maandag 5 september 2016

Mijmeren in een Zuid-Frans zwembad

Vandaag eens even geen plog of blog maar een column. Onderstaand exemplaar verscheen vorig jaar september in het CFcenTRaal, het clubblad van de Nederlandse Cystic Fibrosis Stichting.

*****

Lieve Arian,

Op het hoogtepunt van de eerste hittegolf in Nederland lag ik te dobberen in een Zuid-Frans zwembad. Daar was het meer dan prima uit te houden. Met in mijn rechter bovenarm een picclijn in de wachtstand, was zwemmen niet aan de orde. Omdat ik niet voor een gat te vangen ben, kocht ik bij de lokale Carrefour een opblaasbare zwembadstoel. Urenlang dreef ik daarmee over het water. Het onderlijf gekoeld, de ingepakte arm veilig droog. Voorbij zwemmende babyboomers - het hoogseizoen was nog niet begonnen - wierpen me vertederde blikken toe. Vooral de mic key button op mijn buik kon rekenen op een hoop sympathie. “Volgens mij zit jij hier heerlijk te mijmeren,” concludeerde een ongezond donkerbruin verkleurde mevrouw. Ze had het bij het juiste eind. Dat was precies wat ik deed. Mijmeren. Over van alles.

Mijn gedachten dwaalden af naar de afgelopen twaalf maanden. Als ik het dramatiseerde was het welbeschouwd een wonder dat ik daar zo lag, in dat Zuid-Franse zwembad. Het was me namelijk het jaartje wel. Een ritje met de ambulance naar Utrecht vanwege een akelige leverontsteking. Een recordaantal infuuskuren. Een angstvallig gekelderde longfunctie en dito BMI. En als kers op de taart een gaatje in mijn buik om door te eten. Er is overigens geen onverteerd playmobilpoppetje gevonden, tijdens die procedure.

Het verkoelende briesje deed mijn gedachten nog verder terug dwarrelen. Als ik het dramatiseerde werden mijn jeugdherinneringen gekleurd door goedbedoelde activiteiten die verbloemd in het teken stonden van de opvatting “omdat het zo goed voor je is”. Lees: je gezondheid in het algemeen en je CF-longen in het bijzonder. Verjaardagscadeaus als de skippybal, een lolobal, springtouwen en een skateboard belandden allemaal ongebruikt in de schuur. Ik was nogal een binnenkind en deed niks liever dan prullen en frunniken met van alles en niks. Merkwaardige verzamelingen aanleggen en fantaseren over paarden. Mijn vader kroonde me tot de koningin van de vierkante meter.
Klarinetles vormde het weergaloze dieptepunt van deze gezondheidsfilosofie. Na de obligate blokfluit werd ik richting klarinet gedirigeerd. Ik vond er geen fluit aan. De leraar in kwestie - een lokale Bach - droeg niet bij aan de muzikale feestvreugde. Onze belevingswerelden lagen enkele octaven uiteen. Waar hij wilde dat ik urenlang studeerde op toonladders en handgrepen, was ik liever bezig met mijn verzorgpony Wanda of mijn verzameling lege vulpenvullingen/ potloodpunten/ plastic zakjes. Maar het grootste probleem vormde toch wel mijn gebit. In de ogen van meneer Scheepers was ik een soort Broer Konijn. En die mening stak hij niet onder stoelen of banken. Op ieder tussentijds rapport repte hij over mijn rampzalige overbeet. Voor de tere kinderziel was geen plek. Zijn muzikaliteit werd gekrenkt door mijn voortanden. Mijn ultieme wraak bestond uit het met enige regelmaat kapot knabbelen van het riet. Op een mondstuk met een kapot rietje kon je niet spelen. Het prepareren van een nieuw riet was een tijdrovende klus. Zeker voor een perfectionist als mijn meneer Scheepers. Hij was er telkens opnieuw een stief kwartier mee in de weer. “Waarom kom je niet wat eerder naar me toe als je riet kapot is, Irène? Op deze manier blijft er weinig tijd over voor de les,” verzuchtte hij keer op keer. Achter mijn vuistje lachte ik dan mijn scheve tandjes bloot.

Blijkbaar gaan mijn mijmeringen gepaard met een beetje gedramatiseer. Daar is niks mis mee. Zolang ik in het heden maar met beide voeten op de grond blijf staan. En mijn tandjes binnenboord houd.
Ik hoop dat jij ook een goede zomer achter de rug hebt.

Liefs, Irène

Geen opmerkingen: