zaterdag 9 april 2005

Groene vingers met rosé

Wat is er beter voor een duf roséhoofd dan met datzelfde hoofd in de buitenlucht te zijn en je eigen voortuin eens grondig onder handen nemen?

Gisteravond vierden we de verjaardag van L., Sjoerds zusje. Omdat Rover slecht alleen thuis kan blijven - de bewijzen hiervan staan op geluidsband - nemen we hem waar mogelijk overal mee naar toe en als dat niet kan doen we hem uit logeren bij mijn ouders. Op deze manier blijft het contact met de achterbuurvrouw goed en steelt Rover overal waar we komen de show. Zo ook vanavond. Iedereen die iets eetbaars in z'n handen heeft is op slag zijn beste vriend en als hij dan ook nog iets van dat lekkers krijgt dan is hij helemaal niet meer bij je weg te slaan.

Omdat Sjoerd de BOB was besloot ik, ondanks mijn kuurtje Tavanic (antibioticum), vanavond eens stevig aan de rosé te gaan. Als bijwerking van de Tavanic lijd ik gedurende de drie weken durende kuur aan insomnia en zie ik het 's nachts nogal eens 4:00 uur worden. Een glaasje rosé om wat soezig van te worden kan het inslaapproces bespoedigen. En zo geschiedde...
Na een oergezellige avond, inclusief een hele fles rosé voor mezelf, gleed ik om 1:30 uur in een diepe coma om er vanmorgen om 10:00 uur met een ietwat zwaar hoofd en een kurkdroge mond weer uit te vallen. Oempf...

Het gazonnetje tussen de buren en ons werd al zolang wij hier wonen danig ontsierd door een of ander groot, dor conifeerachitg struikgewas. Echt zo'n lelijke oude-mensen-struik. Gelukkig was de buuv het, ondanks haar leeftijd, hartgrondig met ons standpunt eens. Van haar mocht hij eruit!

Dus na mijn ochtendritueel toog ik gewapend met snoeischaar de voortuin in. Eraan ging hij, conifeermans! De buurman, die dement is, vond het vorige week helemaal geen goed idee dat wij die struik eruit wilden halen. Hij vond het een prachtige plant! Vanmiddag kwam hij geregeld naar buiten en zei iedere keer: "Zo, jullie zijn nogal wat van plan. Zal ik de bak weer wegzetten, hij is vol. Het is toch nog koud." en sloeg dan zijn vest nog maar eens dicht. Ocharm.
De laatste keer dat hij naar buiten kwam vroeg hij aan ons waar zijn groenbak was. Die was hij kwijt. Terwijl hij hem even daarvoor zelf weg had gereden!

Inmiddels is de conifeer in duizend kleine stukjes geknipt en genieten wij - katerloos en met een fris hoofd - van een nog weidser uitzicht over onze voortuin. En de buurman? Die heeft zijn groenbak ook weer gevonden!

Geen opmerkingen: