vrijdag 20 november 2020

Griepprik

Alle keren dat ik vorig jaar mijn neus in de huisartsenpraktijk liet zien mondde dat uit in een ziekenhuisopname. De afspraak om twee moedervlekjes te laten nakijken. De inhaalafspraak om de moedervlekjes in kwestie weg te laten branden. Het halen van de griepprik. Op de klok nauwkeurig kon ik een week later mijn koffer volladen met onderbroeken en slobbertruien voor een enkeltje Utrecht. Mijn weerstand stond erbij en keek ernaar. Hij lachte me nog net niet uit.

Of het een kwestie was van puur toeval en domme pech of dat ik er echt telkens iets viraals oppikte is niet te zeggen. Heel veel vertrouwen om daar überhaupt nog een voet over de drempel te zetten bood het in elk geval niet. Helemaal nu we te kampen hebben met het moeder aller virussen.

Toen ik laatst de jaarlijkse oproep voor de griepvaccinatie uit de brievenbus viste brak het angstzweet me terstond uit. Mooi niet dat ik tegelijk met mijn kwetsbare dorpsgenoten in de rij ging staan voor een nieuwe besmetting. Dan nog liever geen prik. Een paniekerig belletje met de assistente later was van mijn zorgen niks meer over. Natuurlijk begreep ze mijn situatie en de dokter kwam de prikken voor Sjrd en mij gewoon aan huis zetten. We hoorden nog wel wanneer. Een fraai stukje maatwerk en ontzorgen naar de patiënt toe.

Vanmiddag stond ik uitgebreid te poedelen onder de douche toen de bel ging. Op het moment dat ik een royale dot shampoo door mijn haren woelde ging de badkamerdeur open. Omstandig gebaarde Sjrd dat de huisarts er was, voor de griepprik. "Ik ben aan het douchen," reageerde ik tamelijk uilig. Soms sta ik van mezelf te kijken. Als de bliksem spoelde ik bergen schuim van me af. Een seconde overwoog ik snel een grote badjas om mijn natte lijf te knopen en al druppend van de trap af te rennen. Gelukkig bedacht ik op tijd dat de man zich dan een hoed zou schrikken en het wel een erg ongemakkelijke toestand werd op die manier.

Eenmaal beneden, droog en decent gekleed, sloeg mij de schrik om het hart. Er stond zomaar een vreemde in onze hal. Met de deur dicht. Die situatie kende ik sinds februari niet meer. Daar ging ons rein vacuüm! Het medisch mondmasker op zijn gezicht vormde de enige barrière tussen de smerige buitenwereld en de smetteloze bubbel waarin wij bivakkeren. Geroutineerd deed de huisarts zijn ding en in een mum van tijd vond het vaccin zijn weg in mijn lijf. Apathisch wuifde ik hem gedag.

Nadat hij weg was ontsmette ik als een idioot de hele hal met pure alcohol. Het liefst was ik opnieuw onder de douche gesprongen voor een extra wasbeurt. Voor mijn gevoel moeten we nu tien dagen in quarantaine. Bij elke toekomstige kuch of neuskriebel zal ik me koortsachtig afvragen of het begonnen is. Als mijn telefoon pingelt vrees ik een bericht van de CoronaMelder. Ik zal obsessief met mijn neus boven de koffiebonen hangen om mijn reukvermogen te peilen. Misschien kan ik zekerheidshalve alvast een afspraak inplannen voor een ritje door de teststraat.

Het zijn niet de bijwerkingen van een vaccin waar een mens krankjorum van wordt. Het is de noodzaak van het vaccineren. En dit was pas de gewone griepprik.

Geen opmerkingen: