maandag 26 oktober 2020

Vlaaikunde

Gisteren was het blijkbaar de Nationale Dag van de Vlaai. Omdat ik zelf al in geen tijden ergens meer kom, wist ik weer eens van niks. Het was een online reclame-uiting van godbetert de MultiVlaai die me erop moest attenderen. En ik zag het alweer faliekant fout gaan. Zodoende vind ik het de hoogste tijd voor een stukje vlaaieducatie naar de bloglezer toe. Iemand moet het doen. 

VLAAI  

Vlaaien heb je in vele soorten en maten. De basis vormt een bodem van gistdeeg. Erop gaat in de meeste gevallen fruit. Hij wordt afgedekt met een raster, gemaakt van hetzelfde gistdeeg als de bodem, en tot slot bestrooid met grove korrels suiker. Uitzonderingen hierop zijn de kruimelvlaai - hierbij vormen de deegkruimels meteen de toplaag, en de rijstevlaai - waarop een rand slagroom en een kern van chocoladeschilfers komt. Aardbeienvlaai is ook rasterloos en wordt alleen gemaakt tijdens het aardbeienseizoen. Als bodem voor deze gelegenheidsvlaai wordt gekozen uit bladerdeeg of harde wener. Een ongeschreven wet is dat als je verjaart in het aardbeienvlaaitijdperk, je verplicht bent ten minste een aardbeienvlaai aan je visite te presenteren. Ik wil daar nog wel eens recalcitrant mee omgaan. Sowieso is in Limburg één vlaai géén vlaai.

De meeste vlaaien kennen de varianten met aardbeien, abrikozen, appel, gemengd fruit, kersen, kruisbessen, linzen, pruimen, pudding van banketbakkersroom of rijst. Veel Limburgers doen - als kers op de taart, haha - nog een dot slagroom bovenop hun vlaai maar dat is een persoonlijke keuze. De kruisbessenvlaai wordt meestal bedekt met een laag schuim van eiwitten.

Mijn lievelingsvlaai is pruimen. De Limburgse Janse Bagge Bend bezingt deze delicatesse zelfs in een prachtig lied. Een leuk weetje over deze vlaai is dat hij van oudsher bekend staat als begrafenisvlaai. Hij werd namelijk graag geserveerd bij koffietafels, vanwege de stemmige kleur. Katholieker kan haast niet. We willen best rouwen maar wel met iets lekkers erbij. Dat er echter weer niet te gezellig uit mag zien. Vandaar ook dat protestanten het altijd met zompige dan wel gortdroge cake moeten doen.

TAART 

Dan komen we bij de taarten. Taart is een ruim begrip. Hollanders noemen graag alles taart. Terwijl taart een andere bodem heeft dan vlaai. Hij kan zacht zijn, of juist hard. Het is maar net in welke samenstelling je het deeg bereidt. De keur aan taarten is reuze. Appeltaart en slagroomtaart zijn de moeders der taarten. Maar wat te denken van chocoladetaart, kwarktaart, progrestaart, worteltaart. En al die uitbundig met fondant of marsepein gedecoreerde taarten natuurlijk. Waarvan het glazuur al van je tanden springt door er alleen maar naar te kijken. Op Limburgse verjaardagen eet men traditiegetrouw na de vlaai gerust nog een stuk slagroomtaart, op de gezondheid van de jarige. Of dit daadwerkelijk bijdraagt aan iemands gezondheid kun je je afvragen. 

GEBAK 

Ten slotte heb je nog de afdeling gebak. In feite is dit een containerbegrip voor zoete eenpersoons hapjes. De appelbeignet, de Bossche bol, de Haagsche Kakker, de tompouce, de oliebol, het puddingbroodje, de Zeeuwse bolus. En natuurlijk de niet te versmaden Limburgse nonnevot. Voor deze lekkernij mag je me 's nachts wakker maken. Nonnevotten danken hun naam aan hun typische verschijningsvorm. De lus van dit gefrituurde gebak doet denken aan de strik die de nonnen vroeger op hun achterwerk (vot) droegen. Officieel worden ze gebakken vanaf de 11de van de 11de, bij de aftrap van het carnavalsseizoen, tot Aswoensdag. Na het halen van het askruisje bij meneer pastoor moet in deze regio al het genot tot aan Pasen in de ban. Een klein rond vlaaitje is overigens ook een vorm van gebak. 

VLA 

Waar ik mee besluit is vla, want dat is precies de functie van dit product. Hoewel het woord nog wel eens uit een Hollandse mond wil rollen, zodra men eindelijk het woord taart heeft weten los te laten. Maar vla is iets heel anders dan vlaai. Vla is drab uit een pak. Pudding als toetje na de warme prak. Mijn opa en oma zaliger aten tot aan hun dood 's middags warm. De soep, de aardappelen-groenten-vlees én de vanillevla gingen allemaal in hetzelfde diepe bord. Denk daar maar aan als je weer eens het woord vla in de mond neemt.

Nou. Dit was mijn spreekbeurt. Zijn er nog vragen? Zelf snak ik inmiddels naar een goddelijk stuk proemevlaai of een nog warme nonnevot.

Geen opmerkingen: