dinsdag 22 augustus 2006

Opfriscursusje

les oeufs: de eieren
le fromage: de kaas
le beurre: de boter
le coq: de haan
le chien: de hond
l'escargots: de slakken
à droite: naar rechts
à gauche: naar links
la laiterie: de melkerij
la boucherie: de slagerij
la boulangerie: de bakkerij
être: zijn
avoir: hebben
ça va: hoe gaat het?
ça va bien mercie: het gaat goed dank je

Du pain, du vain, du paturain = altijd lekker
Rien ne va plus = het geld is niet meer van u

Komt helemaal goed, dat Frans van mij!

Geen opmerkingen: