zaterdag 4 oktober 2008

Van de naaister en het vooroordeeltje

Zowel mijn eerste als ook mijn tweede omnaaimevrouw is ermee gestopt. Natuurlijk weet ik ook wel dat zo iemand officieel een coupeuse heet. Maar aan het inkorten van mijn broeken valt nou eenmaal weinig eer te behalen. Terwijl ze het echt wel konden hoor, ingewikkelde coupeuse-achtige dingen. Met open mond heb ik de meest prachtige creaties staan bewonderen. Van die friemelige miniatuur jurkjes met plooitjes bijvoorbeeld.

Maar doordat zij hun naaimachines in de wilgen hadden gehangen, zat ik wel mooi met een probleem. Want mijn niet eens meer zo nieuwe spijkerbroek was na een was- en droogbeurt nog steeds wat aan de lange kant. Hij kon alleen met een paar laarzen die ik incidenteel draag, omdat ik het anders letterlijk op mijn heupen krijg. Dat van die laarzen is nog tot daar aan toe, er staan voldoende alternatieven waar ik zo - pijnloos - op wegloop. Maar om nou de onderkantjes van die broek kapot te trappen, dat zag ik niet zo zitten. We leven immers niet meer in de jaren tachtig waarin gerafelde broekspijpen je-van-hét waren!

Er restte me geen andere keuze dan andermaal mijn heil op marktplaats te zoeken. En warempel, in een stad hier in de buurt bood een heuse coupeuse haar diensten aan. Eentje die het ook nog voor elkaar kreeg om de originele onderkant er weer aan te toveren. Nou, wat wil een mens nog meer?! Een zogenaamde 'prachtwijk' in, bleek toen ze haar adres kenbaar maakte. Ze woonde namelijk in the hood. En tot mijn schaamte betrapte ik mezelf erop dat ik daar in mijn hoofd meteen een mening over vormde. Terwijl ik nog niet eens bij het goede mens thuis was geweest!

Rond een uur of zeven waren we er. Rover, Sjoerd en ik. De jongens bleven in de auto en luisterden naar een lekker mopje rapmuziek. Wiggers! Ondertussen werd ik hartelijk ontvangen door een lief klein, tenger vrouwke. Haar hele gang en naaikamer geurde heerlijk naar verse was. Ze bleef zichzelf verontschuldigen voor de zogenaamde rommel. Nadat ze discreet de gordijnen die uitkijk boden op de achtertuin had gesloten, kon ik me omkleden en begon ze de rand mijn linker pijp om te spelden. "Sta je zo recht schat? Ga daar eens staan lieverd! Wat denk je, is het goed zo? Ik vind hem goed zo schat!"

Tien minuten later vervoegde ik me weer bij de mannen in het raphol. In dezelfde stilte als waarin we aangekomen waren, reden we naar huis. Wat nou the hood?

1 opmerking:

Kim zei

Geweldig, die Wiggers!