zondag 10 september 2006

De kerk en ik

Sinds hele lange tijd ben ik weer eens in de kerk. Het is de kerk in mijn oude woonplaats waar ik de communie heb gedaan, gevormd ben én 4 jaar als minimisdienaar de toenmalige pastoor naast het altaar heb geholpen. Nu kan ik met geen mogelijkheid meer bedenken waarom ik ooit misdienaar heb willen worden, maar in die tijd zal het ongetwijfeld heel hip zijn geweest.

Vanmiddag wonen we het doopsel bij van het kindje van vrienden van ons. Sjoerd staat met de filmcamera naast het doopfont en ik probeer vanuit diverse standpunten het lieflijke tafereel op de gevoelige plaat vast te leggen.
We zijn met een select gezelschap dat voor een groot gedeelte gevormd wordt door kinderen. Meneer pastoor doet zijn best om er een interactief schouwspel van te maken en betrekt het jonge spul aardig bij zijn verhaal. Tja, hij moet wel. De jeugd heeft de toekomst en als hij wil dat er over 20 jaar nog steeds mensen naar de kerk komen, kan hij maar beter zijn best doen om er iets leuks van te maken.

Op een bepaald moment belanden wij bij de zogenaamde Effetaritus, waarbij meneer pastoor de oren en mond van baby Tom aanraakt en hem toespreekt dat Onze Heer Jezus doven het gehoor terug gaf en de stommen liet spreken. Ik kan een zucht niet onderdrukken en kijk met rollende ogen Sjoerd aan. Het is deze - in mijn ogen - onzin die mijn Rooms Katholieke geloofsovertuiging om zeep heeft geholpen.

Na 3 kwartier zit de ceremonie erop. De baby is een kindje van God geworden en hij heeft zich voorbeeldig gedragen. Sjoerd en ik staan onze spullen in te pakken en zonder dat ik er erg in heb zwengel ik een flinke hoestbui aan. Tijdens de plechtigheid heb ik me waarschijnlijk onbewust een beetje ingehouden, maar er komt een moment dat het er toch een keer uit moet allemaal. Tijdens een kleine bijkom-adempauze kruisen de ogen van meneer pastoor en die van mij elkaar. Hij trekt zijn wenkbrauwen op, kijkt me bijna samenzweerderig aan en vraagt me - in het Limburgs - of dat die laatste sigaret van gisteravond was. Ik kan mijn oren niet geloven. Ik antwoord bedremmeld "nee" en schiet van de weeromstuit in een nieuwe hoestbui. Tussen het gekuch en gehijg door hoor ik hem nog zeggen dat hij dat ook wel eens heeft.

Als we via een zijpad weer naar buiten lopen, klapperen mijn oren nog een beetje na. Door mijn hoofd schieten allemaal gevatte antwoorden en spitsvondige zinnetjes die ik eigenlijk had moeten geven op zo'n vast en zeker grappig bedoelde, maar ook totaal misplaatste vraag. Sjoerd en ik kijken elkaar aan en keren de kerk de rug toe met mijn vaste en-nou-ben-ik-echt-helemaal-klaar-met-de-kerk spreuk: "Spreek slechts één woord en ik zal gezond worden."

Won one, lost one.

1 opmerking:

Peter van der Klis zei

Ha Irene,
Dat heb je mooi gezegd over die pastoor. Hij bedoelde het vast grappig, maar soms komen zulke opmerkingen zo verkeerd over. De laatste tijd vraag ik me ook wel af: 'Als God nou echt bestaat, waar was ie 13 juli dan?'
Groetjes,
Peter van der Klis