maandag 13 maart 2006

For my eyes only

"Doe maar aardappelen."
"..."
"Nee pak nou maar 2,5 kilo, dan delen we dat wel met mijn moeder."
"..."
"Ja, is goed."

Nee ik sta niet bij de groenteboer. Ik heb een afspraak in het ziekenhuis. Met de oogarts. En schijnbaar kan de secretaresse van de oogarts zelf ook best een consultje gebruiken, want ze schenkt geen enkele aandacht aan me. Nul komma bokkie!
Ietwat ongeduldig pareer ik haar slap geouwehoer met god-weet-wie met een geïrriteerd "Hallo, ik heb een afspraak met dokter X!". Verstoord kijkt ze op en weet tussen het opdreunen van haar boodschappenlijst door mij naar de wachtkamer te wijzen. Dank je wel.
En ik ben nog wel zo opgetogen! Helemaal opgedirkt ben ik op het strijdtoneel verschenen. Want vandaag is het zover. Hij is weer aangebroken: die ene dag in het jaar dat ik met plezier naar het ziekenhuis ga. Heus! Van het hele assortiment artsen waarover ik mag beschikken, is mijn oogarts de absolute topper. Waarom? Dat is eenvoudig. a) Hij raakt me niet aan, b) hij doet geen enge dingen en c) hij is veruit de meest knappe dokter bij wie ik onder behandeling ben. Ik mag lijden dat ik nooit blind word, want de aanblik van zijn felblauwe ogen is gewoon hemels.
Goed, zijn torenhoge jammiegehalte wordt misschien ook wel een heel klein beetje versterkt door het immense trollengehalte van zijn assistente. Het kan niet anders dan dat zij is uitgekozen en aangenomen door diens echtgenote. Ik zweer het, geen groter contrast is meer denkbaar dan dat. Maar ze is wel echt heel erg aardig en bovendien een stuk behulpzamer dan die trien aan de balie.

Het is altijd erg druk in de wachtkamer van dokter X. Klaarblijkelijk ben ik niet zijn enige fan. Nadat ik drie afgeleefde Libelles heb doorgebladerd, roept de assistente me bij zich in haar kamer. Ze doet eerst wat kleine testjes en druppelt vervolgens mijn ogen met een vloeistof om de pupillen te verwijden. Dan mag ik weer terug naar de wachtkamer. De druppels beginnen al snel te werken, wat het lezen van een vierde Libelle lastig maakt. De letters dansen voor mijn ogen, het is een wazige boel.
Tegen de tijd dat ik aan de beurt ben en de dokter mij zijn hand toesteekt, zijn het zijn felbaluwe ogen die me de weg wijzen. Daar kunnen geen druppels tegenop.
Als ik plaats heb genomen in de onderzoeksstoel dimt hij het licht en schuift een soort microscoop tussen zijn hoofd en het mijne. Met een heel fel lampje begint hij mijn ogen te controleren op diabetische retinopathie. Als hij na vijf minuten klaar is, klopt hij me vriendelijk op mijn schouder en spreekt met bemoedigende stem dat het er allemaal perfect uitziet. En dat ik daarom pas over anderhalf jaar terug hoef te komen. Jammer hoor, blijkbaar komt de liefde toch maar van een kant... ;-)

Geen opmerkingen: