vrijdag 16 oktober 2009

In zijn ogen, 4 (slot)

Het was een koude maar stralende dag. De meeste bomen waren hun blaadjes kwijt waardoor de zon vrij spel had tussen de kale takken. De lucht was helderblauw en wolkenloos. De gouden bal aan de horizon gaf het iets sprookjesachtigs. Eigenlijk waren de omstandigheden hetzelfde als tijdens hun eerste ontmoeting. Behalve dat toen alles nog moest beginnen en vandaag het einde markeerde. De seizoenen waren haar gunstig gezind.

Ze had hem uitgenodigd voor een boswandeling. Veel overredingskracht was niet nodig geweest, hij had meteen enthousiast ingestemd. "Prachtig plan mooie Tessel, steeds mooier wordende Tessel, laten we de elementen trotseren. Laten we van de gebaande paden afstappen en zien waar de natuur ons brengt," oreerde hij. Je moest eens weten hufter, had ze droefgeestig gedacht.
Haar rechterhand werd stevig omklemd door zijn linker. Zoals gewoonlijk kneep hij er net iets te hard in, bezitterig als hij was. Nerveus tastte ze met haar vrije hand in haar linker jaszak. Hij zat er nog. De priem die ze gisteren uit zijn atelier had ontvreemd. De priem met de scherpe punt, waarmee hij gedistingeerde gaatjespatronen in het soepele leer van herenschoenen prikte.
Ze stelde voor naar de oude ruïne te lopen. Het was koren op de molen van Sander. Meteen stak hij van wal. De ene na de andere wetenswaardigheid over ruïnes braakte hij over haar heen. In het begin had ze zijn brede belangstelling en de drang die uit te dragen nog interessant en aantrekkelijk gevonden. Inmiddels was ze het spuugzat. Hem spuugzat. Er was teveel gebeurd.
Opnieuw zocht ze met haar linkerhand naar de priem. Bij de ruïne aangekomen liet Sander haar los. Hij stevende af op de oude waterput, intussen alweer een nieuwe anekdote opdissend. Het was precies waar Tessel hem wilde hebben. Zo meewerkend kende ze hem niet. Even sloot ze haar ogen. Dit was het moment. Ze zoog haar longen vol lucht. Haar hart klopte overal, voor haar gevoel leek het alsof het geroffel voor alles en iedereen hoorbaar was. Maar het was muisstil in het bos. Vastbesloten stapte ze op zijn gebogen rug af. Hij hing op zijn ellebogen en tuurde de oneindige diepte van de put in. Nu, dacht ze. In een vloeiende beweging trok ze de priem uit haar jas en boorde hem in zijn nek. Sander viel om, belandde naast de put. Zijn ogen stonden verwilderd toen hij haar aankeek. "Tessel, wat doe je?" gorgelde hij met gebroken stem. Kleine straaltjes bloed sijpelden uit zijn nek. Hij lag daar maar. Kon niks, deed niks, overmeesterd door angst. Kordaat knielde ze naast hem neer. Behendig trok ze de priem uit zijn nek. Ze voelde zich met de seconde sterker worden. De haast gedoofde waakvlam was opgelaaid tot een bevrijdend vuur. Het was alsof haar levenslust opnieuw was gaan stromen op het moment dat zijn bloed vloeide. En zijn bloed vloeide inmiddels rijkelijk. Het gutste uit zijn nek. "Je hebt me kapot gemaakt, jij zelfingenomen klootzak. Doelbewust en moedwillig heb je mijn hele zijn afgebroken. Laag voor laag, steen voor steen," sprak Tessel kalm. "Waarom wilde je me hebben als ik toch niet goed genoeg voor je was? Waarom al die moeite voor iemand die in jouw ogen niet degene was die jij wilde zien? Ik haat je. En als jij me niet wilt zien zoals ik ben, is het maar beter dat je me helemaal niet meer ziet." En met twee ferme uithalen stak ze de priem beurtelings in zijn beide ogen.
Bevend sjorde ze daarna zijn ontzielde lijf omhoog en legde het op de rand van de diepe waterput. Een laatste zetje was genoeg om hem voor altijd te doen verdwijnen.

De lucht was inmiddels betrokken. Het duurde niet lang meer voordat de eerste regendruppels gingen vallen. En daarmee alle sporen uitwisten. Sander was weer op reis gegaan. En geen haan die er naar kraaide.

3 opmerkingen:

Vita zei

Het is vast heel erg, maar ik lig grinnikend onder de bank. Zelfs O hinnikt een beetje mee, verbaasd over zoveel pret in de computer.

Je bent geniaal - ik had niet gedacht dat je heldin het lef zou hebben om daadwerkelijk het heft in eigen handen te nemen. Arme Sander (die maar liefst vier letters deelt met Sjoerd. Dat is toeval, toch?

Cash en Els zei

He getver wat een slot, en dat voor zo'n beschaafd iemand. Dit had ik nooit achter Tessel gezocht maar zeker ook niet achter Irene, haha.

Wondelgijn zei

Jeetje.... ik had bijna medelijden met hem.... bijna, hoor!!!