vrijdag 13 november 2020

Vrijdag de dertiende

Het is niet zo dat ik in een paniek raak bij het zien van een zwarte kat of een doodgraver op straat. Sterker nog, ik had ooit een korte scharrel met zo iemand. Van knoeien met zout of schoenen op tafel zetten krijg ik evenmin de zenuwen. Zolang alles maar op z'n vaste plek staat. Het zout links van de peper en de schoenen strak in het gelid. Het getal dertien echter probeer ik zoveel mogelijk te vermijden. Het volume van de tv, het aantal keren dat ik iets doe, een auto kopen met dat nummer in het kenteken. Allemaal liever niet. Aan het feit dat ik op een zondag geboren ben ontleen ik erg veel geluk.

Dat mijn moeder uitgerekend vandaag aan de beurt zou zijn voor de vervanging van haar heup bezorgde me dan ook licht de kriebels. Toen ze vorige week hoorde dat de operatie wordt uitgesteld, vanwege het afschalen van de reguliere zorg, kwam het toch een beetje als een geluk bij een ongeluk. We hopen vurig dat ze binnenkort alsnog aan de beurt is voor de noodzakelijke revisie. Pas in augustus volgend jaar valt de dertiende weer eens op een vrijdag. Ik mag lijden dat ze tegen die tijd weer zeven Kennedymarsen in de benen heeft.

Mijn omaatje bereikt vandaag de hoge leeftijd van 97 jaar. Ze werd geboren op een dertiende dinsdag, dat wendde al een hoop potentieel onheil af. Niettemin verloor ze bijna vijftig jaar geleden haar man en leeft ze sindsdien alleen. De laatste jaren woont ze in een verzorgingstehuis. Nog steeds in een zelfstandig appartementje maar steeds meer afhankelijk van hulp. Wanneer ik haar voor het laatst bezocht weet ik al niet meer precies. Het zal vorig jaar ergens zijn geweest. Ze was nog maar een schim van de vrouw die ik me herinner van vroeger. Sterk en zelfredzaam. Hoe ze per spoor het land doorreisde om haar kinderen te bezoeken. Met voor mij zo'n bakje houdbare fruitkwark in haar tas, of soms een rol Mentos. Voor corona gingen mijn ouders elke week bij haar langs, na haar middagdut. Met de keer was ze vergeetachtiger, magerder en vermoeider. Het flakkerende vlammetje alsmaar kleiner.

Sinds het virus ziet ze nog maar weinig mensen van buiten. Ook in haar veilige omgeving tierde corona welig. Toen de deuren van het verzorgingstehuis in het voorjaar weer voorzichtig open mochten, werd ze eens naar een aparte kamer gereden waarin ze bezoek mocht ontvangen. Even maar, en op veilige afstand. Ik kreeg een filmpje toegestuurd waarin ze ons allen dapper hartelijk groette. Haar stem klonk vertrouwd maar de blik was me vreemd. Dat ze in de laatste fase van haar leven zelden nog aanrakingen van geliefden kent vind ik ontzettend verdrietig. Niemand kon je zo stevig beetpakken en snoeihard in je oor zoenen als mijn oma.

Mijn theezakje wilde weten wat het leukste is dat ik van mijn oma leerde. Dat moet onze overeenkomstige controledrang zijn. Ook alles in haar huis kent een vaste plaats. Handelingen gebeuren in dezelfde volgorde. Honger heeft ze pas op het hele uur. Ik kan me voorstellen dat het volume van de televisie niet op dertien mag. Vroeger lag er naast haar telefoon een kladblok. Daar werd driftig op geturfd wie er allemaal belde om te feliciteren met haar verjaardag. Van die administratie deed ze schaamteloos verslag als je haar zelf sprak.

De weinige keren dat ik haar nu bel weet ze nog steeds hoe ik heet. Zelfs de naam van Sjrd koppelt ze zonder haperen aan die van mij. Maar de gesprekjes duren kort. Je hoort dat het haar moeite kost om grip te houden. Al binnen een minuut kapt zelf het gesprek af, voordat je kunt vragen hoe het gaat. Ik kan me niet voorstellen dat ze vandaag met de pen in de aanslag naast de telefoon zit om de verjaardagsbelletjes consistent bij te houden.

Als het goed is ontvangt ze vanmiddag een kaart, met fleurige bloemen aan de voorkant en een actuele foto van ons erin. Het liefst had ik er eerlijke woorden bij geschreven. Over hoe zeer ik haar een zacht en voorspoedig einde wens. Dat ik hoop dat ze snel naar de hemel mag, naar opa Sjef die ze al zo lang mist. Maar de gifbeker moet leeg. Het vlammetje wil nog niet doven. Misschien is mijn oma zelf wel een zwarte kat. Eentje met negen levens.

Geen opmerkingen: