woensdag 11 november 2020

Himmelhoch

Coronacoaster: The ups and downs of a pandemic. One day you're loving your bubble, doing work outs, baking a banana bread and going for long walks; and the next day you're crying, drinking gin for breakfast and missing people you don't even like.

Al verdwalend op het wereldwijde web stuitte ik prompt op bovenstaande tekst. Grijnzend nam ik de woorden tot me. Dit omschrijft de situatie waarin we nu al maanden leven precies. Ik zou willen dat ik het zelf verzonnen had. En iedereen die dit leest met mij, gok ik. Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt, zoals Goethe zijn gevoel verwoordde. Hij had het in de achttiende eeuw ook niet altijd makkelijk.

Ik moet zeggen dat de quarantainedips hier van korte duur zijn en maar weinig frequent voorkomen. En zelfs op die momenten weet ik mezelf bij mijn nekvel te vatten om er toch een fijne dag van te maken. Even klagen, een beetje sippen en weer door. Juist naar buiten, gewoon een tandje bijzetten tijdens de online fysio. En een schaaltje strooigoed bij de koffie, dat ook.

"Welk cijfer geef je je leven op het moment?", vragen Sjrd en ik een paar keer per jaar aan elkaar. Al maanden komen we allebei uit op een prachtige negen. Er waren tijden, zonder pandemie maar met voor onszelf een stuk meer gezeik, dat de getallen beduidend lager lagen. Vorig najaar blonk niet bepaald uit van geluk, bijvoorbeeld.

Met de ontwikkeling van vaccins die ons beloven te beschermen tegen Covid19 schiet het inmiddels hard op. Het lijkt er toch op dat we ergens volgend jaar weer in de buurt komen van een situatie die we kennen zoals hij was voor de uitbraak van het virus. Op zich is de wereld daar wel weer aan toe.

Tot mijn eigen verrassing betrapte ik mezelf op een ander gevoel dan uitzinnige blijdschap, bij de aankondiging van dit hoopvolle nieuws. Het idee dat onze bubbel dan ook doorgeprikt wordt vind ik eigenlijk wel jammer. Ik gedij meer dan prima in dit zalige, zelfgeschapen vacuüm. We hebben het intens gezellig samen. Niet eerder brachten Sjrd en ik zo lang zo veel tijd met elkaar door. Dat je dat na bijna 17,5 jaar verkering zo voelt is het summum van rijkdom. Gelücklich allein, ist die Seele die liebt. 

Zeker zie ik er naar uit om straks mijn ouders weer een zoen te kunnen geven. En ik verheug me ook best op een zorgeloos rondje door de stad. Op ouderwets afspreken met vrienden of een hapje eten buiten de deur. Maar de keerzijde van deze vreugdevolle vooruitzichten is dat de plichtplegingen, die ik nu mis als kiespijn, zich ook weer opdringen in mijn leven. 

Als kind was ik nogal een angsthaas. In de spaarzame situaties dat ik me in attractieparken bevond, was ik degene die op de tassen paste terwijl de rest van mijn leeftijdsgenoten joelend over de kop ging. Pas diep in de puberteit durfde ik voor het eerst van mijn leven in de achtbaan. Een half leven en een pandemie later blijk ik zomaar vergroeid met mijn coronakarretje. Als je de achtbaan eenmaal kent en weet bij welke loopings de g-krachten aan je trekken, is elke repeterende rit kinderspel.

Geen opmerkingen: