donderdag 21 februari 2008

Kakkineus

Die ene brugklasgenoot van mij bleek zijn vroegere buurjongen, zo ontdekten we al eens per toeval. We hadden hem allebei al in geen jaren gezien en vroegen ons soms nog wel eens af hoe het met hem zou zijn. Of liever, wat er van hem geworden was.

Vanavond vonden we het uit. Sjoerd's ouders, die zijn ouders nog af en toe spreken, ontvingen een uitnodiging voor zijn te openen interieurzaak en vroegen of we zin hadden om mee te gaan. En zo kwam het dat we figureerden in een schouwspel van kouwe kak en omhoog gevallen hotemetoten.

Onze brugklasgenoot slash vroegere buurjongen stond er wat onwennig bij. Hij was geen steek veranderd en vond het erg leuk dat we gekomen waren. Nadat we hem een handje hadden gegeven maakten we een klein rondje door het pand. Al snel werd duidelijk in wat voor gezelschap we ons bevonden. Al papa's vrinden en zakenrelaties bleken geïnviteerd. En wij dus. In de chique designzaak hing nog de lucht van pas geverfde muren. En overdadige parfums. Her en der stonden groepjes pakken en mantelpakjes en de mensen van de catering liepen af en aan met spijs en drank.

Ik word nogal opstandig van zulke gelegenheden. Al die lui die quasi interessant en belangrijk staan te doen. Geboren en getogen Limburgers die ineens geen dialect meer spreken. Flauwekul! En dan wil het wel eens gebeuren dat ik de kont een beetje tegen de krib ga gooien. Veelvuldig met mijn ogen rollen, iets te hard zeggen "Moet je die zien!". Dat werk. De enige redding in zo'n geval is witte wijn en die bleek gelukkig meer dan voorradig. Sjoerd's zus en ik raakten al ras goed bevriend met een van de obers. Hij vond ons wel gezellig en wij wilden hem natuurlijk niet met zo'n zware fles laten rondlopen.

Sjoerd stond intussen met de oudere broer van mijn brugklasgenoot en zijn vroegere buurjongen te praten. Wat in feite inhield dat het zijn andere vroegere buurjongen was en degene waar hij op de lagere school altijd bij in de klas zat. Net toen het gesprek een beetje leuk op gang was gekomen, perste een brallerig type in een schreeuwerig rood ribfluwelen jasje zich tussen Sjoerd en zijn gesprekspartner. Sjoerd's moeder vroeg zich later af wat Youp van 't Hek daar moest, maar ik herkende de vader van weer een andere oud schoolgenoot in hem. Verbaasd keek ik opzij naar Sjoerd die er zelf ook een beetje beduusd bij stond. "En, laat je je nou door een confrère de kaas van het brood eten?", fluisterde ik hem met een knipoog toe.

Na drie glazen godennectar kwam de kalmte weer een beetje over me. Tot ik hem zag. Type net-niet-geslaagde advocaat, met een te wijd pak en net te lang haar dat glad achterover was gestreken en op z'n plaats werd gehouden met te veel gel. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was liep hij fier met in zijn ene arm zijn net geboren kind en in zijn andere hand een flinke bel wijn rond te paraderen. Zo irritant! Wat heeft zo'n pasgeboren baby daar op dat tijdstip nou te zoeken?
Net toen ik vlekken in mijn nek begon te ontwikkelen ontstond er tumult. Ergens klonk het gerinkel van glas en vanuit de menigte hoorde je verschrokken "oh's" en "ah's". De ravage op de nieuwe vloer was groot. Overal lag gebroken glas en de spetters rode wijn en gele jus d'orange móeten tot in de dure karpetten zijn gevlogen. Onze nieuwbakken papa was zo met zichzelf en zijn verheven staat van zijn in de weer geweest, dat hij die ene ober met dat gevulde dienblad jammerlijk over het hoofd had gezien. Net goed, pedant mannetje!

Geen opmerkingen: