maandag 12 oktober 2009

Hoe ik blij volwassen werd

Tot en met de vijfde klas (of groep zeven, kan ook) leefde ik een vrij regulier onbezorgd kinderleven. Dagelijks naar school, af en toe wat huiswerk en vooral veel spelen. Binnen met de Barbies, buiten knikkeren, met vriendjes soldaatje of alleen foddelen met knutselspullen. De kleine zorgjes die ik met me meedroeg bestonden uit het al dan niet kunnen opdreunen van de provinciehoofdsteden en ze foutloos aanwijzen op de grote landkaart in de klas. En eens per jaar de verre gang naar het ziekenhuis, waarbij het vantevoren drie dagen poep sparen in een afsluitbare plastic emmer geen leuk klusje was (met name voor mijn moeder) en het bloedprikken steevast uitliep op een hels huildrama. Maar dat was het wel.

Vanaf groep acht keerde het tij. Om niet meer te herleiden redenen werd ik van de ene op de andere dag het zondebokje van een aantal klasgenoten. Dat op zich was erg, maar wat het nog hartverscheurender maakte was de meester die onze grote klas in toom moest houden. In plaats van een natuurlijk leider te zijn met een signalerend oog en sturende hand op wie je als kind onvoorwaardelijk kon bouwen, hield hij zich liever bezig met de wonderen der natuur en trok na schooltijd met wat jongens uit onze klas het veld in op zoek naar zeldzame rupsen of eetbare paddestoelen. Ik durf de stelling dan ook wel te poneren dat het grotendeels door hem komt dat al mijn leuke herinneringen aan de basisschool zijn overschaduwd door dat rampjaar in de zesde klas.

Ook mijn middelbare schooltijd was bepaald geen feestje. De laatste peststuiptrekkingen waren amper verdwenen of mijn schrale lijf schee er vanaf de herfstvakantie steeds verder mee uit. Langzaam transformeerde ik van een klein guitig propje in een bleek schriel muisje. Er waren heel wat uurtjes op de bank, in bed en in het ziekenhuis (plus de nodige medicijnen en boterhammen met Nutella) voor nodig om uit te groeien tot de stuurse puber die ik gedurende de rest van mijn ellenlange havocarrière ben geweest. De kers op de taart was het foute vriendje waar ik een jaar lang als een kip zonder kop huilend achteraan heb gehobbeld. Ik lag niet in bad met de scheermesjes van mijn vader aan mijn onderarmen maar al met al was het behoorlijk destructief waar ik in die tijd mee bezig was.

Tot ik 18 werd. Toen ging de knop om. Ik haalde mijn rijbewijs en vond een fijn bijbaantje in de horeca. School was nog steeds k*t maar ik had leuke collega's en met name die zomer met de Denen maakte een hoop goed. Tussen de ronddartelende vlinders in mijn buik woelde nog een ander gevoel. Diep van binnen wist ik dat het allemaal wel goed zou komen. Het waren golfjes van geruststelling. Zonder het te beseffen was ik begonnen aan het beklimmen van de berg naar volwassenheid.

Soms hebben we het er wel eens over. Met elkaar of anderen. Welke periode in je leven je het leukst vond, of nog eens over zou willen doen. De een kijkt met weemoed terug naar zijn lagere schooltijd, een ander beziet haar middelbare schoolperiode met een roze bril. Ik bloeide pas op toen ik het gevoel had mijn eigen keuzes te kunnen maken. Autonomie voor alles.

3 opmerkingen:

Madelief zei

Het ergste is nog wel het pesten op school en een leerkracht die doet of ie blind is. Vreselijk! Helaas heeft mijn dochter dezelfde ervaringen, haar lagere schooltijd en haar halve middelbare schooltijd is er goed mee verpest en heeft haar dramatisch beschadigd. (En mij als moeder ook)
Respect voor je hoe je er bovenop bent geklauterd! Het maakt je ook tot een doorzetter hè, dat soort ervaringen!

Toaske zei

Een indrukwekkend logje meid. Ik heb het gepest richting mijn dochter meegemaakt en ik werd er goed misselijk van. Wat kan pesten veel kapot maken.

Yvonne zei

Inspiratie na ons gesprek?
Wat heb je het weer mooi weten te verwoorden. Ben het helemaal met je eens wat betreft leraar H, trouwens. Mijn god, ogen sluiten en gewoon rupsen gaan zoeken in de brandnetels...
En die roze bril m.b.t. de middelbare school, dat ben ík ben ik bang. Na onze middag heb ik er nog veel over nagedacht en eerlijk gezegd kan die roze bril wel af! Mijn lijf heeft me tijdens die periode zó in de steek gelaten dat genieten er in die tijd eigenlijk helemaal niet bij was. En dat weet jij maar al te goed (immers gingen we vaak samen met de "ambulance" naar school he ;-)

Volgens mij zijn we nu beide beter af, zowel lichamelijk als, wat een vreselijk woord, geestelijk.

Wat hebben we weer gelachen maandag lieve vriendin, zal wel komen omdat we beide gelukkig zijn!

Liefs