maandag 14 december 2020

Enkelsokjes

Het was druk in het bos. Op het parkeerterrein waren nog maar een paar vakken vrij. Rondom de gesloten horecazaak was volop leven. Vuurkorven verspreidden warmte en rooklucht. In het provisorische kraampje verkocht iemand alsnog koek en zopie. Terwijl ik me in mijn nieuwe wandelschoenen werkte was Sjrd druk met Sara. Zij zit tegenwoordig in een bench als we haar meenemen met de auto. Haar enthousiasme voor het kooitje moet nog wat groeien. Zodra we richting de auto lopen schiet het staartje strak tegen haar buik en werpt ze zichzelf vol in de ankers. Erna volgt een korte worsteling waarbij ze haar voorpoten strijdlustig in spreidstand vouwt. De blik in haar getraliede ogen na de overgave spreekt boekdelen.

Met gestrikte veters nam ik even later poolshoogte bij de kofferbak. Was eruit springen nu ook al een probleem geworden of waarom duurde het zo lang met man en hond? Het antwoord bleek grijs en Duitssprekend. Veel te dicht binnen het aura van onze auto stond een bejaarde dame met Nordic Walking stokken tegen Sjrd aan te tetteren. Of eigenlijk tegen Sara. Was ein schöner Hund sie ist und wie alt und wie sie heißt. Daarna kwam een lezing over haar eigen roedel. Er was zelfs een hond geweest die de onwaarschijnlijke leeftijd van 19 jaar bereikt zou hebben. Ja ja, kon ik niet nalaten te denken, en in Duitsland is de mist zo dik daar kun je de fiets tegenaan zetten. Na nog eine schöne Weihnachten und bleibe gesund! vervolgde ze eindelijk haar weg. Ze hielp de gezondheid van de mensheid het meest door voorlopig binnen haar eigen landsgrenzen de wandelstokken ter hand te nemen, knoterde ik. Precies zoals Mutti Merkel het wil.

Met in de rugzak appels en wat drinken gingen we op pad. We kozen de route van de paarse paaltjes. Getuige de slingerende sliert voor en achter ons waren we niet de enige weekendwandelaars. Het was meer een kwestie van ruggen volgen dan paarse paaltjes zoeken. En gesprekjes afluisteren.

Ze droeg een dikke jas. Om haar nek zat een lange sjaal gewikkeld. Haar vingers waren gehuld in handschoentjes. Ze blies rookwolkjes mee naar buiten toen ze zich beklaagde over de kou. Ze ging een nog warmere winterjas aanschaffen. De oplossing lag echter aan haar voeten. Het wicht droeg namelijk enkelsokjes. De meteorologische winter had minstens 10 cm vrij spel aan blote beenhuid. Daar is geen ijsberenbont tegenop gewassen. Dat ze een hekel had aan insecten was het laatste dat ik opving.

Als zelfs de millennials al naar het bos komen, dan wordt het tijd voor stevige maatregelen.

Geen opmerkingen: