffige specerijenpotjes. Rommel. Weg. Nu!

En zo kwam het dat ik om half drie naar bed kroop. Kapot als een hond maar met een compleet gereinigde, heringerichte keuken waar je u tegen zegt. Zonder ballast op het aanrecht, met al m'n potjes kruiden keurig gerangschikt in een lade. Allemaal dankzij B.onnie.

10 juli 2010

Jouer avec Oscar Mopperkont

09 juli 2010

Kidsfun!

08 juli 2010

Nice diner @ Nice

07 juli 2010

Heer en meester van de camping

06 juli 2010

Hondsmoe

05 juli 2010

Alles kan in Cannes

04 juli 2010

Save all your kisses for me!

03 juli 2010

Goed toeven @ Port Fréjus

02 juli 2010

Nog meer late night gepuzzel

01 juli 2010

L'anniversaire de Rover

30 juni 2010

't Zet je aan het denken: Rummikub

29 juni 2010

Beachdiner @ St. Raphaël

28 juni 2010

Puzzelen, lezen, kroelen