zondag 20 mei 2012

Van toen ik nog onverschrokken was

Na het achtereenvolgens vieren van een mooi communiefeest, een heerlijk dagje bivakkeren in onze hoofdstad en een voldane dag klusjes klaren in en om het huis, lijkt het me vandaag een mooie moment om te vertellen over de brug die ik ooit bedwong. Niet dat daar een directe aanleiding toe is maar ik moest er ineens aan denken. Want met terugwerkende kracht was het me nogal wat. Ook al vond ik het toen de normaalste zaak van de wereld.

Het zal in de vorige eeuw zijn geweest dat mijn vader speelde met het idee om een teambuildingsdinges te beginnen. Sportieve activiteiten organiseren om het samenwerken tussen groepen mensen te bevorderen. Kompas lezen, de route zoeken met behulp van coördinaten en een landkaart, vlotten bouwen, touwbruggen maken, abseilen. Dat werk. Hij deed dat al deels voor de kost maar het leek hem leuk om dat ook in zijn vrije tijd wat uit te bouwen. Voor sportverenigingen bijvoorbeeld.
In mij vond hij een enthousiast maatje. Ik vond het wel grappig om op zaterdag wat in mijn oude kleren commandootje te spelen. Beetje trampelen door de modder, wat frotten met hompen touw en mijn vader assisteren bij het abseilen. Hij stond boven de mensen van de rand van een brug af te praten, ik hield beneden het remtouw in de smiezen. We waren een goed team.

Als vanzelfsprekend onderging mijn eigen volleybalteam destijds ook een keer een teambuildingsweekend. En mijn vader had bedacht dat er meer jolijt aan zo'n joekel van een brug valt te behalen dan er louter van abseilen. Zo kun je er bijvoorbeeld ook doorheen. Serieus. Hoe denk je dat zo'n ding gebouwd is en onderhouden wordt? Daar moe(s)ten ook ooit mensen bij.

Middels het beklimmen van een lang, gammel trapje aan de binnenkant van het uiteinde van de brug kom je op een smal platform uit. Een aanpalend nauw gat geeft vervolgens toegang tot het binnenste van de brug. Het is er pikdonker, je kunt er amper rechtop staan, links en rechts van je voel je zanderige muren, het ruikt er vochtig en muf. Boven je hoofd denderen duizenden wielen van alle passerende auto's en vrachtwagens. Je bevindt je aan de onderkant van het wegdek. Een aparte gewaarwording. Toch begint het dan pas. Want de brug in kwestie telt 510 meters. En als gezegd is het er aardedonker. Je ziet echt geen hand voor ogen. Dus doe je alles op de tast. 510 Ellendige meters lang. In de wetenschap dat je alleen maar vooruit kunt. Want het is er domweg te smal om je om te keren.
Voor iedereen die eens letterlijk wil ervaren hoe het er 'aan het eind van de tunnel' uitziet is dit een aanrader. Maar toch ben je er dan nog niet. Je moet immers nog terug... In principe kan dat via dezelfde uitgekauwde weg maar het is veel spannender om de alternatieve route te kiezen. Namelijk via het wiebelige, waaierige werkmansbruggetje aan de buitenkant náást de donkere onder-het-wegdek tunnel. Het hangt als het ware aan de onderkant van het wegdek en is gemaakt van simpele ijzeren roosters waar je lekker doorheen kunt kijken zodat je op grote hoogte goed ziet wat er zich beneden je afspeelt. De laffe leuning waarmee het geheel is afgezet zit te los om vast te pakken dus feitelijk schravel je met je rug tegen de brug en de blik op oneindig zijwaarts terug richting het beginpunt. Wederom 510 eindeloze meters lang en onderwijl een brede rivier en dito kanaal overstekend. Met in je hoofd het mantra 'niet naar beneden kijken, niet naar beneden kijken'.

Dat deed ik dus. In mijn eentje! Echt, ik heb zelden zoiets engs gedaan als dat.
Gelukkig houden we er tegenwoordig allemaal andere hobby's op na.
Nota bene: don't try this at home.

2 opmerkingen:

Ri zei

Jij daredevil.

Ik denk dat ik nog liever over een rooster loop dan in het donker.

Kim zei

Woooow serieus zo dapper! Leuk dat je dat gewoon gedaan hebt. X