donderdag 26 november 2020

Tussenjaar

Met mijn mond vol brood nam ik de telefoon op. Ik wist wie me probeerde te bereiken op het bekende 088-nummer. Vanmiddag stond mijn kwartaalcontrole met de longarts gepland. Hij belde gewoon even onder lunchtijd. "Dan hebben we het maar gehad hè?' klonk de man als vanouds. Ik kon het niet méér met hem eens zijn.

Vlotjes namen we de huidige stand van zaken door. Weinig sputum op het moment, regelmatig wat gedoe met mijn buik ondanks voldoende vocht, vezels en beweging. Suikers nog steeds licht labiel met af en toe uitschieters naar boven en beneden, maar binnen de perken van de acceptabele grenswaardes. Met de aankomende vaccinaties in het verschiet voorspelde hij dat het leven zo rond de zomer wel weer zo'n beetje normaal wordt. Eenzelfde termijn noemde hij voor de beschikbaarheid van het nieuwe geneesmiddel waar de ganse zoute goegemeente reikhalzend naar uitkijkt. Wat mij betreft een stelling met de natte vinger, in het licht van het slepende traject met Orkambi en Symkevi. Ik houd mijn hart vast voor de financiële paringsdans tussen de fabrikant en de minister slash staatssecretaris die ons nog te wachten staat.

Vóór het virus was ik een dag kwijt met zo'n controle en lag ik nadien op apegapen. Sjrd kostte het een vrije dag. Vandaag rondden we na negen hele minuten bellen het gesprek af. Met de conclusie dat de vervolgafspraak over drie maanden andermaal een telefonische wordt, mits ik zo stabiel blijf functioneren als nu. Want in februari is het hartje winter, wordt er ongetwijfeld nog volop gesnotterd, en wil ik overal zijn behalve in een gigantische potentiële bron van besmetting met wat dan ook. Tevreden verbrak ik de verbinding en hervatte mijn lunch. Een lange middag lag in al zijn zaligheid voor me. De enige vermoeidheid die ik voelde was die van mijn sportsessie eerder in de ochtend. Sjrd zat al die tijd volledig facturabel te werken in zijn kantoor.

Tijdens onze middagwandeling herkauwden Sjrd en ik de controle nog eens. "De coronacrisis is het beste wat me dit jaar is overkomen," had ik lachend aan mijn arts opgebiecht. Cijfers om dit statement kracht bij te zetten kan ik niet aanvoeren. Maar ik voel aan alles dat deze manier van leven me geen windeieren legt. "Ik heb een tussenjaar," klonk het plechtig naast me. En dat is het precies. Dat je daar vroeger per se voor naar Australië moest is net zo'n bedacht concept als woon-werkverkeer, een kantoorbaan van negen tot vijf, en in een benauwd spreekkamertje gezondheidsgerelateerde vragen beantwoorden. De vrijheid om te reizen, reflecteren en relaxen zit in jezelf. Soms heb je er een pandemie voor nodig om tot dat besef te komen.

Geen opmerkingen: