maandag 10 mei 2021

Week 18 - Laat maar!

Hij hing weer van louter hoogtepunten aan elkaar, de afgelopen week.

Het begon al met een kleine rel in de rij voor de Action. Alsof participeren in een wachtrij voor een middelmatige winkel op zichzelf al geen hoogtepunt is. Achter mij sloot een vader zich met zijn zoontje bij ons wachtvolk aan. Niet geïnfecteerd met de blauwdruk van een pandemie stoof het manneke onbekommerd mijn kant op. "Even afstand houden hè vriend?" zei ik met een gemondmaskerde lach. Hij keek me onnozel aan en draaide zich beduusd om naar zijn vader. "Het is een kínd!" bulderde die laatste over de parkeerplaats, "Een kínd!". "Ja, en die kunnen het virus ook overbrengen," reageerde ik verbaasd. "LAAT MAAR!" klonk het gepikeerd. Owkeee, dacht ik bij mezelf. In de winkel bleken de hondenmanden alweer op, net als de correctietape. LAAT MAAR!

De lentestorm zonder naam die dinsdag over ons land raasde liet ik grotendeels binnen aan me voorbij gaan. Terwijl de parasol door de tuin waaide en ik mijn hart vasthield voor het behoud van de bomen zette ik wat losgeraakte knopen aan. Toen ik tevreden naar het eindresultaat keek kreeg ik echt de smaak te pakken. Ik spoedde me naar boven en fixte het eigenhandig stuk getrokken oprolmechanisme van de luxaflex in de badkamer. De honger die deze dadendrang opwekte stilde ik met een bakje kwark en schudde daar het laatste restje kruidnoten bij. Net op tijd voordat ze binnenkort alweer in de schappen liggen.

 
Een dag na bevrijdingsdag viel hij hier in de brievenbus: de vaccinatieoproep! Ik was vooral blij voor al mijn nog immer wachtende CF-collegae. Dat zij met een minder assertieve aard of flexibele huisarts nu ook eindelijk geprikt worden. Voor mezelf was het nogal mosterd na de maaltijd, niet meer dan een bevestiging dat het systeem werkt. Of juist niet?

De apotheose vond plaats bij de dierenarts. Het was weer tijd voor Sara's jaarlijkse check-up en vaccinaties. Slechts de aanblik van de voordeur was genoeg om in de contramine te schieten. Onze drama queen weigerde pertinent verder te lopen. Als zo'n speelgoedhondje op batterijen trok ik haar achter me aan het pand in. Tegenstribbelend als een diëtende vrouw liet ze zich op de weegschaal zetten. Toen ik haar daarna op de onderzoeksbank tilde bleef ze angstig tegen me aan leunen. Een stap achteruit van mij zou resulteren in een val van haar. De dierenarts mocht amper in haar bek kijken, iets wat me thuis probleemloos lukt. Het trutje is net haar mensenmoeder: panisch voor alles wat riekt naar medisch. Aan de dierenarts in kwestie lag het allemaal niet. Dat was een lieverd die naar mijn idee vers uit de schoolbanken kwam. Hij bevoelde het Saar van top tot teen, luisterde naar haar roffelende hartje en complimenteerde ons met haar gespierde achterwerk. Heeft ze natuurlijk van haar moeder, ook al, dacht ik gniffelend. Bij de vaccinaties gaf ze gek genoeg geen krimp. Als beloning voor zoveel dapper gedrag kreeg ze een kluifje gepresenteerd. Ze keurde het ding geen blik waardig; een gewoonte die ik dan weer herken van haar broeder Rover zaliger. Die stak nog net niet zijn middelvinger omhoog bij zo'n droog geval met de geur van onheil. De leden van dit gezin blieven liever kaas, daar zijn (en waren) we allemaal verzot op. Dus dat familietrekjes per se moeten voortkomen uit gedeeld dna lijkt me hiermee ontkracht.

Op zondag, toen iemand met gevoel voor klimaathumor de warme föhn op standje maximaal had aangezet, lakte ik mijn teennagels rood. Dat was er niet eerder van gekomen, vanwege het ijskoude feit dat ik nog steeds zo'n beetje dag en nacht sokken draag. Je zou het misschien niet verwachten - of wel - maar ik ben niet zo handig waar het deze cosmetische activiteit betreft. Ik denk zelfs dat ik niemand anders ken die zó slordig te werk gaat als ik. Het wordt namelijk nogal een kliederboel, waarbij ik meer lak náást de nagel smeer dan erop. In feite zou ik net zo goed met mijn voeten in een blik verf kunnen gaan hangen. Misschien dat ik dat de volgende keer ook gewoon eens doe...

maandag 3 mei 2021

Week 17 - Prikkels galore

Bij het wakker worden voelde ik het al. Mijn hoofd vol watten, het brein mistig. Als een zware deken was hij over me heen gevallen, zondag. Daarna kroop de vermoeidheid in elke vezel van mijn lijf. Op was ik. De oorzaak verraste me. Het was de optelsom van allerlei prikkels en sociale aangelegenheden die ik in de loop van de week had ondergaan. Dat was nogal wat, voor mijn geïsoleerde geest, moest ik constateren.

Koningsdag wendden we aan voor een familiebezoek aan de opticien. Ergens tijdens de pandemie was Sjrd's brilmontuur in tweeën gebroken. "Ja! Hier was ik dus al die tijd al bang voor hè," had hij enigszins gepikeerd geklonken. Het was namelijk niet de eerste keer dat het tere montuur stukging. Gehannes met plakband mocht niet baten, het geheel viel van ellende uit elkaar. Er zat niks anders op dan een noodzakelijk bezoek aan de brillendokter voor een nieuw frontje. "En als we gevaccineerd zijn ga ik voor een nieuwe bril kijken," naam Sjrd zich voor. Aldus geschiedde. Maar liefst een uur waren we zoet in de pijpenla van Specsavers. Ik hield al die tijd angstvallig mijn mondmasker op, ook tijdens de oogmeting in het dichte onderzoekskamertje met de dubieuze airco. De uitkomst van de meting kwam nog steeds overeen met mijn huidige brillenglazen. Mooi zo, dat scheelde weer een hoop gedoe. Ik wist niet hoe snel ik mezelf uit het benauwde hok moest maken. Weer in de winkel was ik ongewild getuige van het onaangekondigde bezoek van een smoezelig mannetje met een gehoorprobleem. Hij had geen afspraak, hij droeg geen mondkap en hij verstond nergens niks van. Met lede ogen zag ik aan hoe hij uiteindelijk zo'n gebruikt chirurgisch lapje verkeerd om voor zijn gezicht vouwde, met de blauwe kant naar binnen. Huiverend vroeg ik me af wat de staat van zijn onderbroek en sokken was. Volgende week kunnen we Sjrd's nieuwe brillen ophalen. Ik denk dat ik buiten op hem wacht.

Op de dag van de grote heropening maakte ik een voorzichtig rondje Brach, zoals ik voor het virus ook zo vaak deed. In de rij voor de kassa bij Kruidvat vroeg ik een dame op leeftijd beleefd of ze alsjeblieft niet in mijn nek wilde hijgen. Zuchtend zette ze een stap naar achteren, intussen prevelend dat ze het allemaal wel geloofde. "Ja, anders gaan de winkels weer dicht hoor!" scandeerde ik als een onbezoldigd boa door de winkel. Nog liever had ik geroepen dat zij gezien haar leeftijd niet eens mocht meeloten voor een bed op de IC, moest het zover komen. Net als al die gezellige hossers in onze hoofdstad die een dag eerder leefden alsof het hun laatste dag was, lijkt mij.

De grootste schok kwam een dag later, toen we ons meldden voor een broodnodig bezoek aan de tandarts. Mijn laatste controle dateerde van vlak voor de corona-ellende en het tandsteen had zich sindsdien met de snelheid van virusdeeltjes op mijn happers vermeerderd. Geduldig en met een extra setje haakjes was de assistente aan het bikken geslagen. Angstvallig hield ik al die tijd mijn ogen gesloten. Het beeld van haar hoofd - met muts, mondmasker en spatscherm - zo vlak bij het mijne bezorgde me rillingen. Niet veel later deed de tandarts het nog eens dunnetjes over. Met zijn antistoffen zat het wel snor. Hij was al gevaccineerd en had vorig jaar de ziekte doorgemaakt. Zo'n beetje vlak na mijn controle toen. Met mijn bek vol gepolijste tanden stapte ik even later in de auto. Wat gaat het gelukkig vaker goed dan fout, in het leven.

Op zaterdag verjaarde mijn vriendin Mr. Met de auto vol hond, cadeaus en warme kleren reisden we af naar het westen, voor een feestelijk samenzijn onder de overkapping. Het was, zelfs ondanks het kwakkelige voorjaar, minder koud dan op de laatste dag van 2020. Samen eten en drinken, kletsen, wandelen, lachen, misschien een beetje roddelen. Het was fijn om weer onder ons zevenen te zijn en me te wentelen in de puberale energie waarvan het huishouden doordrenkt is. Zelfs onze introverte Sara had het behaagd even met haar harige collega Fiep te spelen. Met de kou in de botten maar zeer voldaan keerden we in de avond huiswaarts.

Van al dat bruisends was een dag later weinig over. Met de moed der wanhoop zette ik me aan mijn online sportlesje, de dagelijkse wandeling met Sara en het verschonen van ons bed. De poets moest maar een weekje wachten. Gelukkig is de agenda voor komende week vertrouwd leeg.

maandag 26 april 2021

Week 16 - Op rolletjes

Misschien is het jou ook al opgevallen. Er is een nieuwe trend gaande. Of beter gezegd: een oude rage beleeft dit voorjaar haar zoveelste opleving. Deze keer ongetwijfeld ingegeven door corona. Ik heb het over rolschaatsen. En dan met name door volwassen vrouwen. Je hoeft maar om je heen te kijken of door je Instafeed te scrollen en de grote meisjes op gewielde schoenen vliegen je om de oren. Het kleurenpalet uit mijn jeugd - blauw met geel - is deze ronde losgelaten. Lieflijke pasteltinten met een hint naar ijsjes en eenhoorns bepalen nu het rollende straatbeeld.

Bij ons in de wijk zijn het vooralsnog de vertrouwde inlineskates waarop lustig wordt rondgereden. Tijdens mijn dagelijkse loop over de dijk word ik meermaals ingehaald of voorbij gezoefd door van die bakvissen op wieltjes. Ze zien er ook allemaal hetzelfde uit. Haren los, skinny jeans, crop top, leren jack, telefoon in de hand. Geen enkel uniform kent bescherming van kwetsbare ledematen. Het is de onzichtbare cape van zorgeloze onkreukbaarheid die wuft achter ze aan fladdert waar ik stikjaloers op ben.

Het door een dorpsgenoot aangeboden paar rolschaatsen op marktplaats trok mijn aandacht. Ze waren precies mijn maat en slechts twee keer gedragen. Vanwege een onfortuinlijke val wilde de huidige eigenaresse er vanaf. Erger dan de enkele krassen op de schoenen was de fractuur in haar pols, aldus de advertentie. Ik kon het niet laten haar een berichtje te sturen. Dat ik omwille van mijn eigen lijfsbehoud beslist geen interesse had maar dat ik haar veel beterschap wenste. Ze reageerde met de verbluffende boodschap dat ze binnenkort een crossfiets kreeg. Ik mag lijden dat ze een grapje maakte.

Veiligheidshalve richt ik mijn pijlen op de tuin. Daar krioelt het momenteel van het leven. Uit de almaar uitdijende haagbeuk is het een getjilp en gefladder vanjewelste. Koolmeesjes, mussen, merels; ze zijn allemaal druk met nestjes bouwen en eten verzamelen. Voor het plezier van alle bewoners van dit perceel kunnen ze op verschillende plekken lustig pikken aan pindakaas, vetbollen en pinda's. De mussen vechten elkaar haast het pindakaashuisje uit. De koolmeesjes zijn inmiddels zo eigen dat ze ongehinderd door menselijke aanwezigheid hun schranspartij aan het netje met pinda's op het terras voortzetten. De grootste feestnummers zijn de kraaien die rond de klok van vijf bruusk neerstrijken onder de krentenboom. Daarin hangt de houder met vetbollen. Beurtelings vallen ze met die onbeholpen lijven aan op het voer. Hun grove snavels gaan niet lichtzinnig te werk. Zodoende belanden er heel wat kruimels in het gazon. Niet toevallig meldt zich na aankomst van de kraaien een koppel duiven. Op hun dooie akkertje waggelen ze getweeën door het gras en pikken als lachende derden de knoeiresten van de kraaien tevreden weg.

Ook het loof is op dreef. De magnolia is het merendeel van haar knoppen jammer genoeg alweer kwijt. Bij de sering beginnen ze echter hier en daar op te komen. De meeste tulpen hebben hun glans verloren, nog even en ik kan ze een kopje kleiner maken. Doordat het vooralsnog niet zo gortdroog was als vorige lente ogen de hortensia's voor en achter een stuk gezonder. Ze staan fier in het glanzend groene blad en ik heb goede hoop dat ze dit jaar frivolere bloemen geven.

In het gazon wemelt het intussen van de paardenbloemen. Waarom het lieflijke bloempje zo'n belabberde reputatie heeft is mij een raadsel. Ja zijn penwortel is lang en met geen koevoet uit de aarde te verwijderen, maar ik houd van die prachtige gele kleur. Bovendien groeien ze niet voor niks, zelfs op de meest onwaarschijnlijke plekken krijgen ze voet aan de grond. Koeien, schapen en geiten gebruiken de bloemen zelfs als medicijn. Maar ook vlinders, hommels en andere insecten laven zich aan de nectar en het stuifmeel. Wie ben ik dan, als betweterige homo sapiens, om te bepalen dat dit stuk zogenaamd onkruid best uit het ecosysteem geëlimineerd kan worden? Zodoende laten wij de paardenbloem vanaf nu gedijen. Tier maar welig, schiet maar tussen de bestrating omhoog. Leef!

Alsof het zo moest zijn was het zondag de dag van de paardenbloem. We vierden deze heuglijke laatste aprildag met een zonnige wandeling langs een Montforts weiland vol schitterende gele blommen. Weer thuis vulde ik een bloembak met rode en roze geraniums. Het genoegen dat ik daar tegenwoordig in schep weegt ruimschoots op tegen halsbrekende toeren op schoeisel met wieltjes dan wel gladde ijzers. De mantel van zelfkennis heeft zich om mijn schouders verankerd. Hij wappert niet minder wuft.

maandag 19 april 2021

Week 15 - Versoepelingen afdwingen

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik momenteel liever lees dan schrijf. Ik bevind me in een voor mijn doen ongekende leesflow. Sinds een paar dagen zit ik vastgezogen in De Tweeling, van Tessa de Loo. Het was er niet eerder van gekomen om deze oorlogsklassieker open te slaan. In het eerste kwartaal las ik al acht boeken uit. Er waren jaren dat me dat in 365 dagen nog niet lukte.

Desondanks heb ik mezelf even achter de machtige pil vandaan getrokken. Niet in de laatste plaats om met een lichte vertraging de zestiende verjaardag van mijn blog te vieren! Op 6 april 2005 zette ik mijn eerste schreden in de wondere wereld van het digitale dagboek. Ik kan geen andere hobby bedenken die ik zo lang volhield. En zoals dat met schrijven gaat groeit het plezier met ieder aan mijn brein ontsproten woord. Dat is met dit stukje niet anders.

Om de feestvreugde te verheugen werden we verblijd met het jaarlijkse bezoek van de stinkende onderhoudsmonteur. Ook tijdens de pandemie stelde zijn onwelriekende lichaamsgeur niet teleur. Daar kon nog geen doos mondkapjes iets aan veranderen. Het belang van goede ventilatie was tijdens zijn aanwezigheid extra groot en dus liet ik ostentatief alles met een draai- dan wel kiepmechanisme lustig scharnieren. Onderwijl banjerde het walmende heerschap door ons huis alsof hij hier woonde en wij te gast waren. Toen zijn karwei erop zat zette hij zich aan de eettafel, sloeg zijn map open en ging uitgebreid zitten schrijven. Net toen ik vanuit de geopende tuindeur wilde vragen of het een roman werd schoof hij me een werkbon toe. Of ik even wilde tekenen. Oh. En toen moest de persco over het al dan niet versoepelen van de maatregelen van Rutte en de Jonge nog komen.

Inmiddels snak ook ik naar flarden van het oude normaal. De doodse pleinen, gesloten horecapanden, dichte winkeldeuren. De sluier van stilte die over alles heen hangt. Ik word er met tijden best wat droevig van. Mijn wekelijkse winkeluitje deed ik bij de Action. Met de boodschappenlijst in mijn geheugen gegrift racete ik als een ware Max door de winkel. Printerpapier, opbergmandjes, vogelvoer, een insectenhotel, chocoladebollen, mini marshmallows; het verdween allemaal in mijn kar. Het tijdslot van twintig minuten was een lachertje, evenals de handhaving ervan. Intens gelukkig schoof ik drie kwartier later achter het stuur van mijn volgeladen bolide.

Het zakje marshmallows was een toevalstreffer. Ik was al voornemens alle restanten paaschocolade om te smelten tot een rocky road fudge. Van alle benodigde ingrediënten ontbraken alleen de mini spekjes. Qua bereiding stelt het echt geen ruk voor. Werkelijk iedere banaan met vingers kan dit maken. Het is een kwestie van chocola smelten, noten en kaakjes hakken, alles door elkaar husselen en het boeltje in de ijskast laten stollen. En uitdelen, want gedeelde calorieën zijn halve calorieën.

Omdat de talmende lente en het slepende virus elkaar maar moeilijk los kunnen laten besloot ik tot het stellen van een daad. Niet dat ik denk over bovenmenselijke krachten te beschikken met twee shots Pfizer in mijn arm, maar ergens hoop je misschien iets van invloed te hebben op de gewenste balans tussen besmettingscijfers en weggeprikte vaccins. Teneinde de op handen zijnde versoepelingen uit het gepresenteerde openingsplan een duwtje in de goede richting te geven beslisten we unaniem tot het splijten van de dekbedden. Al sinds half november slapen we onder het dikke, donzige winterdek. Dat moest nu maar eens afgelopen zijn. Ik heb inmiddels het punt bereikt dat ik liever kou lijd dan nog langer als ijskoningin onder de wol te liggen.

Om het zekere voor het onzekere te nemen draaiden we ook de tafel en stoelen op het terras een kwartslag. Hopelijk in de goede richting...

maandag 12 april 2021

Week 14 - Lekker metaforisch weer

Aan het begin van de week lag het niet. We benutten die altijd wat merkwaardige tweede paasdag voor een administratieve inhaalslag. IJverig werkten we alle BTW's van het eerste kwartaal weg en daarna rammelden we ook maar meteen de IB door het aangifteprogramma van de belastingdienst. Het kon maar de deur uit zijn allemaal.

Op dinsdag werd ik wakker met knallende koppijn. Het antwoord op de vraag waar die nou ineens vandaan kwam viel niet veel later in witte vlokken omlaag. Wel ja joh, doe anders nog een rondje sneeuw. April moet toch zijn naam aan blijven doen, immers. Het volgende uur gingen we van hagel naar wind en regen en daarna in een moeite door naar zon. For seasons in one day, gelijk het liedje. Het bleef pikkend koud. Vorig jaar om deze tijd liep ik rond met blote armen en benen, nu twijfel ik nog regelmatig tussen mijn dunne winterjas of toch nog maar een keer die extra warme.

Het lamenterende weer is behoorlijk metaforisch voor de aanhoudende pandemie. Het wil maar geen lente worden, net zoals het maar niet op wil schieten met dalende besmettingscijfers en stijgende vaccinatiegetallen. De druk op de ziekenhuizen blijft onverminderd hoog. In tegenstelling tot vorig jaar interesseert het nog maar weinig mensen een biet. Waar we vorig jaar massaal op tilt sloegen bij de woorden 'code zwart' en 'keuzes maken wie er een IC-bed verdient' lijken we ons nu louter druk te maken om testvakanties en de opening van terrassen. Maar zolang we goedgekeurde vaccins blijven besmetten met zeer zeldzame bijwerkingen blijft het aanmodderen met het welig tierende virus. Dat de kans op trombose door roken, vliegen, de anticonceptiepil en zwangerschap intussen vele malen hoger is sneeuwt doodleuk onder.

Omdat het sportieve lijf ook rust nodig heeft vertrek ik op woensdagen alleen naar zolder voor het managen van de was. Desondanks verbrandde ik deze woensdag heel wat calorieën. Ik liet de veelbelovende mandarijnencake namelijk tien minuten te lang in de oven staan. Dit resulteerde in een zwartgeblakerde korst. Een beginnersfout van heb-ik-jou-daar. Gelukkig smaakte de binnenkant alsnog prima. Maar door de licht gerookte zweem die om het baksel hing heb ik hem toch maar met niemand anders gedeeld.

Er was ook nog goed nieuws. Ik maakte mijn lang naar uitgekeken rentree in de lokale middenstand. Uitgerust met een medisch mondmasker en een ingebeelde helm op mijn hoofd waagde ik me deze week in de Kruidvat, de kringloopwinkel en de supermarkt. Niet allemaal op dezelfde dag natuurlijk. Het is net als met een hele zal Engelse drop achter elkaar leegeten. Als je eraan begint lijkt dat een goed idee maar tegen de tijd dat je met je hand over de bodem van de zak schraapt kom je kotsmisselijk en vol schaamte bij zinnen. Van elke dag een handje heb je veel langer plezier.

De Kruidvatbuit bestond uit hooikoortspillen, Happy Socks en een pindakaashuisje voor in de tuin. En het gebod de volgende keer zo'n smoezelig mandje te gebruiken in plaats van mijn eigen meegebrachte Actiontas. Merkwaardig. Evenals de ontdekking dat ik geen enkele pincode meer uit mijn hoofd wist.

Het geboekte winkeluur bij de kringloop was een administratieve formaliteit. Eenmaal binnen maalde niemand nergens om. Het was er drukker dan ooit. Vóór de pandemie struinde ik er regelmatig in mijn eentje rond. Nu was het meer een soort apenkooien om alle dragers van een kinluier zo goed mogelijk te ontwijken. Het weerhield me er niet van om een uur en drie kwartier later tevreden naar buiten te wandelen. De vondst van de super enge clown aan een parachute bracht me in verwarring. Het was net zo'n onooglijk ding als we aantroffen aan de gevel van ons Franse huisje. Ik had het met plezier bij de lokale kringloop achtergelaten. Wilde de kosmos mij met deze merkwaardige rendez-vous iets vertellen en wat dan?

Via marktplaats tikte ik een opblaasbare kajak op de kop. Sjrd heeft het daar al over sinds afgelopen zomer. Het lijkt hem te gek om in zo'n vaartuig samen over de Cèze te peddelen. Omdat mij alles te gek lijkt wat zich in Frankrijk afspeelt was ik snel overtuigd. De stapel 'mee naar Frankrijk' in de garage neemt alweer indrukwekkende proporties aan. Nu alleen die verdomde lockdown aldaar nog eraf en we kunnen...

maandag 5 april 2021

Week 13 - Vergeetachtige wederopstanding

In tegenstelling tot de vorige stond deze week bol van verwachtingen. Ook het weer deed vrolijk mee; de jurkjes konden uit de kast en mijn benen vingen - zij het nog wat aarzelend - de eerste zonnestralen. Dat ze nooit verder opkleuren dan RAL 9010 heb ik inmiddels geaccepteerd. Het langverwachte bezoek van de kapster vond vrolijk in de buitenlucht plaats. Gezeten in de ochtendzon liet ik mijn doffe struik sauzen en onderwierp Sjrd zich aan de vaardige handen van Nncy. Als herboren mensen zwaaiden we haar dankbaar uit.

In principe kunnen we de volgende keer weer gewoon naar de kapsalon toe gaan want op woensdag kregen we - vijf weken na de eerste - onze tweede prik met het Pfizer vaccin! De emoties die vrijkwamen bij de eerste ronde bleven nu uit. Wel voelde Sjrd zich een dag later ronduit gammel. Hondsmoe, misselijk en na het douchen zelfs iets kort van adem. "Ik snap nu hoe jij je al die jaren hebt gevoeld als je zei dat je moe werd van douchen," bekende hij mat. Ik kuste zijn gevoelige arm, zette extra kopjes koffie en legde een dekentje over hem heen toen hij tussen de bedrijven door een uiltje knapte op de bank.

Dat ik tegenwoordig zo fris als een hoentje uit de douche stap en hem na gebruik zelfs helemaal droog veeg heeft alles te maken met het gebruik van CFTR-modulatoren. Op donderdag vierde ik mijn eerste lustrum met deze levensveranderende medicatie. Na vier jaar Orkambi en één jaar Symkevi kan ik soms nog maar moeilijk terughalen hoe mijn leven er tot vijf jaar geleden uitzag. Simpele dingen als mezelf wassen en traplopen slokten al zoveel energie op dat voor andere zaken weinig overbleef. Een maaltijd bereiden en hem opeten vergden het uiterste. Ademhalen en hoesten bepaalden mijn dagen, de rest was ballast en als het meezat bonus. En moet je me nu zien. Elke dag wandelen, vier keer per week sporten. Met plezier koken, bakken én consumeren. Zonder nadenken de trap oprennen, fluitend het huishouden bestieren, moeiteloos tuinieren. En vooral: de slappe lach hebben zonder die te bekopen met een verstikkende hoestbui. Over niet al te lange tijd hoop ik de overstap naar Kaftrio te kunnen maken. De studieresultaten van dit medicijn zijn nog veelbelovender dan de kleine wonderen die Orkambi en Symkevi al verrichtten. Het zal mij benieuwen wat er nog meer in het vat blijkt te zitten. Wie weet ligt die blokjesbuik toch nog in het verschiet?

De paas ging hier vrijwel geruisloos voorbij. Ook dit jaar voor ons geen feestelijk gedekte tafel vol stol en aanverwante eizaken. Wij geven daar allebei precies niks om, dat tegen heug en meug volvreten. Het enige traditionele element waarin ik bij wijze van grap participeerde was het verstoppen van een handvol chocolade-eitjes voor Sjrd. Nog voordat ik hem in huis aan het zoeken zette kon ik zelf het laatste exemplaar al niet meer vinden. Ik had er zogezegd "geen actieve herinneringen aan". Toch nog sneller dan gedacht ontdekte ik het gouden ei tussen de gouden voetjes van de aap die een kaars in zijn handen houdt. Ik was onder de indruk van mijn eigen camouflage skills. Misschien wordt het niettemin tijd voor een ander interieur.

In de middag wandelden we weer eens door onze oude woonplaats, onderweg naar een tuinbezoekje aan mijn schoonouders. We kregen koffie met vlaai en een tasje vol chocolade voor mee naar huis. Flanerend langs de binnenhaven kruiste niemand minder dan meneer pastoor ons pad. Het was dat hij zijn witte boordje droeg, onder zijn sportieve jack en gecombineerd met een spijkerbroek en wandelschoenen. Anders had ik hem niet herkend, met de aangelijnde vechthond naast hem. In zijn bek torste het imposante beest een flink stuk hout mee. Het had zomaar van een kruis kunnen zijn. Ik vond het maar een verwarrend beeld, zo op eerste paasdag.

Symbolisch genoeg herrees ik gelijk Jezus Christus uit mijn strikte quarantaine deze paaszondag. Dat deed ik met een uit nood geboren bezoekje aan de supermarkt. Het vegetarisch gehakt voor in de lasagne lag namelijk toch niet meer in de vriezer. Ook dat had ik mezelf blijkbaar verkeerd herinnerd. Het begon een beetje een patroon te worden. Gek genoeg zigzagde ik als vanouds door de paden van de winkel en scharrelde moeiteloos mijn boodschappen bij elkaar. Alsof ik er vorige week nog was geweest. Om mijn wederopstanding in de maatschappij te vieren nam ik witte bolletjes en een Frans kaasje mee voor Sjrd. Mezelf trakteerde ik op de LINDA. De ontluisterende ontdekking dat ik mijn pincodes niet meer wist paste prima in het gatenkazerige geheugenpatroon van deze week.

Voor de nieuwe week rest me slechts één vraag: komen we ooit nog van het winterdekbed af? De voorspelde Siberische toestanden beloven weinig goeds. Evenals de bloedende kloof in mijn duim, die voor de derde keer op rij opengesprongen is. Sjrd's heilige regel dat met Pasen de zomerjas uit de kast mag lijkt dit jaar aan de wilgen te belanden. Ik mag blij zijn als ik mijn handschoenen nog kan vinden.

maandag 29 maart 2021

Week 12 - Therapeutisch tuinieren

Moeizaam. Zo laat de afgelopen week zich het best omschrijven. Het wilde maar moeilijk lukken om weer in het ritme van alledag te komen. Het lijf mag dan in Nederland zijn, het hoofd en hart zitten nog steeds in Frankrijk. Het is niet dat ik het hier niet naar mijn zin heb of ongelukkig ben, verre van. Maar waar ik mijn leven hier een acht geef krijgt het daar een negen. Zo simpel is het.

Om die acht hier te bestendigen zette ik me dus maar structopatisch aan de taken die mijn werkweek kleuren. Keurig binnen de lijntjes sportte ik tweemaal met de fysio en tussendoor nog eens online met de collega hoesters. Alle keren stond het huilen me nader dan het lachen. Het lijkt me hoogst onwaarschijnlijk dat ik ingeboet heb op conditie en spierkracht; niettemin sputterde mijn tempel hevig bij de rendez-vous met deze vorm van lichamelijke activiteit. Op vrijdag lag ik bijkans te huilen op mijn matje, van vermoeidheid. Al was de slepende staat van zijn beslist ook terug te voeren op de fase waarin mijn cyclus zich bevond. Als mijn agenda me dat niet al vertelde dan toch zeker de snaaigrage hand die constant op zoek was naar kauwbaar vulsel voor in de holle, hormonale maag.

Halverwege de week liet het weer het toe om bij mijn ouders in de tuin te zitten met een colaatje. Mijn moeder schrijdt alweer behendig rond op nog maar een kruk. De foto's van haar vervangen binnenkantje zagen er puik uit en ook de orthopeed was uiterst tevreden over zijn eigen knutselwerk. De factor tijd moet de rest doen, in combinatie met veel oefenen. Het zal haar geduldspier zijn die straks het sterkst ontwikkeld is. In het gunstigste scenario kan ze over een maand of twee weer eens voorzichtig een golfclub in de hand nemen.

Ik vulde mijn lege uurtjes met het terugkijken van wat boeiend televisiewerk. Bovenaan mijn lijstje stond Chateau Meiland; ik schaam me daar helegaar niet voor. Sterker nog, ik heb inmiddels spijt als haren op mijn hoofd dat wij het stoffelijk overschot van wijlen Rover niet ook in de handen van een taxidermist hebben gedrukt. Hij had het vast enig gedaan als pluizig standbeeld naast de tv. Na Martien en de meiden zette ik me aan het bizarre epos van een andere familieman: Het zaad van Karbaat. In deze driedelige documentaire over de narcistische vruchtbaarheidsarts val je van de ene verbazing in de andere. Tot slot zag ik de eerste aflevering van De kinderen van Ruinerwold. Ook al zo'n onwerkelijk familieverhaal maar van weer heel andere orde. 

Na het aanschouwen van zoveel ellende gaf ik mezelf een bescheiden schop onder het kontje. Mijn leven krijgt op alle plekken een negen, besloot ik. In één moeite door trok ik de grasmaaier uit de garage, zwengelde hem aan en leefde me uit op het onderkomen gazon. Gestimuleerd door het beloofde lenteweer en ondanks het kortere nachtje doken we op zondag eensgezind en vol energie de tuin in. Sjrd zette zich gewapend met de schoffel aan het onkruid. Ik beet me vast in de overwoekerde graskantjes en knipte de blaren op mijn handen. Ook peuterde ik ongeveer tweeduizend paardenbloemen tussen de bestrating en perken vandaan. Bij iedere verslagen klootzakkerige penwortel klaarde mijn humeur een fractie op. In de tuin werken wiedt ook het onkruid in je hoofd. Dit alles gebeurde onder toeziend oog van Sara, die licht nerveus door de hof drentelde. Zij wachtte verlangend op haar wandeling. Die schoot er met al het tuiniergeweld inderdaad jammerlijk bij in. Als kleine daad van verzet draaide ze daarom maar een verse keutel op het gazon waar Sjrd aan het eind van de middag nog even royaal in ging staan. Dat was het moment om te stoppen.

Inmiddels is de zool weer schoon en ligt het perceel er spic en span bij. Je weet maar nooit of ze hier volgende week onverhoopt met een gigantisch verlicht kruis door de wijk komen gewandeld, met Anita Witzier ernaast en een tv-ploeg in haar kielzog. Zodra het kan werp ik de tuinkussens in de zithoek buiten en mezelf bovenop de bank. De winter is gedaan: het voorjaar komt eraan! En mocht ik een camera zien dan zal ik proberen niet te uitbundig in de lens te zwaaien. Dat verklaar en beloof ik.

maandag 22 maart 2021

Week 11 - Resocialiseren moet je leren

Halverwege de ene week op vakantie gaan betekent dat je de andere week nog steeds op vakantie bent. Deze sigaar uit eigen doos werkt gek genoeg prima als katalysator op de gevoelsbeleving. Het lijkt alsof we dubbel zo lang hier zijn. Mijn hele welbevinden klaart op bij onze aanwezigheid in het huisje op de berg. Ik slaap hier lekkerder en het toeval wil dat ik eindelijk, sinds maanden, beduidend minder jeuk op mijn hoofd heb. De rust, de natuur, het afgekoppeld raken van de buitenwereld. Het is echt terug naar de basis; hout sprokkelen, vuur maken, brood bakken. Allez, tot op zekere hoogte natuurlijk. Het water stroomt immers gewoon uit de kraan en ook voor elektriciteit hoeven we geen al te ingewikkelde capriolen uit te halen. Ook Sara vond haar draai in een mum van tijd. Buiten snuffelt ze aangelijnd aan het oranje touw tussen het loof en graaft ze kuiltjes in het grind om lekker in te liggen doezelen. 's Nachts logeert ze op onze slaapkamer en wandelt ze inmiddels blijmoedig haar bench in.

 
Maar aan al het goede komt een eind. Dus met een hart vol herinneringen, de kofferbak vol Franse wijn en een voorzichtige lenteblos op de wangen koersten we 's woensdags weer in onze als minicamper ingerichte stationwagon naar de lage landen. De groene waas die op de heenweg al over de bomen hing kleurde een week later weer een fractie feller en voller. Niettemin reden we hoe noordelijker we kwamen regelrecht de winter in. Er lag zelfs een laagje poedersneeuw in de Ardennen. Dat was even omschakelen. Zoals alles weer eigenlijk.

Het begon met een vervaarlijke uitglijder in de douche. In een poging de natte cel na gebruik droog te vegen schoot mijn gehurkte blote voet onder me vandaan en vouwde zich op miraculeuze wijze dubbel. In de wetenschap dat de meeste ongelukken in huis gebeuren en dat het veel erger had af kunnen lopen installeerde ik me de rest van de dag met mijn boek op de bank. De laatste kilometers van de Happy Fit Flow van Move4AIR legde ik mild mankend en ietwat gedrogeerd af. Al het perfecte sprokkelhout dat onderweg mijn pad kruiste hoefde ik in elk geval niet mee te sjouwen. Dat scheelde een slok op een borrel.

Een dag later werden we verblijd met een bezoekje van een mannetje dat in onze meterkast moest zijn. We kregen zogenaamde slimme meters maar de beste man hield zich virustechnisch nogal van de domme. We werden er allebei behoorlijk nerveus van. Bovendien deed hij me aan iemand denken, wie wilde me maar niet te binnen schieten. Nadat ik alle klinken, de deurbel en de restanten van zijn aura met alcohol had afgeveegd wist ik het. Jos B. Ai.

Doordat de levering van onze boodschappen deze week was komen te vervallen zag ik me genoodzaakt om bij hoge uitzondering zelf de supermarkt in te schieten. Uitgerust met een medisch mondkapje en latex handschoenen aan én in het bezit van drie weken vaccin durfde ik het risico te nemen. Hoe stressvol ik het avontuur vond bleek toen ik met mijn gevulde karretje naar onze auto sprintte en verbaasd constateerde dat de achterlichten brandden. En niet alleen dat: de motor liep nog gewoon! Een willekeurig iemand had doodleuk weg kunnen rijden terwijl ik in aller ijl mijn appels en yoghurt bijeen scharrelde. Hoofdschuddend desinfecteerde ik de binnenkant van de auto en nam bijna zelf een slok uit de fles medische alcohol.

Het moge duidelijk zijn: afschakelen is gelukt. Het op termijn terugkeren in de maatschappij gaat nog wat oefening vergen. De drang om te emigreren groeit. Het leven als kluizenaar bevalt me wel.

maandag 15 maart 2021

Week 10 - Als goden in Frankrijk

Het was een bijzondere start van de week. Ook dit jaar viel Internationale Vrouwendag weer samen met Sara's verjaardag. Omdat we niet precies weten wanneer ons hondje het Griekse levenslicht zag beschouwen we de dag dat ze bij ons kwam wonen maar als zodanig. Haar karakter kenmerkt zich door temperamentvolle zachtmoedigheid; wat dat aangaat konden wij en zij geen betere dag gekozen hebben als alternatieve feestdag.

Wat de dag extra glans gaf was onze eerste rit door de teststraat. Hoewel we op voorhand wisten wat de uitslag zou zijn ondergingen we braaf de procedure met het wenkbrauwborsteltje in keel en neus. Een voor mij alles behalve unieke ervaring, aangezien ik al meerdere keren neuscellen liet oogsten ten behoeve van de wetenschap. Het hele tafereel van aanschuiven in de wachtrij, na elke bocht verrast worden met een nieuw poppetje in folkloristisch coronapak en uiteindelijk de apotheose met de huig aantikkende teststok gaf me nog het meest Eftelingkriebels. Het ontbrak alleen nog aan een vrolijk muziekje wat de rest van de dag in je hoofd blijft hangen.

Het negatieve testbewijs was nodig voor onze geplande oversteek naar het zuiden. In goed overleg met elkaar en op advies van mijn behandelend geneesheer vonden we het de hoogste tijd voor een weekje afschakelen in Frankrijk. Met de auto vol boodschappen en een stapel documenten, formulieren en verklaringen op zak én in het bezit van de eerste dosis vaccin waagden we de doortocht langs geopende Europese binnengrenzen. De rit verliep buitengewoon voorspoedig. Nergens ondervonden we oponthoud, niemand vroeg nergens om. Plassen deed ik op de speciaal voor de reis aangeschafte wc-emmer zodat de kans op besmetting op wat dan ook nihil was. Dat een Poolse vrachtwagenchauffeur geconfronteerd werd met mijn witte blote billen nam ik voor lief. Om twee minuten voor zes in de avond draaiden we het park op. Precies binnen de marges van de Franse avondklok die om zes uur begon te tikken.

De rust daalde meteen op ons allebei neer. Het uitzicht op de bergen waarachter de zon langzaam wegzakte was weer fenomenaal. De vogels tjilpten onverminderd door en ergens in het struikgewas klonk het geritsel van een groter dier. Een muisje? Een hagedis? Misschien wel een vosje of een wild zwijn. Wie zal het zeggen. Van de 120 bungalows waren er slechts drie bezet, wij maakten het kwartet compleet. Met een beetje mazzel kwamen we geen mens tegen de komende week.

Om de winterkou zo snel mogelijk uit het huisje te stoken ging Sjrd na het uitladen van de auto verwoed aan de slag met de kachel. Hij vulde hem volgens de Zwitserse methode en in een mum van tijd ontstond er een indrukwekkende vlammenzee achter het deurtje. De fonkeling in de ogen van de mens was minstens zo fel; een nieuwe hobby bleek geboren. Boys will be boys. Om de rolbevestigende stereotypering van de seksen nog wat dieper te verankeren stortte ik me gelukzalig op het huishouden. Fluitend pakte ik uit en ruimde in. Nog iedere keer verwonder ik me over hoe snel we hier kwartier maken en hoe vertrouwd alles meteen voelt. De uit Nederland meegenomen diepvrieskliek kon in een moeite door in de oven en liet zich bij het knapperende haardvuur prima smaken met een rood wijntje.

Ondanks de knusse behaaglijkheid binnen speelde het leven zich voornamelijk in de frisse buitenlucht af. Als het even kon waren we buiten voor een bakje koffie, een leesmarathon, de lunch. Hier scheen het zonnetje volop en gezeten in luwe hoekjes kon de jas zelfs uit. En we liepen, vaker en verder dan ooit. We verkenden nieuwe routes en ik verlegde letterlijk grenzen. Mijn benen en longen moeten altijd weer even wennen aan de pittige klimmetjes die deze regio rijk is. Maar de lucht hier is zoveel schoner en rijker, mijn lijf knapt daar enorm van op.

We hiketen niet alleen in de eigen omgeving. Op vrijdag deden we ons geliefde hertogdom Uzès aan, daar waren we precies een jaar geleden voor het laatst geweest. Toen we aan de vooravond stonden van de pandemie en niemand van toeten noch blazen wist. Nu liep iedereen er gemondkapt rond, maar er was evengoed een braderie aan de gang. De gesloten horeca deed net zo bevreemdend aan als in Nederland maar toch leek eenieder zijn weg gevonden te hebben in deze nieuwe werkelijkheid. Wij pauzeerden in het park met versnaperingen uit de rugzak. De mondkapjes hingen we casual aan een oor.

Op zondag liepen we in Lussan de kunstroute, samen met een handvol weekend vierende Fransen. In de maartse middagzon wandelden we van het ene kunstwerk naar het andere gebeeldhouwde stuk. Het venijn zat hem niet in de lengte van de tocht, die bedroeg slechts twee kilometer. Het waren de hoogtemeters die me af en toe de adem benamen, maar met enkele tussenstops om het zuur uit de benen te laten trekken was het alsnog goed te doen. De chocolade eclair na afloop - als beloning voor mijn dalende bloedsuiker - smaakte hemels.

Ook waagden we ons aan een laatste opruimsessie in huis. Het zoldertje boven de keuken moest nog worden leeggetrokken. We vonden niet alleen een televisie uit het jaar blok en een reserve schotelantenne, maar stuitten ook op een schat aan klusmateriaal. Dat de vorige eigenaar handig was wisten we al maar het kapitaal op zolder gaf een heel nieuwe dimensie aan zijn geknutsel. Misschien kocht hij tegenover elke frutsel van zijn vrouw een bouwkundig accessoire. Anders kan ik de hoeveelheid technische spullen niet verklaren.

Tot slot maakte Sjrd zijn eerste uitglijder met de mountainbike. Vlakbij het park schoof hij onderuit en belandde vol op zijn bakkes in het grind. Mopperend kwam hij thuis, met het gezicht vol schaafwondjes, bloed op zijn shirt en zonder fiets. Die was van de weeromstuit achtergebleven. De schade bleek uiteindelijk mee te vallen maar de schrik zat er toch wel in. De laatste plek waar je in een pandemie wil zijn is in een buitenlands ziekenhuis. Voorlopig blijft de mtb op stal. Podium of jodium komt in het voorjaar wel weer.

maandag 8 maart 2021

Week 9 - Compleet koekoek

Laat me beginnen te zeggen hoe knap je bent. En aardig. Slim ook. Lief, attent, geduldig, behulpzaam en meelevend. En vreselijk sexy natuurlijk. Sorry dat ik er nu pas mee kom - een week na nationale complimentendag - maar ik meen het uit de grond van mijn hart.

Het lijkt erop dat we bijwerkingsloos door onze eerste vaccinatie zijn gerold. Allicht voelde de bovenarm wat gevoelig op de plek waar de injectie is gezet, vergelijkbaar met de gewone griepprik. Maar om dat nou als bijwerking aan te duiden. Ook waren we allebei nogal vermoeid. Dat wijt ik echter eerder aan de opgebouwde spanning rondom het virus, die zich met het inspuiten van perspectief een weg naar buiten zocht. Zo'n vol jaar in uitzonderlijke omstandigheden gaat niemand in de koude kleren zitten.

Volle bak sporten lukte deze week niet zo goed, hoewel ik nog steeds twee van de vier sportmomenten heb af kunnen vinken. In een vorig leven had ik mezelf keihard uitgelachen om deze rekensom. Toen was ik namelijk geheid op exact nul uitgekomen. Uiteraard (nog zo'n wonderlijke coroniale plotwending) wandelde ik wel mijn dagelijkse rondjes met het hondje. Van 20 februari tot 21 maart maken we onze meters weer voor Move4AIR. Misschien wel om die reden kwam ik er zowaar aan toe om eindelijk eens de landtong bij de dijk mee te pikken. Na bijna elf jaar woonachtig te zijn in deze nederzetting was dat er nog niet eerder van gekomen. Het bleek een wonderschone lus vol gemiste kansen.

Ondanks de vermoeidheid ontwaak ik al weken steevast een uur te vroeg. Om zeven uur gaan de luiken open en schiet mijn hoofd aan. Soms is het een irritant liedje, dan weer een repeterende gedachte en anders wel een groeiend to-do lijstje vol onbenulligheden waar ik meteen druk mee ben. Weer inslapen lukt in geen geval en dus woel ik me het laatste uur in bed van mijn linkerzij naar mijn rechter en weer terug naar links, tot het tijd is om op te staan. Mijn bioritme is alvast afgesteld op de zomertijd, nu de rest van het lijf nog.

Mijn benen zijn wat dat aangaat goed op weg. Want na het nieuws over de aangekondigde versoepeling van contactberoepen heb ook ik meteen wat hengeltjes uitgeworpen. De kapster heeft pas aan het eind van de maand tijd voor een thuisbezoek, naar alle waarschijnlijkheid voor de laatste keer. De schoonheidsspecialiste had echter meteen de eerste dag een gaatje. Op de grens tussen keuken en terras lag ik in de deuropening op mijn blauwe yogamat en ging zij de Noorse Boskatten op mijn onderbenen te lijf met hars. Er is geen enkele behandeling in een luxe beautyfarm denkbaar die aan deze ervaring kan tippen.

De weekendoverwinningen van deze week vonden plaats op het huishoudelijk front. Door dat voor dag en dauw uit de veren zijn was ik eindelijk eens op tijd om wat ijzerwaren en kapotte elektrische apparaten aan de straat te zetten voor de lokale ophaalservice. De garage is in geen tijden zo leeg geweest. Het vervangen van de lekstrip onder aan de douchedeur was de kroon op al onze coronaklusjes. Zeker als je weet hoeveel steenhard geworden kalkresten ik daar eerst voor weg heb moeten kappen. Voldoening kent ontelbaar veel verschijningsvormen.

De hond des huizes eindigde de week in mineur. Het was weer tijd voor haar preventieve anti-teken- en vlooienbehandeling. Bij het zien van de gewraakte pipet zette ze het al op een lopen en halverwege de opspuiting met het bijtende goedje kneep ze er nog eens tussenuit. Het kauwstaafje ter beloning na afloop kon al het berokkende leed niet compenseren. Diep beledigd was ze. En intens stout. In de tuin werd de ene woedende kuil na de andere gegraven. Binnen hoefde ik mijn kont maar te keren of ze vlijde zich te neergeslagen op de bank. Mijn geroep en gefoeter was tegen dovemansoren gezegd, alsof behalve ongedierte ook haar gehoor abrupt uitgeschakeld was. Op een zeker moment stuurde ik haar uit pure opvoedkundige wanhoop naar de gang en hoor ik mezelf de ridicule boodschap overbrengen er dáár nog maar eens over na te denken...

We zijn compleet koekoek geworden hier in huis. Laat het ze bij Lareb niet horen.

maandag 1 maart 2021

Week 8 - Nieuwe beginnen

Het bleek een opmaat, die nieuwe heup van mijn moeder. Voordat ik woensdagmiddag bij haar op ziekenbezoek zou gaan handelde ik aan het eind van de ochtend in tien minuten de kwartaalcontrole met mijn longarts af. Doordat ik nu heuse cijfers kon overleggen viel er ook daadwerkelijk iets te bespreken. Over de uitslag van de thuis geblazen longfunctie waren we allebei tevreden. Geleidelijk ben ik weggekropen bij die enge ondergrens van een jaar geleden. "Jij hebt een mooi metertje gekocht," sprak hij enthousiast. "Waarschijnlijk gaan we vanuit het ziekenhuis ook over op dat model." Een kleine oogrol ontsnapte aan mijn mimiek. "Wat ben ik toch een visionair hè," grinnikte ik maar. We babbelden nog wat over het gedoe rondom de vaccinatiestrategie en met de belofte om in mei echt weer eens naar de poli te komen rondden we de controle af.

Net toen ik de laatste slok thee achterover had gegooid om de resten van mijn lunch mee weg te spoelen rinkelde mijn telefoon. De anonieme beller bleek niemand minder dan mijn huisarts te zijn. Met de mededeling dat er vaccin over was en de vraag of ik me over een half uur op de priklocatie kon melden. "Hè wat, hoe dan?!" bracht ik verward uit. Vorige week was de boodschap nog dat ik echt niet op de spillijst voor AstraZeneca kon en nu dit. Mijn hart schoot in mijn keel en ik hing tegen hyperventilatie aan. "Welk vaccin?" hikte ik half huilend. "Pfizer, en neem je je man ook mee?" was haar kalme reactie. Aanvankelijk dacht ik nog dat ze dat vroeg omdat ik zo over mijn toeren was maar niks bleek minder waar. Ook Sjrd stond op het punt de langverwachte eerste prik toegediend te krijgen! Nadat ik met trillende vingers de verbinding had verbroken begon ik onbedaarlijk te huilen. Alle opgebouwde spanning zocht zich een weg naar buiten. "Och maedje toch," suste Sjrd terwijl hij me in zijn armen nam.

Het ritje naar de priklocatie beleefde ik in een roes. "Ik geloof het pas als hij erin zit," prevelde ik. Ter controle bleef ik mezelf in mijn vel knijpen. Nee dit was geen droom, dit gebeurde echt. Mijn noeste gelobby had zijn vruchten afgeworpen. En zo kwam het dat ik een uur later gevaccineerd en wel bij mijn ouders in de achtertuin zat. We proostten op de heup van mijn moeder en onze volgespoten armen. Voor het meegenomen gebakje was ze helaas nog wat te misselijk, vanwege alle verdovende middelen die de napijn van de operatie moesten bedekken. Het gaf niet. Na een jaar vol pijnlijk gestrompel en verlammende angst staan we op de drempel van een hernieuwd begin.

Het voelt alsof we de Lotto hebben gewonnen. Een vaccin voor ons allebei en dan ook nog van het type mRNA mét een heel hoge beschermingsgraad. Pas als we de tweede prik hebben gehad kan de deur hier eindelijk van het slot. Voorzichtigheid en voorzorgsmaatregelen blijven geboden maar de ergste druk is er vanaf. Dan komt er een einde aan die verstikkende afhankelijkheid van alles en iedereen. Voor Sjrd ontstaat ruimte om weer eens ja te zeggen tegen een fysieke afspraak als dat gewenst is. Uiteraard sta ik net als iedereen te popelen om weer eens in de spiegel van de kapper te kijken. In slecht licht oogt mijn middenscheiding als extra landingsbaan voor Maastricht Aachen Airport. Maar nog liever neem ik plaats in de tandartsstoel om verlost te raken van anderhalf jaar tandsteen. Om over de aankomende controle in het ziekenhuis nog maar te zwijgen.

Voor onze eerste isolatieverjaardag had ik slingers willen ophangen. Het heeft er alle schijn van dat we hem kunnen vieren met het beste cadeau denkbaar: vrijheid! En iets lekkers van de bakker dat ik zelf kan gaan kopen.

maandag 22 februari 2021

Week 7 - Dooi is mooi

Ik heb staan juichen, toen de dooi intrad. Onder de witte pratsj wachtte me een hoop verrassingen. Uiteraard een kilo of wat half gesmolten hondenkak. Maar ook de eerste beginselen van krokussen, tulpen en hyacinten. Verheugd deed ik een drassig inspectierondje door de ganse hof en zag dat de hortensia's achter al in de knop staan, evenals de haagbeuk, de sering en de tulpenboom. Tot mijn opluchting constateerde ik dat onze nieuwe krentenboom de verhuizing naar onze tuin en de strenge vorst overleefd lijkt te hebben.

Dat we in een week tijd van winter naar lente schoten is klimaattechnisch natuurlijk om te janken. Toch heb ik de zonnestralen in dankbaarheid opgeslurpt. Het was alsof mijn hart aan de oplader lag. Ik sluit niet uit dat ik op een goed moment zelf licht heb gegeven. In het weekend nuttigde ik mijn lunch onder het afdakje van onze voordeur. Ik sleepte een eetkamerstoel naar buiten en installeerde mezelf in het luwe nisje met mijn boterhammen en mijn boek. Sjrd maakte het nog bonter. Hij brak met zijn eigen kledingregel. Normaliter wisselt hij pas met Pasen zijn jassen om. Dit jaar liep hij al op 20 februari de hele dag olijk rond in zijn lievelings korte broek. Daarin was hij overigens niet de enige. Het was een uitbundig komen en gaan van bleke blote ledematen hier in de wijk.

We zouden wel gek zijn om met dit weer het huis te soppen, besloten we. In plaats daarvan stortten we ons die eerste winterse lentedag op de tuin en garage. Dat storten nam Sjrd nogal letterlijk. In een poging de garagepoort te openen brak het touwtje af waarmee je het stalen gevaarte omhoog trekt. Met een komische zwieper lanceerde de mens zichzelf achterover. Lag hij daar, op zijn rug, tussen de kratten met statiegeldflessen, het kledingrek en de druppelslangen. Als een soort omgekiepte kever, de armen en benen spartelend in de lucht. Na de aanvankelijke schrik, die - toegegeven - erg kort duurde, barstte ik in onbedaarlijk lachen uit. Hikkend en snikkend hielp ik hem overeind. We hebben er de rest van het weekend plezier om gehad, voornamelijk ik dan toch. Inmiddels staan de tuinstoelen weer om de tafel, liggen de druppelslangen in de perken en hoeft de hangmat alleen nog maar in de standaard gehangen te worden. En op de tuintafel staan bloeiende viooltjes. Wij zijn er klaar voor.

Het weekend vol zonnig jolijt kon niet op een beter moment komen. Op donderdag was het namelijk huilen met de pet op. Een blik in mijn agenda leerde me dat ik op de kop af een jaar geleden mijn neus voor het laatst in het ziekenhuis had laten zien. Enerzijds is dat ronduit fantastisch; een heel pandemisch jaar lang was er geen aanleiding geweest om voor iets acuuts aan de bel te hoeven trekken. Anderzijds illustreert het de trieste situatie waarin we met ons allen leven en mijn kwetsbare positie in dit hele coronafeest. Het is mijn eigen keuze om alle controles telefonisch te doen. Ik weet dat andere CF'ers wel gewoon naar de poli gaan en hun zorgverleners zien. Voor mezelf voelt dat echter niet oké zolang ik niet gevaccineerd ben. Mijn longfunctie is weliswaar stabiel maar ook te broos om risico's mee te lopen. 

Dat werkelijk niemand die over het vaccinatiebeleid gaat deze mening lijkt te delen is op zijn zachtst gezegd frustrerend. Evenals de ontluisterende nieuwsberichten over brutale vaccinvoordringers en kostbare restjes levensreddende druppels die aan het eind van de dag in de kliko verdwijnen in plaats van in een kwetsbare arm. Tijdens de dagelijkse tippel door de wijk kost het me moeite om de grijze golf die per fiets mijn pad kruist en daarbij geen enkele rekening houdt met anderhalvemetermaatregel geen welgemikte douw te geven. Ik moet mezelf dwingen geen lelijke dingen te denken over dikke mensen die zich eigenmondig obees hebben gevreten en nu eerder aan de beurt zijn voor de prik dan ik. Het was wellicht effectiever geweest als mijn cynische ik met chips en chocola op de bank was blijven liggen in plaats van mezelf fysiek af te beulen en spieren kweken. De wetenschap dat gezonde dertigers met een beroep in de zorg wel al aan de beurt zijn geweest gemaakt me groen van jaloezie.

Even had ik al mijn hoop gevestigd op de spillagelijst van de huisarts. Mocht er dan een keer een dosis over zijn, en iedereen in de huidige doelgroep was al aan de beurt geweest. Dán zou ik opgeroepen kunnen worden. Maar ook die droom is verworden tot een nachtmerrie. Jonge, gezonde zestigers eerst. Ik schaam me voor deze weinig sympathieke hersenspinsels. Iedereen heeft het op zijn eigen manier moeilijk met de situatie waarin we leven. We vinden allemaal dat we als eerste iets mogen, willen of moeten. Vooralsnog lukt het me om me naar mijn vredelievende naam te gedragen en ben ik de meeste momenten mijn vrolijke zelf. Dat de heupvervangende operatie van mijn moeder nu echt aanstaande is lijkt me een mooie afsluiter. (Eindnoot van de redactie: hij zit erin!)

maandag 15 februari 2021

Week 6 - Levenslang schaatsverbod

De mensen van wie het bloed sneller gaat stromen naarmate de temperatuur het vriespunt nadert speelden de afgelopen week de hoofdrol in hun eigen sprookje. Wintersport in eigen land. Schaatsen op bevroren meren naast draaiende molens. Besneeuwde bruggetjes over Amsterdamse grachten. Beelden die we alleen nog kennen van de kerstkaarten van Anton Pieck. In onze eigen Jip en Janneke-wijk werd zelfs van een heuveltje geroetsjt met een snowboard. Me dunkt dat ijskoud vermaak een welkome bliksemafleider is na bijna een jaar vol corona-ellende. Zelf behoor ik tot die andere groep: zij die het lijdzaam ondergingen en de wonden van hun gesprongen, gortdroge huid likten. Zuchtend onder wintertenen, statisch haar en elektrische schokjes.

Een paar jaar geleden kocht ik een skibroek bij Lidl. Ik zou met Skate4AIR naar Oostenrijk afreizen om verslag te doen van de Alternatieve Elfstedentocht. Dat plan viel al in duigen nog voordat de Weißensee goed en wel bevroren was. Kou en ik zijn gewoon geen gelukkige combinatie. De broek belandde ongedragen in de kast, gebroederlijk naast mijn bikini. De afgelopen week bracht het kledingstuk dan toch nog zijn geld op. Verkleed als een ware wintersporter wandelde ik door ons besneeuwde pittoreske dorp, dat ik voor de gelegenheid omdoopte tot Sankt Herten. Voorbijgangers kregen een vriendelijk Grüß Gott naar het hoofd terwijl de vraag of zij wisten hoe laat de après-ski begon op mijn kapotte lippen brandde.

De vreugde en het gemak van mijn dagelijkse ommetjes hadden behoorlijk te lijden onder alle zogenaamde sneeuwpret. De stoepen en paden waarover ik doorgaans wandel waren namelijk spekglad. Als je één keer je heupkop op het ijs hebt gebroken laat je het wel uit je hoofd een tweede val op te zoeken. Ik liep de laatste weken regelmatig alleen een rondje, met Saar aan de riem en een vrolijke podcast in mijn oren. Van dat alles kwam onder zoveel winters geweld weinig terecht. En daar werd ik ronduit chagrijnig van. De enige ijselijke activiteit waaraan ik me waagde was het ontdooien van de diepvries. Niet dat daar het gemoed van opknapte, maar hard nodig was het zeker. Welbeschouwd ging alleen de onderste lade nog zonder geweld open. Een halve dag, een hele hypo en een vleeswond later zat ik in een permanente staat van onderkoeling op de bank. Intens tevreden met het resultaat en mijn nieuwe rol van diepvries-ontdooi-influencer. Een foto van mijn activiteiten op de sociale media ontketende een kettingreactie aan mede-ontdooiers.

Wie ook extra in de watten werden gelegd zijn de vogels die onze tuin als hun favoriete all you can eat restaurant hebben gekozen. Onder normale omstandigheden vreten ze zich enthousiast tonnetje rond aan de vetbollen en pindaslingers die her en der beschikbaar zijn. Voor de Siberische gelegenheid bereidde ik een extra snackbord vol vogelpindakaas, zaden, een appel in partjes en walnoten toe. Het stijlvolle geheel zag er ronduit aantrekkelijk uit, vond ik zelf. Vol verwachting installeerde ik me voor het raam en wachtte op wat ongetwijfeld komen ging. Het was me aan een of andere late talkshowtafel beloofd, nota bene. Sindsdien staat het extra buffet er onaangeroerd bij. Zelfs de lompe kauwen, die normaliter vol in de aanval gaan op het huisje met de pot vogelpindakaas, kon deze voorkeursbehandeling niet beroeren. Ik geef het gevleugelde gepeupel nog één dag en anders eten we het zelf wel op, stelletje verwende nesten.

Onze zondagse wandeling maakten we door de zonnige Roermondse binnenstad. Andere jaren zouden we dat wel uit het hoofd laten, tijdens de carnaval. Maar in pandemische tijden gelden andere wetten. Er was aardig wat volk op de been. We zagen plukjes verklede mensen, een heuse Einzelgänger met een versierd karretje wenste iedereen 'unne sjoone vastelaovend'. Het Stationsplein lag er kaal bij, zonder de gebruikelijk hossende menigte. Uit een café schalde vrolijke sjoenkelmuziek door de boxen, aan talloze gevels wapperden de gelegenheidsvlaggen uitnodigend. In de stoepgoten lag bovenop de resten bevroren sneeuw wat serpentine en confetti. Het was ronduit bevreemdend en het had ook wel iets treurigs, zo zonder de geur van geschminkte gezichten en schuimend bier. Toen we weer bijna bij de auto waren viel mijn oog op een wat woeste struik waar onmiskenbaar knoppen in zaten. Een hoopvolle kriebel schoot door mijn buik, het voelde haast als verliefdheid. Een mooier teken had ik me niet kunnen wensen. Uiteindelijk komt alles goed.

maandag 8 februari 2021

Week 5 - Medium Mols

Ik werd wakker van stemmen. Luid en opgetogen trokken ze onder ons slaapkamerraam langs. Bijna twee maanden was het stil geweest toen ik op dit tijdstip uit mezelf ontwaakte. Het voelde gelijk vertrouwd, deze uittocht naar de dorpsschool. Meteen daarna realiseerde ik me welke akelige dentale droom ik achter me had gelaten in mijn slaap. Schriks gleed ik met mijn tong langs mijn gebit voor een inspectieronde. De binnenboel mocht dan onwelriekend geuren naar dode papegaai maar alle tanden zaten stevig op hun plek. Toch nog.

Vind je de weken ook omvliegen? Tijdens de eerste lockdown, alweer bijna een jaar geleden, leek de tijd soms voorbij te kruipen. Maar nu, in het interbellum tussen de tweede en de derde golf, lijkt alles zich met dubbele snelheid te voltrekken. Alsof de tijd zich aanpast aan het tempo van de oprukkende Britse variant. Drie keer met je ogen knipperen en er is weer een week voorbij. Om deze maand wat extra duiding te geven gaf ik me op voor de februari challenge die mijn fysiopraktijk organiseert. Drie keer per week krijgen de deelnemers een leuke opdracht. Zo moesten we al wandelen en planken. Daarnaast werden we uitgedaagd een gezonde smoothie te maken en het recept te delen. De besloten Facebookpagina waarop alle vorderingen in beeld worden gebracht bezorgt me meerdere keren per dag een grote lach. Fanatieke babyboomers in gympakjes op rommelzolders, zwoegend tussen de werkloze koffers en uitgeklapte wasrekken. Foto's van stapels laminaat. De keur aan getoonde vloeibare brouwsels benam me af en toe de adem. Hiermee vergeleken was de beruchte kleibrij van Rens Kroes kinderspel. Alleen al hierom is de challenge een feest. Nog drie weken te gaan.

Omdat de gezondheidsvoordelen van een smoothie zich bij mij uiten in hoge bloedsuikers en verstopte darmen hield ik het bij thee. Ik dacht altijd dat ik daar geen liefhebber van was, totdat ik op de laatste dag van 2020 een beker heet water met een zakje Clipperthee erin geserveerd kreeg. Alsof de hemel zich opende en de engelen me toezongen. Ik hield niet van thee omdat ik blijkbaar nooit de juiste smaak uitzocht. Inmiddels heb ik aandelen Clipper en een nagenoeg vol doosje Chai Green Tea waar ik toch niet zoveel aan vind. Welke theeleutende lezer kan ik hiermee verblijden? Ik stuur de zakjes met liefde naar je op.

Opruimen en ontspullen is ook tijdens deze lockdown onze favoriete bezigheid. Die zakjes thee zijn klein bier in verhouding tot de stapels gelezen boeken waar we deze ronde van af proberen te komen. Het is te veel om allemaal te bewaren en te leuk om zielloos af te voeren naar de kringloop. Zodoende zette ik alles op de foto en maakte advertenties op Marktplaats en Vinted. En ik deelde de hele zwik via mijn Instastories op Instagram. Ook hiervoor geldt: neem een kijkje en reageer als er iets van je gading bij zit!

 
 
En zo worstelt Splinter zich door deze ridicule winter. De aangebroken zak kruidnoten ligt nog steeds in de kast te wachten om opgegeten te worden maar de glazen showpot op het dressoir zit al tot de rand gevuld met chocolade eitjes. Het is een grote blur, dit seizoen in dit pandemische jaar. Gekscherend voorspelde ik afgelopen zomer een horrorwinter met perfecte omstandigheden voor een Elfstedentocht. Zou je net zien, en dat die dan natuurlijk niet door kon gaan vanwege het virus. Ik denk dat ik me toch maar eens bij het UWV ga melden voor een opleiding tot spiritueel consulent. Sneeuwjacht, ijzel, de aanhoudende vorst, en vanmorgen nog die onder dromenduiders bekende uitvallende tandennachtmerrie. Hoeveel voortekenen heeft een mens nodig?

maandag 1 februari 2021

Week 4 - Troostcadeaus

In tegenstelling tot de meeste generatiegenoten gooiden wij al in het prille begin van onze relatie alle financiën op één hoop. Geen gedoe met gescheiden rekeningen en overboekingen naar een gedeelde pot. Geen geneuzel over welke uitgaven met welk pasje betaald moeten worden. We zijn een team en zetten ons daar allebei naar beste kunnen voor in, ieder op zijn eigen manier en naar volle tevredenheid. Toegeven, de charme van elkaar verrassen met een ditje of en datje valt met deze constructie weg. Maar na zeventien jaar onder hetzelfde dak is dat ook niet meer zo heel belangrijk. We kopen toch wel wat we denken nodig te hebben. Daar hoeven we niet mee te wachten tot een door de commercie ingegeven of religie opgelegde dag.

Ons uitgavenpatroon is de laatste jaren nogal veranderd. We zijn steeds meer gaan consuminderen. Dure merkkleding, nieuwe spullen, A-merk boodschappen, exorbitante etentjes. Het is sport geworden om voor minder geld evengoed uiterst comfortabel te leven. De coronacrisis heeft dit proces in een stroomversnelling gebracht. We denken veel langer na voor we tot aanschaf van iets overgaan. En vanuit duurzaamheid schuwen we de optie van tweedehands niet. De ontdekking van de eeuw is het uiterst geringe verschil in smaakbeleving tussen cola van een huismerk en die van Coca. Alles wat maar enigszins van waarde is probeer ik via Marktplaats of Vinted te verkopen. Afgelopen week nog beurde ik twee tientjes voor de kapotte Dyson stofzuiger. De in een nostalgische bui bestelde outfit van Oilily ging per kerende post retour. De vrolijk gekleurde kleren zijn nog even royaal van snit en schreeuwend duur als in de vorige eeuw. Veel blijer werd ik van de kekke en ongedragen Gap-trui die ik voor drie euro op Vinted vond.

We zijn heus niet roomser dan de Paus hoor. Er worden op zijn tijd nog steeds dingen gekocht die geen hoger doel dienen dan plat vermaak of het kanaliseren van emoties. Het grappige is dat we onze wensen aan elkaar zijn gaan pitchen. Zo hield Sjrd laatst een vurig betoog over zijn plan tot de aanschaf van een nieuwe spelcomputer. Een goedkopere Xbox in plaats van een duurdere PlayStation zodat er niet ook nog een nieuwe televisie hoefde te komen. En iets met online spelletjes in plaats van discs wat weer veel duurzamer is. Er was geen speld tussen te krijgen. We genieten allebei ontzettend van dit komische showelement in onze relatie. We gaan er nog net niet voor op een sinaasappelkistje staan.

Het lijdt geen twijfel dat die Xbox er kwam. Al avonden hoor ik huiveringwekkende geluiden van boven komen. Het Japanse spel op het nieuwe kastje zorgt voor een hoop vermaak en ontspanning. En terwijl Sjrd op zolder zat te gamen broedde ik beneden op mijn aanstaande voordracht. Het voortdurende geëmmer over het leed dat vaccineren heet drukte nogal op mijn gemoed de afgelopen week. Heel fijn voor alle ingeënte ultra hoogbejaarden die binnenkort weer vol het leven in kunnen duiken. Zij zullen de druk op de IC's beslist doen afnemen. Dat de groep kwetsbare mensen tussen 18 en 60 jaar intussen door niks of niemand genoemd wordt steekt nogal.

Omdat mijn doelgroepers en ik al tien maanden in sociaal isolement leven wordt ons verhaal niet gehoord aan de talkshowtafels. Er is geen sympathieke arts die onze groep een gezicht geeft. We zijn niet sexy genoeg voor de politiek. Dat het verkiezingstijd is doet daar niks aan af. Voor avondklokrellen en bestormingen met landbouwvoertuigen zijn we te fatsoenlijk. Zelfs patiëntenverenigingen en andere belangenbehartigers hullen zich in een pijnlijk stilzwijgen. Op sociale media probeerden we daarom onze eigen lobby van de grond te krijgen. Onder de hashtags #VergeetOnsNietHugo en #IkStroopMijnMouwOp verschenen talloze post van kwetsbare jonge mensen. Allemaal in dezelfde angstige, afhankelijke wachtschuit. Vooralsnog blijven we stelselmatig genegeerd. Niemand springt voor ons in de bres en het levensreddende antigif verdwijnt voor onze neus. Dat vind ik nog verdrietiger dan het gebrek aan perspectief. Degenen met de kortste adem worden gedwongen de langste te hebben. 

Me dunkt dat ik een mooi ringetje verdiende. Een vintage exemplaar, met fonkelende diamantjes en een blinkende saffier. Als ik de vrolijke zwevers mag geloven zullen de krachten van de blauwe edelsteen me bijstaan tijdens het wachten op de prik en mijn angsten en frustraties doen verlichten. Zelf geloof ik meer in het principe van jezelf kietelen omdat een ander het niet doet. De pitch werd onder luid applaus ontvangen en mijn inner Prinses Diana juichte ingetogen toen ik het kleinood om mijn vinger schoof.

Januari hebben we weer gehad. Op naar de elfde maand in isolatie.

maandag 25 januari 2021

Week 3 - Winters warm

Ineens zat 'ie er. Recht in het midden, onder mijn onderlip. Zo’n beetje op de plek waar nineties kids zich in het vorige decennium lieten piercen. In plaats van zo’n metalen knopje aan een staafje zag ik een glimmend rode verdikking, die van binnenuit licht klopte. Hij stond op het punt zijn witte kopje door mijn opperhuid naar boven te wringen. Als een volwassen tand die zich door het jonge kaakvlees boort. Taxerend liet ik mijn vinger over de pijnlijke plek glijden. Het had er alle schijn van dat dit exemplaar solliciteerde naar een eigen burgerservicenummer. Mijn hele kin oogt de laatste week wat puberaal. Mee-eters, droge velletjes, kleine pukkels. Het lijkt bijkans een postcodegebied op zich. Is het de winterdroogte? Zijn het muitende hormonen? Lijd ik aan coronastress?

Dat laatste zal het geval niet zijn. Ik had een goede week. Om te beginnen is het merkbaar langer licht. De lampen kunnen later aan en het zonnetje geeft zo nu en dan al een kleine hint richting het voorjaar. Tijdens de inauguratie van Joe Biden en Kamela Harris plengde ik zowaar enkele tranen van vreugde en ontroering. Het voelde alsof na een vier jaar durende winter vol kille ontberingen eindelijk de lente gloort. Bernie Sanders zal zijn wollen wanten binnenkort uit kunnen trekken.

Persoonlijk had ik weinig last van kou. Ik beweeg me haast dagelijks een verhit hoofd en natte oksels. Dat doe ik sinds een poosje op zolder. Die ruimte was al multifunctioneel maar dient naast bibliotheek, game room, washok, mediatheek en opslagruimte nu ook als sportzaal. Het hele arsenaal aan gewichtige ijzerwaren sjouwde ik twee trappen op. Dat was al een work-out op zich. Nu ik eindelijk de lol van het sporten op waarde weet te schatten deed ik mezelf een heuse halterstang met losse schijven cadeau. En ik moet zeggen; it really tied the room together.

Niet minder dan drie avonden waren gevuld geweest met online bijeenkomsten. Daar had een avondklok niets aan afgedaan. Vrijdag kende voor mij maar liefst vier sportmomenten en legde ik vijftien kilometer af voor het goede doel. Dat deed ik niet alleen te voet: ik ben er zelfs voor op de hometrainer geklommen. Als je me echt kent weet je wat voor unicum dit is. Maar ja, ook door de geplande schaatsevenementen van Skate4AIR moest helaas een dikke coronastreep. Om D-Day niet onopgemerkt voorbij te laten gaan werd er een alternatief georganiseerd: in je eigen omgeving bewegen voor CF tot het niet meer nodig is. Elke afgelegde kilometer was een euro waard. Niet minder dan 730 deelnemers legden in totaal bijna 26.000 kilometer af en hengelden daarnaast nog eens ruim 40.000 euro aan extra donaties binnen voor wetenschappelijk onderzoek naar genezing van onze taaie vijand. Hoe hartverwarmend kan iets zijn?

Het weekend werd begrijpelijkerwijs aangewend voor uitrusten. Ontspannen deed ik met het bakken van brownies en het inkloppen van de het laatste btw-kwartaal van vorig jaar. Ook nam ik de tijd voor een vochtinbrengend gezichtsmasker. Vanachter het raam genoot ik van hoe anderen buiten genoten van alweer een laagje sneeuw. Ik las intussen een boek. Mijn derde alweer dit jaar. De uitgebreide natte poets hebben we onszelf geschonken. Ik goochelde wat met Chlorix doekjes en de fles Wc-eend en Sjrd trok rap de stofzuiger van beneden naar boven door de hut. Soms volstaat een zes ook. Op zolder aangekomen ontplofte de Dyson; de motor had na vijf jaar de geest gegeven. Nu die Vesuvius in mijn gezicht nog...

maandag 18 januari 2021

Week 2 - Veel gevallen

Er viel werkelijk van alles de afgelopen week.

Zo ontdekte ik tot mijn verbazing een indrukwekkend hoopje muizenkeutels in de garage. De kakkende knager in kwestie had ze uit het kontje laten vallen op de plek waar tot voor kort het vogelvoer voor het grijpen lag. Na de eerste twee schranspartijen had ik alle vetbollen en zakjes zaad toch maar in een keukenkastje in huis opgeborgen. Alleen de glazen potten met pindakaas en een afgesloten plastic doos vol zaadjes stonden nog op de bewuste plank. Knappe muis die zich daar doorheen weet te knabbelen. Het kan niet anders dat het pissige muisje de boel van puur gif nog eens onder scheet.

Ook viel er sneeuw. Daar had ik niet per se voor naar buiten hoeven kijken. Iedereen met een camera en een willekeurig social mediakanaal deed er zaterdag enthousiast verslag van. Hier in de tuin lag pas ver in de avond ook een dun laagje. Ik werd er niet warm of koud van. Het verklaarde in elk geval de sneeuwhoofdpijn die me al een paar dagen had geplaagd.

De grootste val was natuurlijk die van het kabinet. Rutte III heeft de eindstreep net niet gehaald. Het schandaal van de toeslagenaffaire was te onmogelijk krom om recht te lullen. Er is ons beloofd dat a) het hele toeslagensysteem op de schop gaat en b) de bestrijding van de coronacrisis er niet onder te lijden heeft. Ik probeer daar allemaal niet te cynisch over te zijn.

In de categorie overig klein leed vond ik mezelf afgelopen dinsdagmorgen op mijn knieën op de keukenvloer terug. Met het inruimen van de boodschappen had ik vrij onhandig de weckpot met koffiebonen op de tegelvoer gekeild. Hij had nokvol gezeten en nu lag de ganse inhoud wijdverspreid door de keuken. Ambachtelijk en met het geduld van een engel sorteerde ik de ontsnapte bonen stuk voor stuk tussen de glassplinters vandaan. De koffie smaakte niet extra scherp dus ik denk dat we er niks aan over hebben gehouden. Hopelijk geldt dat ook voor de koffiemachine.

Op 2 januari - sowieso een dag te laat - downloadde ik een app waarmee je elk dag een seconde van je leven kunt filmen. Aan het eind van het jaar had je dan maar mooi je eigen korte speelfilm gemaakt. Nadat ik drie dagen op rij was vergeten een onbenullig shot op te nemen verwijderde ik het programmaatje weer van mijn telefoon. Dit was niet aan mij besteed.

Dat geldt ook voor de plank challenge waar ik vol goede moed aan was begonnen. Ik kreeg het maar niet in mijn systeem om alle januaridagen in die ongemakkelijke rothouding te gaan liggen. Een blokjesbuik is met mijn anatomie per definitie een utopie. Zelfkennis boven buikspieren. 

Aan dry january zijn we hier in huis niet eens begonnen dus door die mand kunnen we niet vallen. We schroefden ons beider alcoholconsumptie al veel eerder drastisch terug. Het enkele weekendwijntje dat nu gedronken wordt is een klein geluk in een kristallen glas.

Tot slot een tip van huishoudelijk orde. Ik ben gestopt met het schillen van de aardappels. Gewoon goed afwassen onder de kraan, in stukken snijden en hup de pan of oven in. Het scheelt tijd, bloederige snijwonden en onnodige verspilling van voedzaam eten. Dat ze dat in de tijd van Rembrandt niet al konden bedenken.

De tere zielen wens ik sterkte met Blue Monday. Als je bedenkt dat het net zo'n commercieel verzinsel is als Valentijnsdag valt het allemaal wel mee. De aanstaande avondklok die ons boven het hoofd hangt drukt wellicht zwaarder op het gemoed. Zie je, het kan altijd erger.

maandag 11 januari 2021

Week 1 - Positieve progressie

Drie keer met je ogen knipperen en de eerste volle week van het nieuwe jaar is alweer om. Hoe dan?

Ook in Nederland zijn we dan eindelijk met het grote vaccinatiefeest van start gegaan. Er was (en is) een hoop gedoe over de gekozen vaccinatiestrategie. Iedere subgroep vindt dat hij met voorrang geprikt moet worden. Zelfs de topsporters staan in de startblokken voor hun versnelde Olympische prik. Maar zoals dat in ons polderlandje gaat moet je zonder goede lobby gewoon achter in de rij aansluiten. Voor mezelf lobbyde ik in elk geval alvast bij de huisarts. Even bellen, zorgen dat je naam vers in het geheugen ligt en je dossier bovenop de stapel.

Terwijl iedereen dacht dat het na vorig jaar niet veel gekker kon was er al op dag zes van het nieuwe jaar de idiote bestorming van het Capitool. Ik ook zat vol verbazing, angst en afschuw met open mond naar CNN te kijken. Hoe moet het ooit nog goed komen in het het verscheurde land van de vrijen en het thuis van de dapperen?

Hier thuis verschilde week 1 weinig van de voorgaande 53. In het kantoor was het weer gewoon alle hens aan dek. De telefoon stond roodgloeiend, de internetprovider draaide overuren en er werd koortsachtig gesproken over doorwerken in het weekend. Ik reeg mijn dagen intussen ordentelijk aan elkaar met fanatiek online sporten, rondjes wandelen, wat televisieprogramma's terugkijken, lezen, lekker koken en Netflixen. De gebruikelijk poets vond plaats op zaterdag. En na de gedane arbeid trakteerden we onszelf tijdens de uitlaatronde op een bosje tulpen dat in het overdekte stalletje naast de bloemenwinkel wordt verkocht.

Op zondag trokken we er met Cn en Frdrk op uit. We reden naar Ohé en Laak voor een aangeklede winterwandeling bij de Oude Maas. Samen met te veel andere weekendwandelaars, bleek op de parking. Met in de ene hand vlaai voor onderweg en in de andere een stuk of wat geplastificeerde vellen vol foto's gingen we druk kletsend op pad. In tweetallen, op gepaste afstand. Al bij de zesde foto waren we het spoor bijster en besloten we het puzzelconcept van de wandeling los te laten. We verzonnen zelf wel een route door de toter en de pratsj. Omdat het een Echt Uitje Met Andere Mensen was had ik zelfs een beha en mijn spijkerbroek aangetrokken. En rondom mijn ogen zat zowel eyeliner als mascara. Dat laatste goedje gebruik ik tegenwoordig dagelijks. Terugkijkend op de beelden van 2020 ontdekte ik dat ik op het punt ben gekomen dat mijn hoofd eigenlijk niet meer zonder kan. Daar zou je om kunnen treuren. Ik heb besloten het te zien als positieve progressie.

De ontwikkeling van de gemuteerde virusvariant in Engeland baart me grote zorgen. Met opgemaakte doch lede ogen zie ik het nieuws in de landen om ons heen. Ervan wakker liggen doe ik gelukkig niet, dat is even zinloos als het Capitool bestormen. Het heeft er alle schijn van dat onze premier aanstaande dinsdag met een wijs besluit komt en de huidige lockdown verlengt. Hoe zeer mijn hart ook huilt voor alle getroffen ondernemers, thuisscholende kinderen en met baan en onderwijs jonglerende ouders. Maar het kan niet anders. Code zwart dreigt. Daarmee is alles gezegd.

Om de week vrolijk af te sluiten geef ik je de nieuwste pandemie parodie van de getalenteerde Brit Sam Chaplin.

 

donderdag 31 december 2020

2020

Het jaar is om. Het boek 2020 kan dicht. Aan terugblikken op dat wat was heb ik weinig behoefte. Het was goed want het was er. Moest er blijkbaar zijn. Liever kijk ik vooruit, naar het hoopvolle jaar dat op het punt staat zich aan te dienen.

Ik smacht naar een vaccin. Er zijn dagen dat ik er een nier voor zou willen geven. Het verlangen naar meer bewegingsvrijheid is zo groot. Steeds vaker voel ik me een gekooide hamster in een looprad. Toch blijf ik hollen. Met elke pas die ik zet komt ook Kaftrio een stapje dichterbij. Reikhalzend tuur ik door de spijlen naar de horizon. Wat zal er eerder zijn: de prik of de pil?

 
Voor het nieuwe jaar wens ik je veel vrolijke vrijheid en onbezorgde veiligheid.
Dat 2021 dubbel geeft wat 2020 nam.
 
Hang de slingers.
Gooi je haar.
Geniet vol teugen.
Drink de nacht.
Lach je tanden.
Heb oneindig lief.
Dans de sterren.
Zing je longen.
En blijf gezond!

donderdag 24 december 2020

Haardvuur

Het is schrapen, deze laatste werkweek van het jaar. In het thuiskantoor worden de losse boekhoudkundige einden aan elkaar geknopt. Tussendoor dienen zich nog enkele spoedjes aan die voor het kerstreces afgehamerd moeten worden. Het bellen met en zonder beeld gaat onverminderd door. Van rustig uitbollen naar kerstavond is beslist gaan sprake.

Ook ik loop meer op mijn tandvlees dan je wellicht bij een professioneel arbeidsongeschikt verklaarde zou verwachten. Niettemin moet het allemaal uit mijn tenen komen de afgelopen dagen. Hoewel ik er nog steeds van geniet kost het sporten en bewegen me moeite. Na de dagelijkse work-out en middagwandeling stort ik me in mijn luie stoel. Mijn getrainde reet trekt zich als een zuignap vacuüm aan de zitting en het enige wat ik doe is apathisch op mijn telefoon tokkelen. Ik ben domweg te moe om naar Netflix te kijken.

Enerzijds voelt 2020 als een langgerekte vakantie waarvan je onmogelijk vermoeid kunt zijn geraakt. Anderzijds ken ik geen ander jaar waarin ik zo trouw en stringent mijn gezondheidsgerelateerde handelingen verrichtte. Mijn conditie is top, ik kweekte voor het blote oog zichtbare spierontwikkeling in armen, rug en benen. En de overgebleven energie kon in het zelf schoonhouden van ons huis. Me dunkt dat ik snak naar wat dagen functioneren in een versnelling of twee lager.

Het liefst hadden we de laatste week van dit memorabele jaar doorgebracht in ons Franse stulpje. Met de auto vol proviand en de plastuit voor bermplasjes in de hand, om elk risico op wat dan ook te voorkomen. Met wandelingen door uitgestorven dorpjes en wijntjes bij de knetterende open haard. En een gegarandeerd vuurwerkvrij oud en nieuw. Na lang twijfelen en met pijn in het hart hakten we de knoop door: we doen het toch niet. De naald van het morele kompas dwong ons in de lage landen te blijven. Het is een te grote mondiale bende momenteel. Met het muterende virus, plus de bijkomende chaos van de Brexit. Ook al zijn de besmettingscijfers daar lager dan hier. Ook al is de lucht daar schoner dan hier. Ook al snakken we naar afschakelen in een andere omgeving. Solidariteit valt of staat bij de saamhorigheid van mensen. Als we ooit nog van dit kutvirus af willen moeten we bereid zijn samen de consequenties van de harde lockdown te dragen.

Vandaag stoempen we nog één dagje door. De laatste facturen gaan de deur uit. Nog een laatste rondje online gymmen met de meiden. En vanavond ploffen we tevreden op de bank met uitzicht op een via Netflix brandende haard. De ijskast is rijkelijk gevuld, de drankvoorraad meer dan op peil. Kerstdiners met een saus van geforceerde gezelligheid blijven ons bespaard. Het zou zomaar kunnen dat we morgen door de McDrive rijden voor een ordinaire vette bek. Zolang we maar wegblijven uit de teststraat.

maandag 21 december 2020

Volbracht

Het zit erop! Ik heb mijn Wandel Challenge voor Move4AIR volbracht.

Op vrijdag 27 november jl. startte ik virtueel in Leeuwarden en op zondag 20 december kwam ik juichend in Bolsward over de eindstreep. Van de 35 dagen durende Winter Flow had ik er maar 24 nodig om de 100 kilometer tellende Helftstedentocht te wandelen. In de loop van de avond viel mijn digitale medaille in de brievenbus. Tot mijn eigen verrassing was ik daar oprecht blij mee. Ik bedoel, het is maar een afbeelding waar mijn naam aan toegevoegd is. Maar het symboliseert iets veel groters. Het bewijst dat ik daadwerkelijk heb afgemaakt waaraan ik begonnen ben. Net als alle andere deelnemers. Ik ben gewoon onderdeel van de groep. Voor de verandering eens geen uitzondering. Geen Sjaak Afhaak vanwege een blessure of ander ongemak. Zelfs op mijn 41se hecht ik daar blijkbaar nog steeds veel waarde aan. Het was een 100 kilometer lang pad naar loutering.

De meeste meters maakte ik met Sjrd en Sara aan mijn zijde. Enkele langere weekendwandelingen deed ik in gezelschap van vrienden. Ook mijn moeder liep een paar keer mee. De laatste wandeling maakte ik in mijn eentje. Dat kwam door de hypo die roet in het eten gooide tijdens de beoogde laatste loop. Met nog maar één kilometer te gaan maar het lage bloedsuikerzweet uit al mijn poriën gutsend kon ik niet anders dan voortijdig afbuigen naar huis. Wat dat aangaat was deze hele Challenge een blaartrekkend proces. De meeste wandelingen gingen namelijk gepaard met een dramatisch lage suikerspiegel. Het was wellicht geloofwaardiger geweest om voor het Diabetesfonds te lopen. Maar juist door CF is ook de functie van mijn alvleesklier naadje dus uiteindelijk wandelde ik wel degelijk voor het juiste goede doel.

Terwijl de lasagne in de oven lekker stond te worden trok ik opnieuw mijn schoenen aan voor de publieksronde door de wijk. De mensen achter de ramen hadden natuurlijk geen idee. Ze keken naar een scherm of zaten aan tafel. Grijnzend stoof ik langs alle kerstverlichte ramen. Uit mijn jaszak klonk muziek. Keane speelde mijn lievelingsliedje On The Road. "And when the world's laying you low, don't you let it rattle your bones. Sometimes the dream itself can keep you safe all along the road"

De finish van mijn streefbedrag komt ook in zicht. Om aan de gehoopte €1.500 voor onderzoek naar de genezing van taaislijmziekte te komen heb ik nog 'maar' 165 euro nodig. Felicitaties in de vorm van een kleine donatie zijn dus altijd welkom. Als je iets wil donoren kan dat nog tot 8 januari door te klikken op: https://www.move4air.nl/actie/irene-mols.

vrijdag 18 december 2020

Moed

Als de moed je

in de schoenen zakt

Laat je voeten

je dan dragen

Naar daar waar je

om hulp kunt vragen

Tot jij je weer herpakt

 

En heb je moed

om uit te delen

Deel die dan mild,

en zonder maar

Vaak helpt al slechts

een klein gebaar

Dat zegt

'Het kan mij schelen'


#dagdicht van Esdor van Elten via Twitter

donderdag 17 december 2020

Opgesplitst

Het was een van die zeldzame dagen dit jaar dat we niet permanent in elkaars nabijheid verkeerden. Hij vertrok na de lunch richting Eindhoven, voor een boswandeling met zijn zakenpartner. Het moet eind februari zijn geweest dat ze elkaar voor het laatst in het echt zagen. Natuurlijk wordt er volop gebeld en gevideo-overlegd. Maar een fysiek samenzijn op de drempel van dit historische jaar was toch wel fijn.

Ik maakte samen met mijn moeder een aardige ronde langs de uiterwaarden van het dorp. Op het gemakje wat keuvelen en rondkijken. Even stoppen om van het uitzicht te genieten, het dorpskapelletje bewonderen, een warm hartje halen bij de grote kerststal tegenover het café aan het water. Dat ze Sara - die nogal eens trekt aan de riem - niet meer vast wilde houden was tekenend. Haar neus zit inmiddels vol ontstekingswerende crème en in haar online patiëntendossier staat de halve ziekenhuisapotheek opgesomd. We hebben echt goede hoop dat het nu niet meer afgebeld wordt en dit ons laatste loopje met haar versleten heup was.

Aan het eind van de middag hoorde ik de sleutel in de voordeur gestoken worden. Een geluid uit een vorig leven. Niet veel later stapte de mens de kamer in. We begroetten elkaar alsof hij een hele dag van huis was geweest. Dat hij als altijd - ook gewoon tijdens de keiharde lockdown - in de file op de A2 had gestaan versterkte dat gevoel. Er viel maar één conclusie te trekken: wij hebben de isolatie nog lang niet uitgespeeld.

Nagekomen bericht: de operatie is alsnog opnieuw uitgesteld. Mijn moeder krijgt pas in 2021 een nieuw heup. Aan alle asociale kutlullen die dit mede mogelijk maakten: bedankt.

woensdag 16 december 2020

Deugmensen

Ik had even stevig de pee in, toen het hoge woord van de harde lockdown er eenmaal uit was. Een blind paard had het aan zien komen. En wat mij betreft was de noodrem al weken eerder door het kabinet aangetrokken. In wezen verandert er nu niks voor me. Ik zit al negen maanden lang braaf in mijn bubbel. Boodschappen, sporten, communiceren; alles gebeurt online. De verwachting is dat mijn leven er nog een poos langer dan vijf weken zo blijft uitzien. Pas als ik de felbegeerde vaccins te pakken heb durf ik behoedzaam en gematigd de eerste schreden in de bewoonde wereld te zetten.

Toch voelde het ook voor mij een moment tamelijk uitzichtloos allemaal. Alsof we weer helemaal terug bij af zijn. Met gelukkig meer kennis van zaken over de behandeling van het virus maar ook zonder de urgentie van de acute paniek waarmee we in het voorjaar werden overspoeld. Je merkt dat bij veel mensen de rek eruit is. Ik snap dat maar ik heb er geen begrip voor. Waarom is het zo moeilijk om je aan de basisregels van dit tijdelijke normaal te houden? Werk vanuit huis, blijf thuis bij klachten en laat je testen, houd afstand tot anderen, draag je mondmasker en was je handen stuk.

De laatste weken zagen de winkelstraten zwart van de mensen. Alsof er niks aan de hand was ploeterden ze zich door de Koopgoot en het outlet. Dat de besmettingscijfers in rap tempo opliepen maakte klaarblijkelijk weinig indruk. Die kaars bij Rituals kon niet wachten. Hoe kun je zo egoïstisch handelen in de wetenschap dat de zorg overstroomt? Dat het al uitgeputte zorgpersoneel geen verlof mag opnemen met de feestdagen. Dat de reguliere zorg opnieuw wordt afgeschaald en operaties moeten worden uitgesteld. Hoe durf je?

Na de persconferentie stapten we de auto in voor een korte noodzakelijke rit. Via marktplaats tikte ik een tweede broodbakmachine op de kop. Voor ons verblijf in Frankrijk. Opdat we ook daar zo zelfstandig mogelijk ons geïsoleerde leven kunnen voortzetten, als we er weer naar toe kunnen. In het donker slingerden we ons een weg door de bloemkoolwijk. Met een uitbundig "Kom binnen!" werd ik begroet bij de voordeur van de verkoopster. De paniek in mijn ogen moet doorgeklonken hebben in mijn stem. "Nee hoor, zet de doos maar neer dan pak ik hem zelf op," reageerde ik kordaat. Snel trok ik het bankbiljet uit mijn jaszak en stak het haar toe. "Dat hoeft niet," sprak de dame warm, "je mag hem zo meenemen."

Het was een klein gebaar met een grote impact. In pandemische tijden als deze twijfel ik vaak aan de goedheid van de mens. Volgens het boek van Rutger Bregman deugen alle mensen. Sjrd en ik gebruiken deze quote louter spottend. We zien te veel voorbeelden die het tegendeel bewijzen. Een uur geleden bijvoorbeeld nog, met het lawaaiprotest bij het torentje van de minister president. Wat een beschamende vertoning van een stel dwaasbananen was dat. Deze onverwachte random act of kindness, op dit moment, gaf me een sprankje hoop. Niet alle mensen deugen maar de meeste gelukkig wel.