29 februari 2012

iPhoto februari 2012

Hij ging dus toch niet door, de tocht der tochten. Hadden we net een slaapplek geregeld en Unox-mutsen gescoord om eens even 48 uur lang in een Berenburgroes te geraken, konden we de boel weer annuleren. As if...

We deden veel leukere dingen!
Bijvoorbeeld wijntjes wegtikken en ongehoord lekker eten bij Melati, met Maarten. En ouwehoeren, slap en eindeloos. Zulke dagen zijn brandstof voor de ziel.


Het is geen geheim dat ik graag op marktplaats rondhang. En de uitdrukking dat Onze-Lieve-Heer vreemde kostgangers heeft is ook niet voor niks bedacht. Naar mijn mening bevinden die zich en masse op marktplaats. De verkoper van onderstaand boek bleek nogal een kruimeloplichter. Hij opereerde onder verschillende aliassen en plaatste steeds dezelfde boekenadvertenties. Maar mijn betaalde boek opsturen? Ho maar! Ik bleef hem echter mailen, op al zijn aliassen. Tot en met het ietwat gewaagde "Tenzij je onverhoopt bent overleden zou ik het op prijs stellen in elk geval een reactie op mijn e-mail te ontvangen." Ook zocht ik contact met de bank. En stelde marktplaats in kennis. Uiteindelijk trok ik aan het langste eind. Hij stuurde niet alleen het boek op maar smeekte me ook nog eens per mail of ik alstublieft aan marktplaats door wilde geven dat hij echt geen oplichter was. Hij kon namelijk geen advertenties meer plaatsen... Sukkel.


De liefde gaat hier in huis door de maag, zoveel is zeker. Zodoende nam mijn eega een doosje filet americain en een fourpack cola light voor me mee op Valentijnsdag. Uh, en omdat ik er zelf om gevraagd had. Maar dat klinkt natuurlijk verre van romantisch.


De liefste Vinextweeling van het land. We lazen in - het soms iets te spannende - Dolfje Weerwolfje, ik lakte friemelige kleuternageltjes en samen maakten we puzzels. Veel meer is er niet nodig om elkaar lief te vinden.


Hun 8-jarige broer daarentegen liet zich minder snel inpakken. Terecht. Maar toen hij aan het eind van de dag zijn voetbalplaatjes met me deelde wist ik dat het tussen ons ook snor zit.


In Limburg heet het buutrednen. In Brabant noemen ze het tonproaten. Het is gelegenheidscabaret rondom de carnaval, van het bedenkelijke niveau dorpstoneel. Met veel onnozele typetjes, schuine grappen, dikke brillen en scheve monden. En gekke stemmetjes. Zo ontzettend dom en ergerlijk dat het weer grappig wordt om heel even naar te kijken.


Tijdens het schoolcarnaval in 1988 deed ik ook een buut.
Dat ging ongeveer zo:
Maandag: "Mam, wat is een buut?" -uitleg-
Dinsdag: "Mam, ik doe vrijdag een buut!" -stilte-
En dus konden mijn ouders fluks aan de slag. Waarmee het feitelijk hun buut werd, alleen droeg ik hem voor. Ik deed het typetje 'misdienaar van meneer pastoor' en vertelde vier mopjes over de kerk. Met als terugkomend tussenzinnetje "Ut zal dich maar gebeure..." Heel geestig.


In een vlaag van verstandsverbijstering liet ik me verleiden tot het kopen van de handlees app. Want voor 79 cent wilde ik wel eens weten wat het leven nog allemaal voor mij in petto heeft en over welke karaktertrekken ik zoal beschik.
Ik blijk een manusje-van-alles te zijn, erg loyaal naar vrienden, niet bang voor risico's als er veel winst valt te behalen, af en toe best dominant en over-emotioneel, erg idealistisch, op mentaal vlak zeer bedreven en flexibel, bij tijd en wijle melancholisch en moeite hebbend met het vertrouwen van mensen, zelf van nature erg betrouwbaar, spiritueel, waardering voor goede muziek en de natuur, erg onafhankelijk, geen moeite met spreken in het openbaar, soms agressief, zeer gesteld op luxe óf sensueel van aard, beschouwend, mijn nieuwsgierigheidslijn staat de goede kant op, erg hartelijk, goede communicatieve eigenschappen, meer dan gemiddeld rationeel, rusteloze geest, zachtaardig.
Nou! Voor slechts 79 cent zoveel veren in mijn reet dat ik er niet meer van kan gaan zitten. Ik raad het iedereen aan!
Alleen die carrièreswitch kan ik niet zo plaatsen...


Teneinde nog meer leven in de tuin te vergaren besloot ik nestkastjes aan te schaffen. In onze vorige tuin hing ook een huisje en daar heb ik een hoop lol van gehad. Tot binnenshuis aan toe, als er weer eens een verdwaald koolmeesjesjong door de woonkamer hupste en daar gezellig de boel kwam onderschijten. Och ik hou zo van de natuur!


Vooruit, hij kan niet concurreren met tandartsen Van der Tang en Vullings of orthodontist Beugels. Ook is het geen schaamnaam als de gezusters Claar en Connie Comen of Mien Billekens-Jeuken.
Maar voor een gewichtsconsulente is hij toch best aardig.


En toen sloegen we massaal aan het tekenen op de smartphone en tablet. Draw Something is het nieuwe Wordfeud. Jij tekent iets, dat moet de ander raden. Daarna tekent de ander iets voor jou. En zo gaat het maar door. Het spel kent geen winnaar en verliezer. Je moet samen proberen zo ver mogelijk te komen. Daarnaast geldt hoe moeilijker het woord, hoe meer muntjes je allebei verdient. En met muntjes kun je dan weer kleuren kopen, om nog getrouwer te kunnen tekenen. Wat het voor ons kaaskoppen extra lastig maakt, is dat de app in het Engels is. Vergissingen als de paus tekenen terwijl er om poop wordt gevraagd liggen dan snel op de loer.
Met mijn tekentalenten beperkte ik me in den beginne tot de wat eenvoudigere woorden. Maar dat lag dan weer niet aan mijn Engels.


Toch waagde ik me al snel aan het ruigere werk. Helaas verzaakte mijn tegenstander om het woord te raden. Terwijl het toch zo overduidelijk was...


Wat ik nooit kon bevroeden was dat ik nog eens Elton John zou tekenen. En dat iemand anders dan ook nog zou snappen wat ik met mijn hanenpoten bedoelde...
Inmiddels draai ik mijn hand niet meer om voor Justin Bieber en Mariah Carey. Nee, ik vermaak me de komende tijd nog wel!

28 februari 2012

Ikje

Ik stuurde eens een ikje in, ter publicatie in de nrc next.
Natuurlijk waren er veel leukere en betere ikjes en belandde het mijne ongetwijfeld in het ronde archief.

Maar dit is mijn blog en hier ben ik de baas.
Daarom alsnog een publicatie van mijn ikje.

De weekboodschappen zijn weer in huis. Op tafel liggen 3 broden en 2 pizza's te wachten op transport naar de diepvries in de garage.
Mijn lief, niet te beroerd om ondanks een drukke werkweek een helpende hand in het huishouden uit te steken, biedt aan de etenswaren op te ruimen.

Als hij de volgende dag een stapel oude kranten naar de garage heeft gebracht komt hij met een beteuterd gezicht terug naar binnen.
"Ik heb gisteren een klein foutje gemaakt," bekent hij. "Ik was nogal druk met de broden en toen heb ik de pizza's bovenop de ijskast gelegd in plaats van in de vriezer."

Ik rol met mijn ogen en verzucht: "Jezus… Hoe druk met broden kun je zijn?!"

07 februari 2012

De moeder der horrorwinters



Giet it oan of giet it niet oan, that's momenteel the question die ons kleine landje bezighoudt. Rayonhoofden steken hun bemutste koppen bij elkaar en de meetlat in het doorboorde ijs. De in een loods opgeslagen stempelrekwisieten worden voorzichtig afgestoft. Een leger vrijwilligers maakt het ijs op probleemplekken sneeuwvrij opdat de vorst er nog een keer extra overheen kan. En dan is er natuurlijk altijd nog de mogelijkheid tot ijstransplantaties. Nederland ten voeten uit.

Tegen alle verwachtingen in is hij er dus toch nog gekomen. De voorspelde horrorwinter. Zelfs de natuur had er tot vorige week niet meer op gerekend, getuige de opkomende narcissen in het grasveldje voor ons huis.
Toch kan er wat mij betreft geen winter meer tippen aan die van 1997, qua horror. In dat illustere jaar, waarin inderdaad de vijftiende elfstedentocht werd verreden, had ik verkering met lullo. En alsof dat nog niet erg genoeg was had ik ook nog een zaterdagbaantje bij de kaaskut. Ja je leest het goed, kaaskut. Excuse my French. Ik heb nog overwogen om er kaasbitch van te maken maar dat woord zou geen recht doen aan haar boeket aan fijne karaktertrekken.

Als jongste bediende werd ik geacht de zaterdag te beginnen met het poetsen van de keuken en de personeelswc. Alwaar ik kokhalzend boven de pot hing toen ik haar grijze s.chaamharen van de bril stond te vegen. Nadat ik me van mijn taken 'achter' had gekweten mocht ik naar 'voren' komen. Behalve een keur aan kaas verkochten ze er ook luxe broodjes, luxe nootjes en andere luxe liflafjes om je thuisdiner mee op te leuken. De kaasbalie was als zaterdaghulp het hoogst haalbare, de broodjeshoek was mijn domein. En af en toe mocht ik bij de nootjes. Bij de gratie van de kaaskut. Tot die ene kapitale fout. De macadamianoten moesten worden gezouten en in al mijn klunzigheid schudde ik tijdens het mengproces de inhoud van de hele bak pardoes over de winkelvloer. "Wat doe je nou? Die noten zijn hartstikke duur!" krijste de kaaskut. Vervolgens stortte ze zich giftig op de vloer en begon verwoed alle macadamianoten met de hand bij elkaar te vegen. Om ze ten slotte doodleuk terug in de bak van de notenbar te leggen.
Mijn kaascarrière was van korte duur. Ik hoop de voedselvergiftiging van de arme ziel die die noten daarna heeft gekocht ook.

Van die hele elfstedentocht heb ik in 1997 niks meegekregen. Terwijl de ene helft van Nederland op de Bonkevaart stond en de andere helft voor de buis zat, was ik druk in de weer met grijze s.chaamharen en macadamianoten.
Daarom zal ik dit jaar voor dag en dauw voor de buis zitten, als it oan giet.
Met een Mart Smeetstrui aan en een bak macadamianoten op schoot.

03 februari 2012

Over het bitterzoete monster

Vannacht kreeg ik een brainwave en rammelde ik mijn nieuwe column voor het CFcenTRaal van maart er zomaar in een keer uit. In het donker, gelegen onder het behaaglijke dekbed vloog mijn linker wijsvinger over het schermpje van mijn iPhone. Als vanzelf kneedden mijn hersenen de juiste woorden. Hongerig slokte het magische doosje de woorden op. Tevreden viel ik even later in slaap.
Vanmorgen was ik nog steeds tevreden over mijn nachtelijk brouwsel. Yay!

Dit is de column die verscheen in het CFcenTRaal van afgelopen september.

Arian en Irène schrijven elkaar al een jaar of tien. Voortaan doen ze dat ook in columnvorm in CFcenTRaal.

Lieve Arian,

Toen ik tijdens de zomervakantie van 1987 mijn dorst leste met louter blikjes 3ES limonade belandde ik na drie weken stug doordrinken met buikpijnklachten in het ziekenhuis. Een simpel bloedonderzoek wees uit dat mijn suikerhuishouding van slag was. Van diabetes was nog geen sprake maar het bitterzoete monster lag op de loer. Dat het dubbeltje pas 14 jaar later de andere kant op viel beschouw ik daarom als een cadeau. Want laten we eerlijk zijn, CF gerelateerde diabetes is natuurlijk geen feestje. Het is een hoop extra gedoe en kan nog meer nare gevolgen hebben.

In 2001 bleek na een routinecontrole van mijn bloed het glucosegehalte te hoog en ook mijn HbA1C kende een gestaag oplopende trend. Voor mijn longarts reden genoeg om me door te sturen naar de internist. De beste man, opererend in de nadagen van zijn carrière, vond dat we het eerst met pilletjes konden proberen. En onder begeleiding van regelmatige zelfcontrole. Want meten is weten.
Een jaar later wezen de getallen, en de mening van een nieuwe internist, uit dat de tijd rijp was om te beginnen met het spuiten van insuline. Dat ging niet geheel zonder slag of stoot. Sterker nog, ik schoot volledig in de ontkenning. Ik prikte en spoot wanneer het me uit kwam. En dat was zelden, feitelijk. Het bijhouden van mijn glucosewaarden in het daarvoor bestemde dagboekje was als het invullen van de lottogetallen. Schaamteloos presenteerde ik mijn natte-vinger-reeksen in de spreekkamer aan de internist.
Met de tijd kwam gelukkig toch ook de acceptatie, en nog maar weer eens een nieuw setje internist plus diabetesverpleegkundige. De chemie tussen ons drieën was bijzonder goed en stukje bij beetje lukte het me open te staan voor diabetes. Angst en afzet maakten plaats voor kennis en inzicht. Ik leerde hoe ik het hele suikerwerk in kon passen in mijn leven.
In het najaar van 2008 vertoonde mijn HbA1C desondanks opnieuw een stijgende lijn en wilde mijn internist een continumeeting doen. Via een vernuftige sensor in mijn buik werd drie dagen lang het glucose in mijn bloed om de zoveel minuten gemeten. De uitslag van deze meetmarathon loog er niet om; het was de hoogste pomptijd geworden.

De overstap van pen naar pomp ging veel makkelijker dan van pil naar pen. Diabetes had zijn plek inmiddels ruimschoots verworven in mijn leven. Ik was, en ben, me bewust van de noodzaak van een goed gereguleerde suikerhuishouding. Voor nu, maar ook zeker op termijn.
Dankzij de hedendaagse technieken zou ik me vandaag de dag zelfs ongestraft een delirium aan 3ES limonade kunnen drinken. Maar sinds ik na die opname in 1987 verslingerd raakte aan Coca Cola light heb ik de 3ES afgezworen. Is ook beter voor mijn band met de tandarts.

Liefs,
Irène