donderdag 22 november 2007

Douglas: de aftrap

'Waar ben ik weer aan begonnen? Gewoon op de bank zitten is toch ook leuk?', dacht ik toen ik vanmorgen opstond. Kleine zenuwbelletjes borrelden zich een weg omhoog in mijn buik. Tijdens het uitvoeren van mijn ochtendritueel sprak ik mezelf moed in. 'Kom op Irène. Ze vreten je er heus niet op, je hoeft er geen nieuwe vriendinnen aan over te houden en meer dan je best kun je niet doen!' Maar ja, ik wil het nou eenmaal gewoon alleen maar goed doen. En aardig gevonden worden. En geen fouten maken. En de beste zijn. De lat kan nooit hoog genoeg liggen. Sinds wanneer ben ik zo'n strebertje?

Afgelopen dinsdag was ik alvast twee uurtjes gaan oefenen. Nog even de fijne kneepjes van het inpak- en versiervak in de vingers krijgen. Opdat het cadeaupapier, de plakband en de tig soorten versierlint geen geheimen voor me hebben. De statige Douglas-dino was er ook. Zij doet dit werk al minstens 100 jaar en is dan ook met recht een oude rot in het vak. En een beetje frikkerig. Alles waar ik aan begon, trok ze me betweterig uit mijn handen. Dit vouwtje moest zus, dat plakbandje zo. En néé, niet van dat dure lint gebruiken bij een goedkoop cadeautje! Ik werd bloednerveus van haar. Met trillende vingers en klotsende oksels (wat nóg meer zweetproductie opleverde, want stinkluchtjes worden niet getolereerd en niemand wil van een collega horen dat ze stinkt!) verprutste ik voor mijn gevoel het ene pakje na het andere. Dat ging nog lachen worden...

Gelukkig zat de dienst van de dino er net op, toen de mijne vanmiddag om 13:00 uur begon. Daar werd ik al iets rustiger van. Het zal vast puur psychologisch zijn geweest, maar dan nog. Met mijn medeïnpakster klikte het gelijk. Al snel bleek dat we onze mening omtrent de dino deelden (het lag dus niet alleen aan mij) en dat schept toch een band. Getweeën gingen we vrolijk aan de slag. Mijn eerste drie pakjes waren nog steeds bibberig, maar na een uurtje leek het alsof ik nooit anders had gedaan.
Om 17:00 uur had ik geen rug en voeten meer over en lag er een venijnige hypo op de loer. Desalniettemin voelde ik me vreselijk voldaan. Dat riekt naar meer!

Geen opmerkingen: