maandag 23 november 2020

Streng

Midden in de nacht werd ik wakker. Als een speer schoot ik overeind. Het maagzuur zat al bijna in mijn keel. Op de tast wankelde ik naar de badkamer. Precies op tijd hing ik met mijn hoofd in de wc-pot. Even later keek ik naar een reep donkere groene kool en wat ondefinieerbare brokjes. De kool oogde nog net zo fraai als ik hem acht uur geleden in mijn maag had geparkeerd. Hij zou zo opnieuw de pan in kunnen. Ik had er meer van verwacht, gehoopt. Maar overgeven lukte net zo min als poepen. Mijn buik stond op springen.

Met de hoofdsteun omhoog dommelde ik toch nog in. Een paar uur later werd ik geradbraakt wakker. In mijn darmen leken aliens te wonen, zo ging het vanbinnen te keer. Met de smaak van een dode papegaai in mijn mond stond ik op. En ik wist: deze dag is naar de klote, nog voordat hij is begonnen.

Toch duurde het nog enkele uren voordat ik me over kon geven aan de situatie. Toegeven dat onze geplande wandelafspraak in de middag niet door kon gaan. Erkennen dat je CF deze wedstrijd moet laten winnen. Accepteren dat dit de situatie is. Voor ik op dat punt ben beland gaat altijd een heel proces aan mentale zelfkastijding vooraf.

Het trekt zo wel weg. Is het echt zo erg? Wandelen is juist hartstikke goed als de boel op slot dreigt te raken. Gewoon een paracetamol nemen en niet piepen. Je suikers zijn toch goed? En je sputum toch ook? Stel je niet zo aan.

Dat het maagzuur intussen uit mijn oren spuit. Dat ik de ene snijdende boer na de andere laat. Dat onder mijn trui een voetbal lijkt te zijn verstopt. Dat een glas water aanvoelt alsof je messen hebt gedronken. Dat ik wenste mijn ingewanden even buiten mezelf te kunnen parkeren, via een vernuftig luikje onder mijn middenrif. Waarom ben ik toch altijd zo streng voor mezelf? Wie help ik daarmee?

Toen het kwartje eenmaal was gevallen kon ik me eraan overgeven. In plaats van de harde hand koos ik voor fluwelen handschoenen. In alle rust las ik mijn boek uit. Pas halverwege de middag stapte ik onder de douche. Mijn gezicht kreeg een scrubje, mijn haar een maskertje. Daarna installeerde ik me op de bank voor The Crown op Netflix. Maar bovenal legde ik mezelf geen druk op. Niks moeten, niet wandelen. Tevreden zijn met ons noeste poetswerk van gisteren in plaats van te zien wat niet gebeurde. Het is echt een hardnekkig patroon hoor. 's Avonds bakte ik zelfs nog een perencake en een volkorenbrood voor morgen.

Afgezien van de pijn en het ongemak was het nog best een fijne dag. En wat morgen brengt zien we dan wel weer. Ik hoop poep.

Geen opmerkingen: