maandag 15 februari 2021

Week 6 - Levenslang schaatsverbod

De mensen van wie het bloed sneller gaat stromen naarmate de temperatuur het vriespunt nadert speelden de afgelopen week de hoofdrol in hun eigen sprookje. Wintersport in eigen land. Schaatsen op bevroren meren naast draaiende molens. Besneeuwde bruggetjes over Amsterdamse grachten. Beelden die we alleen nog kennen van de kerstkaarten van Anton Pieck. In onze eigen Jip en Janneke-wijk werd zelfs van een heuveltje geroetsjt met een snowboard. Me dunkt dat ijskoud vermaak een welkome bliksemafleider is na bijna een jaar vol corona-ellende. Zelf behoor ik tot die andere groep: zij die het lijdzaam ondergingen en de wonden van hun gesprongen, gortdroge huid likten. Zuchtend onder wintertenen, statisch haar en elektrische schokjes.

Een paar jaar geleden kocht ik een skibroek bij Lidl. Ik zou met Skate4AIR naar Oostenrijk afreizen om verslag te doen van de Alternatieve Elfstedentocht. Dat plan viel al in duigen nog voordat de Weißensee goed en wel bevroren was. Kou en ik zijn gewoon geen gelukkige combinatie. De broek belandde ongedragen in de kast, gebroederlijk naast mijn bikini. De afgelopen week bracht het kledingstuk dan toch nog zijn geld op. Verkleed als een ware wintersporter wandelde ik door ons besneeuwde pittoreske dorp, dat ik voor de gelegenheid omdoopte tot Sankt Herten. Voorbijgangers kregen een vriendelijk Grüß Gott naar het hoofd terwijl de vraag of zij wisten hoe laat de après-ski begon op mijn kapotte lippen brandde.

De vreugde en het gemak van mijn dagelijkse ommetjes hadden behoorlijk te lijden onder alle zogenaamde sneeuwpret. De stoepen en paden waarover ik doorgaans wandel waren namelijk spekglad. Als je één keer je heupkop op het ijs hebt gebroken laat je het wel uit je hoofd een tweede val op te zoeken. Ik liep de laatste weken regelmatig alleen een rondje, met Saar aan de riem en een vrolijke podcast in mijn oren. Van dat alles kwam onder zoveel winters geweld weinig terecht. En daar werd ik ronduit chagrijnig van. De enige ijselijke activiteit waaraan ik me waagde was het ontdooien van de diepvries. Niet dat daar het gemoed van opknapte, maar hard nodig was het zeker. Welbeschouwd ging alleen de onderste lade nog zonder geweld open. Een halve dag, een hele hypo en een vleeswond later zat ik in een permanente staat van onderkoeling op de bank. Intens tevreden met het resultaat en mijn nieuwe rol van diepvries-ontdooi-influencer. Een foto van mijn activiteiten op de sociale media ontketende een kettingreactie aan mede-ontdooiers.

Wie ook extra in de watten werden gelegd zijn de vogels die onze tuin als hun favoriete all you can eat restaurant hebben gekozen. Onder normale omstandigheden vreten ze zich enthousiast tonnetje rond aan de vetbollen en pindaslingers die her en der beschikbaar zijn. Voor de Siberische gelegenheid bereidde ik een extra snackbord vol vogelpindakaas, zaden, een appel in partjes en walnoten toe. Het stijlvolle geheel zag er ronduit aantrekkelijk uit, vond ik zelf. Vol verwachting installeerde ik me voor het raam en wachtte op wat ongetwijfeld komen ging. Het was me aan een of andere late talkshowtafel beloofd, nota bene. Sindsdien staat het extra buffet er onaangeroerd bij. Zelfs de lompe kauwen, die normaliter vol in de aanval gaan op het huisje met de pot vogelpindakaas, kon deze voorkeursbehandeling niet beroeren. Ik geef het gevleugelde gepeupel nog één dag en anders eten we het zelf wel op, stelletje verwende nesten.

Onze zondagse wandeling maakten we door de zonnige Roermondse binnenstad. Andere jaren zouden we dat wel uit het hoofd laten, tijdens de carnaval. Maar in pandemische tijden gelden andere wetten. Er was aardig wat volk op de been. We zagen plukjes verklede mensen, een heuse Einzelgänger met een versierd karretje wenste iedereen 'unne sjoone vastelaovend'. Het Stationsplein lag er kaal bij, zonder de gebruikelijk hossende menigte. Uit een café schalde vrolijke sjoenkelmuziek door de boxen, aan talloze gevels wapperden de gelegenheidsvlaggen uitnodigend. In de stoepgoten lag bovenop de resten bevroren sneeuw wat serpentine en confetti. Het was ronduit bevreemdend en het had ook wel iets treurigs, zo zonder de geur van geschminkte gezichten en schuimend bier. Toen we weer bijna bij de auto waren viel mijn oog op een wat woeste struik waar onmiskenbaar knoppen in zaten. Een hoopvolle kriebel schoot door mijn buik, het voelde haast als verliefdheid. Een mooier teken had ik me niet kunnen wensen. Uiteindelijk komt alles goed.

Geen opmerkingen: