vrijdag 23 februari 2007

Voor u gezien III

Om het weekend in te luiden, besluiten we 's avonds lekker naar de bioscoop te gaan. The Pursuit of Happyness staat immers nog steeds op ons bioscoopverlanglijstje.

Bij aankomst op de parkeerplaats van de bioscoop blijkt dat veel mensen hetzelfde plan hebben als wij. Het staat er stampvol blikwerk. Terwijl Sjoerd een plekje voor de auto zoekt, sluit ik alvast achter in de rij aan, om kaartjes te bemachtigen. Om me heen wemelt het van de bakvissen. Opgedirkt alsof ze naar een hippe club gaan, kakelt en kirt het pubergrut dat het een aard heeft.

Ook in de bioscoopzaal gaat het geblaat onverminderd door. Berekenend taxeren we de zaal. Waar zitten we vanuit strategisch oogpunt het best? 'Best' staat in dit geval voor 'meest rustig'. Rechts van het midden, niet helemaal bovenaan. Daar zitten nog niet veel andere mensen. Als we goed en wel zijn geïnstalleerd, komt er plots een kudde giebelende geitjes aangestormd. Vier hittepetitjes van ik schat zo'n dertien lentes jong denderen uitgelaten de trap op en nemen plaats achter ons. Gezellig, dat belooft wat. Al snel vernemen we dat de populairste van het stel Iris heet. Iris wordt door de andere drie deernes zowat aanbeden. Iedereen wil naast Iris zitten. Iris moet overal naar kijken, naar iedereen luisteren. Iris is da bomb. Tot de film begint, is het wel grappig. Ze zijn een stuk vermakelijker dan de voorfilmpjes die op het grote scherm worden vertoond.

Als om 20:30 uur de hoofdfilm dan eindelijk begint, verstomt het rumoer achter ons maar mondjesmaat. Naast het onophoudelijk getetter van Iris en de Irissen, wekt ook het hinderlijk geknisper en gekraak van hun chipszakjes enige mate van irritatie bij mij op. Sjoerd en ik wisselen regelmatig een blik van verstandhouding uit. Ondertussen bedenk ik me dat ik níet de zeikerige bijna-dertiger ga uithangen. Daar maak je het alleen maar erger mee. Bovendien was ik zelf vroeger ook vaak bepaald geen schatje. What goes around, comes around?

Na de pauze is er nog maar één Iris die haar aandacht bij de film kan houden. De rest is afgehaakt. De anarchie regeert. Toch zijn het niet de Irissen die voor de ergste opschudding zorgen. Als het einde nadert en Chris Gardner (Will Smith) bijna uit de goot is opgekrabbeld, wordt de zaal opgeschrikt door een walgelijk geluid. Er zit iemand gigantisch over haar nek te gaan! In de rij achter de Irissen wordt een flinke hoeveelheid braaksel met zwaar geweld over de vloer uitgestort. De Irissen vliegen zowat tegen het plafond van schrik. De spetters zitten overal.

En dan houd ik het niet meer. Beschaamd (dat wel) gier ik het uit. De tranen rollen over mijn wangen van het lachen. Waarom weet ik niet. Want voor de brakende dame in kwestie (die nadat ze klaar was heel koelbloedig "sorry" zei, tegen niemand in het bijzonder) is het ronduit vervelend. Om over die arme bioscoopmedewerker die de plas kots straks op moet ruimen nog maar te zwijgen...

Net toen het begon te stinken, rolde de aftiteling over het scherm. Eind goed, al goed!

Geen opmerkingen: