maandag 15 maart 2021

Week 10 - Als goden in Frankrijk

Het was een bijzondere start van de week. Ook dit jaar viel Internationale Vrouwendag weer samen met Sara's verjaardag. Omdat we niet precies weten wanneer ons hondje het Griekse levenslicht zag beschouwen we de dag dat ze bij ons kwam wonen maar als zodanig. Haar karakter kenmerkt zich door temperamentvolle zachtmoedigheid; wat dat aangaat konden wij en zij geen betere dag gekozen hebben als alternatieve feestdag.

Wat de dag extra glans gaf was onze eerste rit door de teststraat. Hoewel we op voorhand wisten wat de uitslag zou zijn ondergingen we braaf de procedure met het wenkbrauwborsteltje in keel en neus. Een voor mij alles behalve unieke ervaring, aangezien ik al meerdere keren neuscellen liet oogsten ten behoeve van de wetenschap. Het hele tafereel van aanschuiven in de wachtrij, na elke bocht verrast worden met een nieuw poppetje in folkloristisch coronapak en uiteindelijk de apotheose met de huig aantikkende teststok gaf me nog het meest Eftelingkriebels. Het ontbrak alleen nog aan een vrolijk muziekje wat de rest van de dag in je hoofd blijft hangen.

Het negatieve testbewijs was nodig voor onze geplande oversteek naar het zuiden. In goed overleg met elkaar en op advies van mijn behandelend geneesheer vonden we het de hoogste tijd voor een weekje afschakelen in Frankrijk. Met de auto vol boodschappen en een stapel documenten, formulieren en verklaringen op zak én in het bezit van de eerste dosis vaccin waagden we de doortocht langs geopende Europese binnengrenzen. De rit verliep buitengewoon voorspoedig. Nergens ondervonden we oponthoud, niemand vroeg nergens om. Plassen deed ik op de speciaal voor de reis aangeschafte wc-emmer zodat de kans op besmetting op wat dan ook nihil was. Dat een Poolse vrachtwagenchauffeur geconfronteerd werd met mijn witte blote billen nam ik voor lief. Om twee minuten voor zes in de avond draaiden we het park op. Precies binnen de marges van de Franse avondklok die om zes uur begon te tikken.

De rust daalde meteen op ons allebei neer. Het uitzicht op de bergen waarachter de zon langzaam wegzakte was weer fenomenaal. De vogels tjilpten onverminderd door en ergens in het struikgewas klonk het geritsel van een groter dier. Een muisje? Een hagedis? Misschien wel een vosje of een wild zwijn. Wie zal het zeggen. Van de 120 bungalows waren er slechts drie bezet, wij maakten het kwartet compleet. Met een beetje mazzel kwamen we geen mens tegen de komende week.

Om de winterkou zo snel mogelijk uit het huisje te stoken ging Sjrd na het uitladen van de auto verwoed aan de slag met de kachel. Hij vulde hem volgens de Zwitserse methode en in een mum van tijd ontstond er een indrukwekkende vlammenzee achter het deurtje. De fonkeling in de ogen van de mens was minstens zo fel; een nieuwe hobby bleek geboren. Boys will be boys. Om de rolbevestigende stereotypering van de seksen nog wat dieper te verankeren stortte ik me gelukzalig op het huishouden. Fluitend pakte ik uit en ruimde in. Nog iedere keer verwonder ik me over hoe snel we hier kwartier maken en hoe vertrouwd alles meteen voelt. De uit Nederland meegenomen diepvrieskliek kon in een moeite door in de oven en liet zich bij het knapperende haardvuur prima smaken met een rood wijntje.

Ondanks de knusse behaaglijkheid binnen speelde het leven zich voornamelijk in de frisse buitenlucht af. Als het even kon waren we buiten voor een bakje koffie, een leesmarathon, de lunch. Hier scheen het zonnetje volop en gezeten in luwe hoekjes kon de jas zelfs uit. En we liepen, vaker en verder dan ooit. We verkenden nieuwe routes en ik verlegde letterlijk grenzen. Mijn benen en longen moeten altijd weer even wennen aan de pittige klimmetjes die deze regio rijk is. Maar de lucht hier is zoveel schoner en rijker, mijn lijf knapt daar enorm van op.

We hiketen niet alleen in de eigen omgeving. Op vrijdag deden we ons geliefde hertogdom Uzès aan, daar waren we precies een jaar geleden voor het laatst geweest. Toen we aan de vooravond stonden van de pandemie en niemand van toeten noch blazen wist. Nu liep iedereen er gemondkapt rond, maar er was evengoed een braderie aan de gang. De gesloten horeca deed net zo bevreemdend aan als in Nederland maar toch leek eenieder zijn weg gevonden te hebben in deze nieuwe werkelijkheid. Wij pauzeerden in het park met versnaperingen uit de rugzak. De mondkapjes hingen we casual aan een oor.

Op zondag liepen we in Lussan de kunstroute, samen met een handvol weekend vierende Fransen. In de maartse middagzon wandelden we van het ene kunstwerk naar het andere gebeeldhouwde stuk. Het venijn zat hem niet in de lengte van de tocht, die bedroeg slechts twee kilometer. Het waren de hoogtemeters die me af en toe de adem benamen, maar met enkele tussenstops om het zuur uit de benen te laten trekken was het alsnog goed te doen. De chocolade eclair na afloop - als beloning voor mijn dalende bloedsuiker - smaakte hemels.

Ook waagden we ons aan een laatste opruimsessie in huis. Het zoldertje boven de keuken moest nog worden leeggetrokken. We vonden niet alleen een televisie uit het jaar blok en een reserve schotelantenne, maar stuitten ook op een schat aan klusmateriaal. Dat de vorige eigenaar handig was wisten we al maar het kapitaal op zolder gaf een heel nieuwe dimensie aan zijn geknutsel. Misschien kocht hij tegenover elke frutsel van zijn vrouw een bouwkundig accessoire. Anders kan ik de hoeveelheid technische spullen niet verklaren.

Tot slot maakte Sjrd zijn eerste uitglijder met de mountainbike. Vlakbij het park schoof hij onderuit en belandde vol op zijn bakkes in het grind. Mopperend kwam hij thuis, met het gezicht vol schaafwondjes, bloed op zijn shirt en zonder fiets. Die was van de weeromstuit achtergebleven. De schade bleek uiteindelijk mee te vallen maar de schrik zat er toch wel in. De laatste plek waar je in een pandemie wil zijn is in een buitenlands ziekenhuis. Voorlopig blijft de mtb op stal. Podium of jodium komt in het voorjaar wel weer.

Geen opmerkingen: