donderdag 12 november 2020

Belletje lellen

Bijna dagelijks wordt er op onze bel gedrukt. Telkens schiet het adrenalineniveau van de hond des huizes dan omhoog. Luid blaffend spurt ze naar de voordeur. Niet zelden glijdt ze daarbij uit en belandt half struikelend op haar snuit. Het zit haar blijkbaar erg hoog. Welk stuk onverlaat heeft het gore lef ons domein te betreden?

Nou zijn dat er in de regel nogal wat. Bezorgers van boodschappen. Bezorgers van postpakketten. Bezorgers van medicijnen. Collectanten. Buurtkinderen die komen leuren om lege flessen. Buurtkinderen die heitjes willen verdienen met karweitjes. Volgens mij weten ze niet eens wat een heitje is. Studenten met een goede doelenjack aan en een keycord met een pasje om de nek. Studenten in een willekeurig energieboerjack en een iPad in de hand. Laatst trof ik er een die ook nog een rol kunstgras onder de arm droeg. Met mijn wenkbrauwen in de lucht keek ik toe hoe hij anderhalve meter groen, pluizig plastic uitrolde. Heel ludiek allemaal. Het was net niet genoeg om van leverancier te wisselen, maar hij kwam akelig dicht in de buurt.

En sinds corona is er nog een categorie notoire bellers bijgekomen. De boevige vervelia's, uit op grapjes. Een paar keer per week wagen ze zich aan het oud-Hollands belletje lellen. De eerste twee keer was dat hilarisch. De hond over de flos, wij voor niks naar de deur. Ze zullen in een deuk gelegen hebben, daar waar ze zich verschansten. Wat ze na acht maanden Groundhog Day niet doorhebben is dat we ze inmiddels van heinde en verre zien aankomen. Het kantoor waar Sjrd zit te werken ligt aan de straatkant; hij ziet alles en iedereen dag in dag uit aan zich voorbij trekken.

De potige buurjongen die dagelijks de sportschool aandoet maar met de hond nog geen honderd meter maakt. De nerds die al babbelend met een gevulde tas naar de glasbak lunchwandelen. Op woensdag en vrijdag de ma-di-domoeders die af en aan pendelen tussen huis en school. En het grut. Op fietsen, met Nerf guns, gillend of zingend, vervaarlijk steppend. Het zijn de renners die je in het snotje moet houden. Dat ze in de meeste gevallen fluorescerende jasjes dragen werkt niet in hun voordeel. Als er na het gerinkel van de bel zo'n felgeel kind voorbij flitst weten wij al hoe laat het is. Sara, die tijdens kantooruren zo'n beetje in de vensterbank woont, ziet dit ook allemaal gebeuren. Het is ronduit jammer dat ze de vertaalslag van nodeloos bellen naar nodeloos blaffen niet kan maken. Daar is ze dan toch te hond voor.

Vanmorgen klonk ineens de bel. Tijdens schooltijd, zonder verwachte pakketten in aantocht. Sara reageerde zoals Pavlov het graag ziet. In plaats van een mens stond er een plastic tasje voor de deur. Verbaasd keek ik de straat in. Heel in de verte zag ik een bekende gestalte wegfietsen. Intussen bereikte een zeer welriekende geur mijn neus. Was het werkelijk?

Verse nonnevotten van de bakker, op de elfde van de elfde, dankzij die lieve Nk. Ik kon wel janken van geluk. Alaaf!

Geen opmerkingen: