zondag 18 september 2016

Lekker leesvoer

Ik weet niet hoe dat bij jou gaat maar bij mij verloopt het in fases. Er kunnen maanden voorbij gaan waarin ik amper een boek lees omdat het me aan concentratie ontbreekt. Of aan een boek waaraan mijn ogen zich vasthaken en door de pagina's zoeven zonder te willen knipperen. Maar er zijn ook periodes waarin ik de ene titel na de andere verslind. Dat het ene boek naadloos aansluit op het andere en je hoopt dat die leesrush nooit meer weggaat. Inmiddels heb ik uitgevogeld dat het bij mij het beste werkt als ik boeken van verschillende genres afwissel. Twee thrillers achter elkaar is geen gelukkige combinatie.
De afgelopen maanden las ik een heerlijke potpourri weg waarin ik je graag meeneem. Wat lekker wegleest op een ligbedje in de zon, kan ook goede kost zijn voor onder een dekentje op de bank met een glas hete thee, of wijn, binnen handbereik.

In het genre thrillers las ik Lieve mama van Esther Verhoef. Esther heeft inmiddels behoorlijk wat titels op haar naam staan en ook Lieve mama leest weer als een trein. Het verhaal gaat over verpleegkundige Helen en haar man Werner, die een succesvol horeca-ondernemer is. Ze wonen in een kast van een huis, samen met hun drie pubers. En dan is er nog de sociaal zwakkere Ralf, die leeft voor zijn auto en zijn vrienden en kampt met een chronisch tekort aan geld. Om aan dat laatste iets te doen laat hij zich meeslepen in een crimineel plan. Een brute overval op het huis van Helen en Werner. Met alle noodlottige gevolgen van dien. Lieve mama is vlot geschreven, vanaf de eerste pagina zit je gelijk in het verhaal. Het is een rechttoe-rechtaan-thriller van Hollandse bodem. Niks mis mee.

In welk hokje ik De verwarde cavia van Paulien Cornelisse moet stoppen weet ik eigenlijk niet zo goed. Ik denk dat humoristische kantoorroman de lading het beste dekt. Maar of dat echt een genre is? Paulien neemt ons mee in de wereld van Caaf, een kortharige cavia die werkt op de afdeling communicatie. Caaf is druk met dezelfde beslommeringen als haar collega's. Ze regent geregeld nat (wat funest is voor haar vacht), drinkt koffie, Googelt enge ziektes en is druk met mailings en haar punaises. Alleen is Caaf dus een cavia in een verder gewone mensen wereld. Dit gegeven maakt het een even surrealistisch als dolkomisch boekje. Je rolt van de ene herkenbare kantooranekdote in de andere en ook aan een romantische kwinkslag is gedacht. In mijn hoofd hoorde ik het verhaal aan mij voorgelezen worden door Paulien zelf. Of Caaf. Want ik denk dat Paulien gewoon Caaf is.

Het diner van Herman Koch lag al heel lang op de plank en deze zomer kwam ik er eindelijk aan toe om het te lezen. De roman gaat over de broers Paul en Serge Lohman en hun vrouwen Claire en Babette. Op een avond wordt op neutraal terrein eindelijk iets besproken wat al een tijdje wringt. De daad van hun kinderen heeft verstrekkende gevolgen voor de levens van alle betrokkenen. Net als in Zomerhuis met zwembad spat de onderhuidse woede van hoofdpersoon Paul van de bladzijdes af. Koch schrijft rake dialogen en zijn beschouwingen zijn ironisch en vilein.

Van een heel andere orde is The Rosie Project van Graeme Simsion. Dit is zo'n heerlijk vrouwenboek waarvan je op voorhand al weet dat het goed afloopt. Don Tilman werkt als docent genetica aan de universiteit. Hij is superintelligent en kan geweldig koken. En hij is autistisch. Iets wat zijn zoektocht naar een vrouw nogal bemoeilijkt. Middels een zestien pagina's tellende vragenlijst hoopt hij de ware er toch uit te kunnen filteren. Maar dan wandelt Rosie zijn leven binnen en zet zijn hele wereld op zijn kop. Dit is zo'n lekker boek voor tussendoor, om af te schakelen tussen die ene spannende thriller en de aankomende zwaardere roman. Don en Rosie maken je hoofd zonder twijfel leeg. En als je wil is er ook nog een vervolg, namelijk The Rosie Effect.

Een weeffout in onze sterren van John Green is wat ze tegenwoordig een young adult boek noemen. Maar omdat je zo oud bent als je je voelt, mag je zelf weten of deze roman iets voor jou is. Ik wilde het in elk geval graag proberen. Niet in de laatste plaats omdat het verhaal is overgoten met een saus van medische ellende en puberliefde. Ik houd daar erg van. Bij een praatgroep van de kerk voor kinderen met kanker maken we kennis met Hazel Lancaster en Augustus Waters, beide "cancer survivors". Het blijft een Amerikaans verhaal hè, daar zijn ze dol op het competitie-element in kanker. Hazel was ten dode opgeschreven maar wordt al drie jaar in leven gehouden door een experimenteel medicijn. Dat haar longen nogal kapot zijn en ze afhankelijk is van zuurstof is een jammerlijk bijeffect. Het weerhoudt haar er niet van colleges te blijven volgen aan de universiteit. Ze wil vooral geen patiënt zijn. Augustus mist door de kanker een onderbeen maar lijkt zijn leven weer aardig op te kunnen pakken. Hazel is in de ban van het boek An Imperial Affliction van de Nederlandse schrijver Peter van Houten. Samen met Gus reist ze naar Nederland om de vragen die het boek bij haar oproept beantwoord te krijgen. Maar in Nederland krijgen hun levens een totaal andere wending. Ik kan niet ontkennen dat ik wat traantjes liet bij het lezen van dit boek. De parallel met CF is ook snel getrokken. Het conflict tussen geen patiënt willen zijn maar wel afhankelijk te moeten zijn van anderen. De angst je te binden om de ander geen verdriet te doen met jouw voortijdige vertrek. "Ik ben een granaat en er komt een moment dat ik ontplof en ik wil het aantal slachtoffers graag tot een minimum beperken." Ook is Hazel hier een daar een beetje betweterig, zeker voor een zeventien jarige. Of was ik misschien extreem oppervlakkig op die leeftijd?

Tot slot las ik Hendrik Groen - Pogingen iets van het leven te maken. En op Hendrik ben ik, niet de allergrootste bejaardenliefhebber op het noordelijk halfrond, met zijn 83 en een kwart jaar, een beetje verliefd geworden. Want zoals Hendrik oud is hopen we het allemaal te worden, denk ik. Hendrik woont in een verzoringstehuis in Amsterdam-Noord en houdt heel 2013 een geheim dagboek bij. Daarin vertelt hij op amusante wijze hoe het eraan toe gaat in het oord waar hij zijn laatste levensjaren slijt. Samen met een groepje gelijkgestemden richt hij de Omanido-club op. Oud-maar-niet-dood. Regelmatig gaan ze met elkaar op stap, om de sleur van het verzorgingshuis te doorbreken en aan en het gezeur in de conversatieruimte te ontsnappen. Zijn beste vriend heet Evert, een sarcastische lieverd die graag een borrel lust en voor de nodige reuring zorgt door regelmatig de knuppel in het hoenderhok te gooien. Ik herken wel het een en ander van mezelf in Evert. Hendrik gaat in zijn dagboek geregeld in op feiten uit het nieuws van toen en omdat 2013 nog niet zo gek lang achter ons ligt herken je veel in wat hij beschrijft. Net op het moment dat ik me zat te verkneukelen op hoe ze vast samen loodjes zouden trekken voor Sinterklaas maakt het verhaal een onverwachte wending. Iets waar je als hoogbejaarde dagelijks rekening mee moet houden maar wat voor de lezer toch als een schok komt. Bij mezelf kwam in elk geval het besef dat het altijd stom en eng is om dood te gaan, hoe oud je ook bent. Goede eyeopener.
Het boek is met veel humor geschreven en regelmatig zat ik hardop te lachen. Het voelde echt zuur om de laatste alinea aan mijn gezichtsveld voorbij te zien trekken. Maar gelukkig ligt deel twee, Zolang er leven is, al klaar.

1 opmerking:

Neeltje zei

Bedankt voor de leestips!