maandag 22 februari 2021

Week 7 - Dooi is mooi

Ik heb staan juichen, toen de dooi intrad. Onder de witte pratsj wachtte me een hoop verrassingen. Uiteraard een kilo of wat half gesmolten hondenkak. Maar ook de eerste beginselen van krokussen, tulpen en hyacinten. Verheugd deed ik een drassig inspectierondje door de ganse hof en zag dat de hortensia's achter al in de knop staan, evenals de haagbeuk, de sering en de tulpenboom. Tot mijn opluchting constateerde ik dat onze nieuwe krentenboom de verhuizing naar onze tuin en de strenge vorst overleefd lijkt te hebben.

Dat we in een week tijd van winter naar lente schoten is klimaattechnisch natuurlijk om te janken. Toch heb ik de zonnestralen in dankbaarheid opgeslurpt. Het was alsof mijn hart aan de oplader lag. Ik sluit niet uit dat ik op een goed moment zelf licht heb gegeven. In het weekend nuttigde ik mijn lunch onder het afdakje van onze voordeur. Ik sleepte een eetkamerstoel naar buiten en installeerde mezelf in het luwe nisje met mijn boterhammen en mijn boek. Sjrd maakte het nog bonter. Hij brak met zijn eigen kledingregel. Normaliter wisselt hij pas met Pasen zijn jassen om. Dit jaar liep hij al op 20 februari de hele dag olijk rond in zijn lievelings korte broek. Daarin was hij overigens niet de enige. Het was een uitbundig komen en gaan van bleke blote ledematen hier in de wijk.

We zouden wel gek zijn om met dit weer het huis te soppen, besloten we. In plaats daarvan stortten we ons die eerste winterse lentedag op de tuin en garage. Dat storten nam Sjrd nogal letterlijk. In een poging de garagepoort te openen brak het touwtje af waarmee je het stalen gevaarte omhoog trekt. Met een komische zwieper lanceerde de mens zichzelf achterover. Lag hij daar, op zijn rug, tussen de kratten met statiegeldflessen, het kledingrek en de druppelslangen. Als een soort omgekiepte kever, de armen en benen spartelend in de lucht. Na de aanvankelijke schrik, die - toegegeven - erg kort duurde, barstte ik in onbedaarlijk lachen uit. Hikkend en snikkend hielp ik hem overeind. We hebben er de rest van het weekend plezier om gehad, voornamelijk ik dan toch. Inmiddels staan de tuinstoelen weer om de tafel, liggen de druppelslangen in de perken en hoeft de hangmat alleen nog maar in de standaard gehangen te worden. En op de tuintafel staan bloeiende viooltjes. Wij zijn er klaar voor.

Het weekend vol zonnig jolijt kon niet op een beter moment komen. Op donderdag was het namelijk huilen met de pet op. Een blik in mijn agenda leerde me dat ik op de kop af een jaar geleden mijn neus voor het laatst in het ziekenhuis had laten zien. Enerzijds is dat ronduit fantastisch; een heel pandemisch jaar lang was er geen aanleiding geweest om voor iets acuuts aan de bel te hoeven trekken. Anderzijds illustreert het de trieste situatie waarin we met ons allen leven en mijn kwetsbare positie in dit hele coronafeest. Het is mijn eigen keuze om alle controles telefonisch te doen. Ik weet dat andere CF'ers wel gewoon naar de poli gaan en hun zorgverleners zien. Voor mezelf voelt dat echter niet oké zolang ik niet gevaccineerd ben. Mijn longfunctie is weliswaar stabiel maar ook te broos om risico's mee te lopen. 

Dat werkelijk niemand die over het vaccinatiebeleid gaat deze mening lijkt te delen is op zijn zachtst gezegd frustrerend. Evenals de ontluisterende nieuwsberichten over brutale vaccinvoordringers en kostbare restjes levensreddende druppels die aan het eind van de dag in de kliko verdwijnen in plaats van in een kwetsbare arm. Tijdens de dagelijkse tippel door de wijk kost het me moeite om de grijze golf die per fiets mijn pad kruist en daarbij geen enkele rekening houdt met anderhalvemetermaatregel geen welgemikte douw te geven. Ik moet mezelf dwingen geen lelijke dingen te denken over dikke mensen die zich eigenmondig obees hebben gevreten en nu eerder aan de beurt zijn voor de prik dan ik. Het was wellicht effectiever geweest als mijn cynische ik met chips en chocola op de bank was blijven liggen in plaats van mezelf fysiek af te beulen en spieren kweken. De wetenschap dat gezonde dertigers met een beroep in de zorg wel al aan de beurt zijn geweest gemaakt me groen van jaloezie.

Even had ik al mijn hoop gevestigd op de spillagelijst van de huisarts. Mocht er dan een keer een dosis over zijn, en iedereen in de huidige doelgroep was al aan de beurt geweest. Dán zou ik opgeroepen kunnen worden. Maar ook die droom is verworden tot een nachtmerrie. Jonge, gezonde zestigers eerst. Ik schaam me voor deze weinig sympathieke hersenspinsels. Iedereen heeft het op zijn eigen manier moeilijk met de situatie waarin we leven. We vinden allemaal dat we als eerste iets mogen, willen of moeten. Vooralsnog lukt het me om me naar mijn vredelievende naam te gedragen en ben ik de meeste momenten mijn vrolijke zelf. Dat de heupvervangende operatie van mijn moeder nu echt aanstaande is lijkt me een mooie afsluiter. (Eindnoot van de redactie: hij zit erin!)

3 opmerkingen:

Karlijn zei

Ik vind dat je helemaal gelijk hebt wat betreft de jonge kwetsbare personen zoals jij. Die hebben nog een leven voor zich en doen er vaak alles aan om zo gezond mogelijk te blijven. Ik gun het hen als eerste geholpen te worden.
Dat zorgverleners aan het bed voorgingen vind ik wel goed. Die kunnen patiënten besmetten en ze zijn zelf hard nodig.

Eric Zieltjes zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Jazz zei

ik zag op insta dat je inmiddels een prik gehad heb, Proficiat! Reden voor een feestje lijkt me.