donderdag 19 november 2020

Kopkluiven

Het leek wel lente. De lucht was strakblauw. Het novemberzonnetje brandde uit volle borst. De keuze voor mijn dikste winterjas was wat ongelukkig. Al binnen vijf minuten liep ik te puffen. De geopende rits kon niet voorkomen dat er nattigheid ontstond onder mijn oksels. Gelukkig zweet ik geurloos.

Op de dijk was het druk. Fietsers haalden ons in en kwamen ons tegemoet gereden. We passeerden een enkele wandelaar. Rechts van het pad klonken bouwgeluiden. De huizen in aanbouw weer een dag dichter bij oplevering dan gisteren. Een metselaars floot vrolijk mee met een Hollandse hit. Op een wankele ladder stond iemand met een boor in zijn hand. Twee gehelmde kerels hielden pauze op een muurtje. Ze zaten met hun rug naar het water. Een van hen rochelde een flinke fluim omhoog. Met een boogje belandde hij in de toekomstige tuin.

Het water van de Maas leek feller gekleurd dan op andere dagen. Het was een rimpelloze, azuurblauwe vlakte. De grotendeels uitgeklede bomen in de verre verte weerspiegelden in de gladde plas. Er stond amper een zuchtje wind. Toch zeilden bij het surfstrandje enkele planken voorbij. Het waren ideale omstandigheden voor beginners. Wat dichterbij was een zwanenkoppel in de weer met het middageten. Hun witte kontjes staken pront omhoog, onder het wateroppervlak was het buffet geopend. Langs de rietstengels zwom een toompje eenden. Opgewonden gesnater schalde over het water.

Intens genietend liep ik daar. Wat een cadeau was deze najaarsdag. Plots viel mijn oog op iets in de nabije verte. In de groene strook tussen het pad en de oever stonden twee mensen. Onmiskenbaar een man en een vrouw. Het kale hoofd van de man was gekanteld naar rechts. De kleinere, grijze gestalte stond er met haar neus bovenop. Was hij misschien zijn gehoorapparaat kwijt? Waren hun kledingstukken per abuis in elkaar gedraaid en probeerde zij de boel te ontwarren? Pas toen ik er pal voor stond viel het kwartje. Deze verliefde zeventigplussers stonden niet minder dan hevig te kopkluiven. Hun wachtende hondjes keken wat beduusd. Onbeholpen drentelden ze om de benen van het stel. Zouden ze snel klaar zijn?

Het leek wel lente.

Geen opmerkingen: