zaterdag 23 juni 2007

Graspop

Er is er een jarig hoera hoera, dat kun je wel zien dat is Sjoerd!

Sjoerd's 31ste verjaardagscadeau bestaat uit een geheel verzorgd uitje naar Graspop. Een van zijn favoriete bands - Life Of Agony - treedt daar op en hij vindt het ook niet bepaald erg dat Iron Maiden de afsluitende act is. Samen met een handjevol vrienden begeven we ons naar België om er een gezellig buitenlands festivaldagje van te maken.

De zanger van Life Of Agony, Keith Caputo, is een nogal fatserig Amerikaantje met vurig Italiaans bloed door de aderen stromend. Met zijn vlotte jeans, nette blouse en dito colbertje valt hij dan ook behoorlijk uit de toon bij zijn iets rockerige bandleden. Het duurt echter niet lang of Keith pelt de kledingstukken een voor een van zijn zweterige lijf. Onder dat zogenaamd nette uiterlijk blijkt een museum aan tatoeages schuil te gaan. Na een uurtje hitjes knallen, maken ze plaats voor de volgende band. Dat is, zo wordt mij verteld, Heaven And Hell. Al na 2 liedjes aangehoord te hebben, ben ik van mening dat ze dat Heaven-gedeelte beter weg hadden kunnen laten.

We besluiten onze eetbonnen in te ruilen voor een broodje braadworst. Even twijfel ik of ik de worst in tweeën zal breken om hem in mijn beide oren te stoppen, maar daarvoor is mijn honger te groot. Voorzichtig komt het eerste besef dat dit nog een hele lange middag/ avond gaat worden... De andere optredende bands geloof ik allemaal wel. Ik dood mijn tijd met het kijken naar mensen, het spelen van tig potjes snake op mijn mobieltje en tijdens Korn doe ik zelfs een verkwikkend dutje!
Om 22.00 uur is het de beurt aan Me First and the Gimme Gimmies, een gelegenheidscoverformatie die bestaat uit leden van andere bands. Ze spelen nummers als Blowing in te wind, I believe I can fly en Goodbye Earl overgoten met een punksausje. Erg leuk! Niet in de laatste plaats omdat je de liedjes meestal vrolijk mee kunt zingen. Ik ben weer helemaal wakker.

Dan is het 23.00 uur en begint eindelijk Iron Maiden. Samen met duizenden andere mensen zoeken we in het donker verwoed naar een geschikt plekje om de oude knarren in actie te zien. Als we met ons groepje zijn geïnstalleerd, haast ik me naar de toiletten. Mijn blaas staat op knappen, nog even en ik doe het in mijn broek. "Weet je dadelijk nog waar we staan? Kun je de weg nog terug vinden?", vraagt Sjoerd bezorgd. Bijna beledigd kijk ik hem aan. Hallo zeg, hoe moeilijk kan het zijn?
Met 2 mobieltjes in mijn jaszakken (die van hem en die van mij) en mijn broek op mijn knieën zit ik in het donker te hopen dat de bril waarop ik ben beland enigszins schoon is. Tevreden stap ik even later het grasveld weer op. Even de jongens zoeken. Mensen die verdwaald zijn, lopen altijd in een kringetje, zo wordt gezegd. Dat gezegde klopt. Ik zou toch zwéren dat we bij die ene paal staan, met links dat grote stuk plastic op de grond. Na 10 minuten vruchteloos mensen opzij duwen en in dezelfde onbekende gezichten staren, besluit ik er maar een belletje aan te wagen. Gelukkig vind ik de nummers van 2 van Sjoerd's meegekomen vrienden in zijn mobiel. Alleen krijg ik ze spijtig genoeg allebei niet te pakken. Oké, en nu? Dan trilt Sjoerd's telefoon. Een sms! Danny: "Ons kwijt?" Ik: "Dat kun je wel stellen. Wil je even je gele jas aandoen?" Danny: "Sjoerd komt je bij de wc redden" Met gezwinde spoed begeef ik me weer naar de toiletten, waar Sjoerd binnen 1 minuut voor mijn neus staat. "Ik zei het je toch?!", aldus mijn koene ridder. Hij loodst me veilig mee naar onze plek. En nee, die had ik inderdaad nooit meer in mijn eentje teruggevonden...

Geen opmerkingen: