dinsdag 3 november 2020

Wagenpark

Een rode Ford Escort uit 1985. Dat was mijn eerste autootje. In 2001 kreeg ik hem van mijn ouders, toen mijn moeder een iets nieuwere witte Ford Escort kocht. De koning te rijk was ik. Nog altijd kan ik dat zorgeloze gevoel van vrijheid oproepen als ik denk aan de ritjes die ik met mijn rode gevaar maakte. Hij reed als een tractor, zo zwaar moest ik aan het stuur trekken. En de verwarming kende alleen standje oven. Maar met de radio aan en de ramen open gedraaid lag de wereld aan mijn voeten.

Toen ik Sjrd leerde kennen reed hij rond in een Rover cabrio. Met knappe sportvelgen en een verlaagd onderstel. Hij was er zo trots op. Nadat eerst mijn Fordje de geest had gegeven reed hij op een ongelukkige vrijdagmiddag zijn Rover in de prak. Niet lang daarna besloten we onder hetzelfde dak te gaan wonen. Hiermee was ons vervoersprobleem in elk geval verkleind. Samen begonnen we aan een nieuw auto-avontuur. 

Niet minder dan dertien verschillende auto's kende onze stal de afgelopen zeventien jaar. Oud, nieuw, gekocht en geleased. Van groot tot klein, cabrio, roadster, stationwagon en SUV. Op benzine, diesel en hybride. In zwart, wit, grijs, rood, blauw en groen. We waren verre van merkentrouw. Rover, Renault, BMW, Volvo, Porsche, Saab, Lexus, Mini en Mazda. We hebben alles onder de kont gehad. Het heeft allemaal op de oprit gestaan. Het wagenpark is uitgegroeid tot een hobby van ons beiden.

Het punt met auto's is dat ze met name leuk zijn als je ze kunt gebruiken. Stilstaand op de oprit verdwijnt de vreugde al snel. Saharazand op de lak, roest aan de velgen. Zelfs mos langs de raamrubbers. Al met al een triest gezicht. Om nog te zwijgen over het financiële plaatje van deze hobby. De incidentele zakelijke ritten met de Mazda zijn op de vingers van een hand te tellen. Dat we dit jaar drie keer naar Frankrijk konden schroefde de kilometerteller van de Mini nog enigszins op. Maar grosso modo staat het blikwerk op wielen toch vooral elke maand onverbiddelijk veel geld weg te lekken. En het eind is nog niet in zicht.

Dus sloegen we eens aan het tellen. Wat als zus. Hoe nou als zo. Binnen een uur hakten we de knoop door. Wij kunnen voorlopig gerust met één auto toe. Zo kwam het dat vorige week de Mazda werd opgehaald. Zeer deed het geen sikkepit. Dat verheugde gevoel dat bij de komst van een nieuwe auto hoort weegt niet op tegen de euforie die deze kostenbesparing oproept. Wat men zegt is echt waar: het hebben van de zaak is het einde van het vermaak.

2 opmerkingen:

Geert zei

Zoveel merken en nooit een Alfa gehad: dat is wel een heleboel beetjes jammer....

Irène zei

Ik zal maar niet zeggen met welk credo ik ben grootgebracht... (Italianen: die roesten al in de folder.)