woensdag 16 december 2020

Deugmensen

Ik had even stevig de pee in, toen het hoge woord van de harde lockdown er eenmaal uit was. Een blind paard had het aan zien komen. En wat mij betreft was de noodrem al weken eerder door het kabinet aangetrokken. In wezen verandert er nu niks voor me. Ik zit al negen maanden lang braaf in mijn bubbel. Boodschappen, sporten, communiceren; alles gebeurt online. De verwachting is dat mijn leven er nog een poos langer dan vijf weken zo blijft uitzien. Pas als ik de felbegeerde vaccins te pakken heb durf ik behoedzaam en gematigd de eerste schreden in de bewoonde wereld te zetten.

Toch voelde het ook voor mij een moment tamelijk uitzichtloos allemaal. Alsof we weer helemaal terug bij af zijn. Met gelukkig meer kennis van zaken over de behandeling van het virus maar ook zonder de urgentie van de acute paniek waarmee we in het voorjaar werden overspoeld. Je merkt dat bij veel mensen de rek eruit is. Ik snap dat maar ik heb er geen begrip voor. Waarom is het zo moeilijk om je aan de basisregels van dit tijdelijke normaal te houden? Werk vanuit huis, blijf thuis bij klachten en laat je testen, houd afstand tot anderen, draag je mondmasker en was je handen stuk.

De laatste weken zagen de winkelstraten zwart van de mensen. Alsof er niks aan de hand was ploeterden ze zich door de Koopgoot en het outlet. Dat de besmettingscijfers in rap tempo opliepen maakte klaarblijkelijk weinig indruk. Die kaars bij Rituals kon niet wachten. Hoe kun je zo egoïstisch handelen in de wetenschap dat de zorg overstroomt? Dat het al uitgeputte zorgpersoneel geen verlof mag opnemen met de feestdagen. Dat de reguliere zorg opnieuw wordt afgeschaald en operaties moeten worden uitgesteld. Hoe durf je?

Na de persconferentie stapten we de auto in voor een korte noodzakelijke rit. Via marktplaats tikte ik een tweede broodbakmachine op de kop. Voor ons verblijf in Frankrijk. Opdat we ook daar zo zelfstandig mogelijk ons geïsoleerde leven kunnen voortzetten, als we er weer naar toe kunnen. In het donker slingerden we ons een weg door de bloemkoolwijk. Met een uitbundig "Kom binnen!" werd ik begroet bij de voordeur van de verkoopster. De paniek in mijn ogen moet doorgeklonken hebben in mijn stem. "Nee hoor, zet de doos maar neer dan pak ik hem zelf op," reageerde ik kordaat. Snel trok ik het bankbiljet uit mijn jaszak en stak het haar toe. "Dat hoeft niet," sprak de dame warm, "je mag hem zo meenemen."

Het was een klein gebaar met een grote impact. In pandemische tijden als deze twijfel ik vaak aan de goedheid van de mens. Volgens het boek van Rutger Bregman deugen alle mensen. Sjrd en ik gebruiken deze quote louter spottend. We zien te veel voorbeelden die het tegendeel bewijzen. Een uur geleden bijvoorbeeld nog, met het lawaaiprotest bij het torentje van de minister president. Wat een beschamende vertoning van een stel dwaasbananen was dat. Deze onverwachte random act of kindness, op dit moment, gaf me een sprankje hoop. Niet alle mensen deugen maar de meeste gelukkig wel.

Geen opmerkingen: