vrijdag 18 mei 2007

Ons koolmeesje

Opnieuw was het nestkastje in onze achtertuin dit voorjaar bewoond. Familie Koolmees 684 had het houten domein na een grondige inspectie akkoord bevonden en brutaal geconfisqueerd. Sindsdien vlogen ma en pa Koolmees beurtelings af en aan. Met takjes, strootjes en ander gezelligs om het tijdelijk onderkomen van hun te schapen gezin zo comfortabel mogelijk te maken. Het gezegde leert ons dat in mei alle vogels een ei leggen. Echter door de vroege intrede van de lente, steeg er reeds eind april een hoog gekwinkeleer op uit het vogelhuisje daar achter de molen. Via hetzelfde vernuftige aflossysteem bevoorraadde het ouderpaar z'n kroost met krachtvoer. En bij het verlaten van het thuishonk werd meteen de vuilnisemmer leeggemaakt. Als je goed keek, zag je steeds iets wits uit de kleine, oranje snavel van het koolmeesje steken. Vogelpoep, zo leerde mijn schoonvader me. Wat zit de natuur toch vernuftig in elkaar.

Het wachten was op de vliegles. Wanneer zouden onze puppievogels met hortig gefladder en gevaar voor eigen leven de wijde wereld intrekken?
Het moment zelf hebben we jammerlijk gemist. Zul je net zien. Wel ontdekte ik eergisteren plots een niet eens meer zo heel klein koolmeesje op het terras. Het zat verscholen achter de poten van een tuinstoel. Beduusd keek het met z'n kleine kraaloogjes om zich heen. Wie ben ik en wat doe ik hier?









M'n moederhart begon gelijk sneller te slaan en mijn gevoel nam het totaal over van mijn verstand. Oh nee, hij zal toch niet verstoten zijn? Hoe moet dat nou? Hij moet toch eten? Kan hij eigenlijk wel tegen de regen? Gedreven door mijn oerinstincten heb ik een spade ter hand genomen en ben driftig op zoek gegaan naar een lekkere, sappige regenworm. Daar wemelt het doorgaans van in onze tuin. Maar wat denk je? Een halve tuinafgraving later was er nog steeds geen wurm te bekennen! Teleurgesteld en ook wel een beetje radeloos besloot ik mijn vader te bellen. Zijn kennis van vogels is verbluffend. Moeiteloos vertelt hij je hoe welke soort klinkt en eruit ziet en schudt ook meteen de Latijnse benaming van het betreffende beestje uit zijn mouw. Zijn wijze raad was kort maar krachtig. Lekker met rust laten en hopen dat paps en mams hem komen voeren. Sappige regenwormen kan hij sowieso nog niet eten. Hij wordt immers nog steeds gevoerd 'uit de krop'.

Zo gezegd, zo gedaan. En warempel, zijn ouders hoorden zijn schel gekwetter en bleven trouw op en neer vliegen met op het beestje toegesneden voer. Ook hupste het diertje een dag later al wat actiever door de tuin. Het leek zijn territorium dapper te verkennen en vergrootte zijn actiradius met het uur.

Net toen ik er weer een beetje vertrouwen in begon te krijgen dat het misschien toch nog allemaal goed ging komen met onze kleine koolmees, trof ik hem gistermorgen in een wel heel belabberde positie aan...

Geen opmerkingen: