vrijdag 16 januari 2009

Oma Nellie

Elke vrijdagmiddag gaat mijn moeder naar mijn oma, haar moeder.
Vandaag ging ik weer eens met haar mee.

Bij binnenkomst in oma's kleine maar daarom niet minder gevulde appartementje schalde het onvolprezen RDW4 uit de boxen van de immense stereo. Met de Ketchup Song, iets van Abba en een hoop barokke Duitse meuk. Ze lag in haar stoel wat te dutten. Toen ik vroeg of ze al wakker was ontkende ze stellig dat ze had liggen slapen. Prima oma, wat jij wil, grijnsde ik.

Mijn moeder zette koffie en nam ondertussen vanuit de keuken het ochtendprogramma van aanstaande maandag door, als ze voor controle naar het ziekenhuis moet. Mijn moeder's idee voor wat hulp van de zusters werd finaal afgeschoten. Van oma hoefde er niemand ingeseind te worden om allerlei zaken voor haar te regelen. Dat kon ze echt nog wel zelf. En ondertussen trok ze gekke bekken naar mij. "Ze zeggen allemaol wel daa ik kinds ben maar daa is nie zo hor," vertrouwde ze me quasi beledigd toe. Prima oma, wat jij wil, grijnsde ik.

In oma's propvolle woonkamer staat een dressoir met daarop een bonte verzameling plantjes, potjes, schaaltjes, foto's en prentjes van de meest recente overledenen. Mijn moeder was benieuwd van wie het prentje in kwestie was en liep op de kast af om het te bekijken. "Jahaa, de loftrompet is wir behoorlijk afgestoken hè?" verzuchtte oma. "Tja moeder, daa moet iederin zellef weten. Maar ben maar nie baang, daa zullen we bij jou nie doen!" grapte ze. "Daa hoeft ok nie!" dook oma er bovenop. "Ik heb meen prentje allaang klaor." Dat was geen nieuws voor mij. Ik weet al zo'n twintig jaar dat oma er helemaal klaar voor is. En toentertijd, toen ik er voor het eerst over hoorde, had ze haar prentje ook al geruime tijd klaar. Ze is al langer dan de helft van haar leven overal op voorbereid. In juni wordt ze 89; als onzen lieven heer het belieft natuurlijk. "Waa staat er ok al wir op daa prentje oma?" vroeg ik. En prompt droeg oma plechtig haar eigen doodsgedichtje voor. Uit het blote hoofd en met het juiste gevoel voor drama. In de laatste zin had ze zelfs een listig taaltrucje verwerkt. Er stond iets in de trant van 'en bid dan voor háár' in plaats van 'en bid dan voor mij'. "Want als ik zou zeggen 'bid dan voor mij' zouwen de mensen die daa gebedje dan lezen alsnog veur heur eigen bidden in plaots van veur mij!" Prima oma, wat jij wil grijnsde ik.

Volgens mij vond ze het wel prettig om nog even bij het geloof te blijven hangen. In haar ogen ben ik een regelrechte ketter. Ondanks mijn misdienarij en de kinderbijbel die ik voor mijn communie van opa en oma kreeg. Ze vroeg hoe Sjoerd erover denkt. Of hij aan mijn kant staat. Ik vertelde dat Sjoerd wel in God gelooft, maar het niet zo heeft op het grondpersoneel. Dat begreep ze niet. Ze vond het te gemakkelijk. Zij lag ook liever in bed dan dat ze 's morgens vroeg in een koude kerk zat. Ik moest op mijn tong bijten om niet te beginnen over de taken van misdienaars die sommige enge priesters beogen. En dus zei ik maar dat ik niet per se in een kerk hoef te zijn om aan opa of Renée te denken. Dat ik het juist zo fijn vind dat ik dat altijd en overal kan doen. Het dreigde even uit de hand te lopen toen oma uit de bocht vloog over het conflict in Israël. Want dat had volgens haar allemaal niks met het geloof te maken. Gelukkig greep mijn moeder op dat moment in. Oma besloot haar betoog met te zeggen dat ze iedere dag twee keer bidt. Voor opa, dat hij in de hemel mag zijn. Voor zichzelf, dat ze zo lang mogelijk zelfredzaam blijft. Voor al haar kinderen en kleinkinderen en hun gezinnen. En voor twee mensen nog een beetje extra. Wie dat zijn wilde ze niet zeggen. Prima oma, wat jij wil, lachte ik lief en oprecht gemeend.

Tis een goei menske. Gin hendig maar wel een hil goei.

Geen opmerkingen: