maandag 30 november 2020

Lellen van forellen

Voor het eerst sinds ik de blogdraad weer oppakte begin ik licht zoekend aan mijn tekst. Bijna altijd zit er wel een onderwerp vooraan in mijn hoofd waarover ik wil schrijven. Of er gebeurt in de loop van de dag iets waaraan ik een verhaaltje op kan hangen. Dat hoeft niks groots te zijn. De meeste woorden komen voort uit kleine momenten. Maar nu is er niks. Of misschien juist wel teveel. De cursor in mijn bovenkamer knippert in hetzelfde ritme als die op mijn beeldscherm.

In plaats van op de dag kijk ik eens terug op een heel weekend. Want dat was ronduit fijn. Het begon op vrijdag, met het planten van een boom in onze achtertuin. Midden op het gazon zette de hovenier een kloek krentenboompje in de aarde. Hopelijk wil hij daar een beetje wortelen want ik verheug me nu al op de bloemenpracht die ons in het voorjaar te wachten staat. En hoe de vogels en bijen zich tegoed kunnen doen aan al dat fantastische lekkers.

Op zaterdag togen we naar de Beegderheide, mijn nieuwe favoriete natuurgebied. Eerst loop je door het bos en plots sta je zomaar op een open heideterrein. Maar ook zijn er her en der wat vennetjes en zandverstuivingen te vinden. Je kijkt er je ogen uit. Samen met Nk, Frnk en Mrl maakten we een wandeling van bijna anderhalf uur. Dat tikte meteen lekker aan voor mijn wandel challenge met Move4AIR. Weer thuis smikkelde ik van de zelfgebakken pepernoten van Mrl. Plus de lellen van forellen die mijn vader onlangs eigenhandig uit een vijver viste. Ontdooid en schoongemaakt kwamen ze tot ons, met de kop er nog op. We hoefden ze alleen maar in de oven te steken en op te eten. Daar was echter geen beginnen aan, wilde ik niet weer een weekend vol buikpijn beleven. Rozig kroop ik iets te laat onder het dubbele dekbed van een vers opgemaakt bed.

De zondag leverde na de nodige inspanning maar mooi een proper huis en bijgewerkte was op. Ter ontspanning maakten we daarna onze dagelijkse tippel langs het water. Het was zonnig maar koud, met zo'n snijdend winters windje dat gek is op schrale wangen. Wandelen ter ontspanning na poetsige inspanning. Had me dat een jaar geleden gezegd en ik was in amechtig lachen uitgebarsten. Het kan verkeren. Onder het genot van een glas rode wijn gebruikte ik het staartje van de middag voor wat Sinterklaasgerommel. Ik schep daar nog elk jaar veel genoegen in. Ter ere van Sint Pannekoek zorgde mijn vader ook vandaag voor het diner. Omwille van het virus stond mijn moeder rond het avonduur met een bord warme pannenkoeken aan de achterdeur. Sjrd gaf echter de voorkeur aan friet en stortte zich voor de tweede avond op rij op de overgebleven vissen. Secuur pelde hij het vlees uit de geschubde jas, graatje voor graatje. Hij had er zelfs zijn keukenschort voor aangetrokken. Ook dit scenario had niemand een jaar geleden kunnen schetsen.

Hoe later het werd, hoe harder mijn bloedsuiker omhoog klom. Pannenkoeken zijn qua koolhydraten een regelrechte ramp. Daarom eet ik ze ook maar eens per jaar. In Sjrds verteringsgestel wilde het evenmin vlotten. Hem was de vis letterlijk teveel geworden. Ellendig van de buikpijn smeekte hij me om een kakzakje. En zo werd het toch nog een weekend met buikpijn.

Geen opmerkingen: