dinsdag 3 februari 2009

Bakvissen babbelbox

Waarom ik het me uitgerekend nu herinner weet ik niet. Het kwam ineens bovendrijven, uit de diepste krochten van mijn hersenpan. Bedekt met spinnewebben en een dikke laag stof lag het op de bovenste plank van mijn herinneringenzolder. En nadat ik het ergste stof eraf geblazen had moest ik er opnieuw vreselijk om lachen. Dat we dat gedáán hebben...

Toen ik in het begin van de jaren negentig in de brugklas zat, hielden toenmalig vriendinnetje (als je 12 bent heb je nog vriendinnetjes, na de eerste ongesteldheid vallen alle verkleiningen weg. Ja ik was nogal een laatbloeier... oh de hilarische dubbelzinnigheid) L. en ik er een vrij rare hobby op na.
Zodra we na een half uurtje fietsen bij mij thuis waren, dronken we snel een glaasje fris en verzekerden ons ervan dat we het rijk alleen hadden. Vervolgens spurtten we met de looptelefoon in de hand naar boven. Daar ploften we neer op het bed van mijn ouders en plantten de vaste telefoon, die op het nachtkastje aan mijn vaders kant stond, pontificaal tussen ons in. En daarmee kon het belspel beginnen.

In die tijd bestonden er gratis babbelboxen. De 06-nummers waren toentertijd nog lekker kort en als ik me niet vergis toetsten we meestal 6464 in. Daarna was het afwachten. Welke leuke jongen we aan de lijn kregen en wie van ons tweeën het gesprek ging voeren. Daarbij gold de looptelefoon als spreekbuis en misbruikten we het vaste toestel als afluisterlijn. Met de ene hand de zware hoorn tegen het oor gedrukt en de andere voor de mond geperst om het gegiechel (en in mijn geval gehoest) te smoren.
Ik hoor het L. nog zeggen: "Hoiii, met Silvia!" Om vervolgens een volstrekt ongeloofwaardig flauwekulverhaal op te hangen. Over leeftijd, woonplaats, studie en hobby's.
Als het mijn beurt was vond ik het leuk om wat met accenten te jongleren. Waarbij de harde g veruit favoriet was. Mijn naam veranderde ik steevast voor elk gesprek, maar aan mijn fictieve studie bleef ik trouw. Daar was ik weg van. Pathologische anatomie. Hahaha. Wist ik veel dat dat helemaal geen studie was. En dat was nog voor die hele CSI-hype hè?!

Het moet gezegd dat het allemaal heel onschuldig bleef hoor. Ik kan me niet herinneren ooit eens een smeerkees aan de lijn te hebben gehad. En zodra ze over afspreken begonnen, verbraken we snel de verbinding. Die jongens moeten allemaal veel ouder dan wij geweest zijn en in de gaten hebben gehad wat voor vlees ze in de kuip hadden. Desalniettemin waren wij er heilig van overtuigd dat zij niet doorhadden dat wij simpele bakvissen waren. Oh heerlijk, die simpele, kinderlijke onnozelheid.

3 opmerkingen:

Joeltje zei

O god.
Hoe herkenbaar. Dit was ik dus helemaal vergeten hè? Nee, ik had het verdrongen, dat is het!
Maar ik deed geen pathologische anatomie. Dat dan weer niet.

Louise zei

Oh jee... (zie bovenste reactie na je stomlijst nr 2)

Maar erh... ik deed vroeger dus ook aan telefoonpret. Wij belden zomaar een nummer op en vertelden dan dat die mensen geld (of een vakantie, auto, etc) hadden gewonnen met een loting. Sommige mensen gingen er zo leuk in mee dat we dachten dat ze er echt in getrapt waren. Dan waren we hysterisch blij.

Irèneke's wereld zei

@Joeltje: waarom zou je zoiets verdringen? Of laat me raden: jij hebt vast ooit wél eens een engerd-met-foute-bedoelingen aan de lijn gehad?

@Louise: Muhahaha.
En nog eens muhahaha. Dergelijke spuchten durfde ik dan weer niet uit te halen. Die liet ik aan anderen over, onder andere klasgenootjes die ik over zo'n zelfde actie hoorde reppen.

Fijn hè, dat er mensen waren die zo leuk in het spel meegingen?

Wij verzonnen op een loze zaterdagmiddag met de buurtkinderen een keer een speurtocht, van de handbalclub of zo. Een van de opdrachten was dan bij mensen aanbellen en om snoep vragen. Alsof dat óóit een serieuze opdracht zou zijn bij een officiële speurtocht!
De meeste mensen trapten er dan ook niet in. Maar wel die ene mevrouw. Die ging doodleuk haar goed gevulde snoeptrommel halen en liet ons er allemaal flink in graaien! =D